Bestrijden witwassen deel 3: stand van zaken 2021

De meldketen voor ongebruikelijke transacties is rijp voor een volgende stap. 

Meldingen door private partijen van ongebruikelijke transacties zijn toegenomen, opsporingsdiensten leveren een groter aantal zaken aan bij het OM en meer witwaszaken zijn voor de rechter gebracht en bestraft. De Algemene Rekenkamer concludeert dat de aanpak de afgelopen jaren betekenisvol is verbeterd en ziet tegelijkertijd ook kansen om witwassen effectiever te bestrijden. De Financial Intelligence Unit (FIU), de opsporingsdiensten en het Openbaar Ministerie functioneren nog niet optimaal. Zij kunnen niet garanderen dat de meest risicovolle signalen van witwassen nader onderzocht en uiteindelijk worden vervolgd.

Aanpak witwassen verbeterd, tijd voor volgende stap

In dit onderzoek stellen wij vast dat de ministers van Financiën en van JenV de afgelopen jaren belangrijke en daarmee betekenisvolle verbeteringen hebben doorgevoerd in de aanpak van witwassen. Zij hebben het inzicht in de aard, omvang en risico’s van witwassen vergroot. En mede op basis hiervan beleid en monitoring opgezet, en de uitvoering aangepast. Ook hebben zij samenwerkingsverbanden opgericht en ingericht, die kennis en informatie delen over witwastransacties en de bestrijding daarvan. Tevens hebben de ministers de afgelopen jaren meer aandacht en budget besteed aan het bestrijden van witwassen. Het is aannemelijk dat hierdoor de prestaties, die wij in dit onderzoek als indicatoren voor de aanpak van witwasbestrijding hanteren, zijn toegenomen. Zo is er de afgelopen jaren een toenemend aantal ongebruikelijke transacties gemeld door meldingsplichtige instellingen zoals banken, accountants en notarissen. Ook heeft de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU-NL), die deze meldingen ontvangt en analyseert, een toenemend aantal van deze transacties verdacht verklaard. Verder hebben de opsporingsdiensten meer witwaszaken aangeleverd bij het Openbaar Ministerie (OM) en heeft het OM meer witwaszaken voor de rechter gebracht. En tot slot zijn in meer witwaszaken sancties opgelegd door de rechter. 

Op basis van ons onderzoek stellen we vast dat de meldketen nog niet optimaal functioneert en ongebruikelijke en verdachte transacties doelmatiger en doeltreffender kan verwerken. Zo hebben we geconstateerd dat de opsporingsdiensten en het OM niet kunnen garanderen dat de meest risicovolle signalen nader onderzocht worden om te kijken of zij opvolging nodig hebben. Ook leidt de huidige werkwijze ertoe dat opsporingsambtenaren afzonderlijk van elkaar dezelfde verdachte transacties kunnen onderzoeken zonder dat van elkaar te weten. Hierdoor zetten zij hun schaarse specialistische financiële expertise suboptimaal in. Tot slot is de manier waarop de FIU-NL de informatie over verdachte transacties bij de opsporingsdiensten aanlevert voor verbetering vatbaar. Het is voor de opsporingsdiensten op dit moment lastig om uit de aangeleverde transactie-informatie van de FIU-NL de transacties te selecteren die waarschijnlijk het meeste resultaat opleveren in termen van criminaliteitsbestrijding. 

Er zijn dus kansen om witwassen doelmatiger en doeltreffender te bestrijden, zodat ook meer recht wordt gedaan aan de inspanningen van private partijen zoals banken, geldwisselkantoren, accountants en notarissen om witwassen te signaleren. De meldketen voor ongebruikelijke transacties is naar ons oordeel rijp voor een volgende stap. 

Wat zijn onze aanbevelingen?

Aanbeveling: Waarborg randvoorwaarden doelmatigheid 

Wij bevelen de ministers van Financiën en van JenV aan om de positieve ontwikkelingen op het gebied van het selecteren van verdachte transacties verder door te zetten en te zorgen voor de juiste randvoorwaarden, opdat de meldketen voor ongebruikelijke transacties geoptimaliseerd kan worden qua doelmatigheid en doeltreffendheid. Dit kunnen de ministers samen met de FIU-NL, opsporingsdiensten het OM, en het AMLC oppakken door het volgende te doen: 

  • De overdracht van informatie over verdachte transacties door de FIU-NL aan opsporingsdiensten zodanig te verbeteren dat opsporingsdiensten sneller en gemakkelijker de voor hen relevante informatie kunnen identificeren, bekijken en een passend vervolg kunnen bepalen. 
  • Waarborg dat de meest risicovolle transacties onderzocht en waar nodig opgevolgd worden, dat hierover gegevens verzameld worden en dat schaarse financiële expertise optimaal wordt ingezet. Hierbij kan voortgebouwd worden op initiatieven uit 2021 van de FIOD, het Functioneel Parket en het AMLC, zoals het ontwikkelen van maandrapportages en het herkenbaar maken van verdachte transacties die nieuwe potentiële verdachten in beeld brengen bij opsporingsdiensten. 

Aanbeveling: verbeter inzicht in doelmatigheid 

Ook bevelen wij de ministers van Financiën en van JenV aan om het inzicht in en verantwoording over de doelmatigheid en doeltreffendheid van hun aanpak witwassen en de rol van de meldketen ongebruikelijke transacties hierin, te verbeteren. Dit kunnen de ministers samen met de FIU-NL, opsporingsdiensten en het OM doen door: 

  • concreet te formuleren wat zij willen bereiken en wanneer de aanpak van witwassen en de meldketen voor ongebruikelijke transacties voldoende doelmatig en doeltreffend is. Dit kunnen de ministers doen door een expliciete relatie te leggen tussen wat zij willen bereiken (meetbare doelstellingen met bijbehorende prestatie-indicatoren en streefwaarden), datgene wat zij gaan doen om die doelstellingen te bereiken en hoeveel budget daarvoor nodig is; 
  • te bepalen welke informatie nodig is om vast te stellen of zij bereiken wat zij willen bereiken met het daarvoor ingezette budget en te zorgen dat zij deze informatie met ingang van 2023 gaan verzamelen. 

Waarom deden we onderzoek naar bestrijding van witwassen?

Wij hebben in het verleden tweemaal eerder onderzoek gedaan naar het verschijnsel witwassen. Zo brachten we in 2008 het rapport Bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering uit (Algemene Rekenkamer, 2008). In 2014 publiceerden we in vervolg hierop het rapport Bestrijden witwassen: stand van zaken 2013 (Algemene Rekenkamer, 2014).

De aanleiding voor ons om opnieuw onderzoek te doen naar de aanpak van witwassen is de sterke toename van het aantal meldingen van ongebruikelijke transacties door meldingsplichtige instellingen, waaronder banken. Volgens de gegevens van de FIU-NL, die deze meldingen ontvangt en analyseert, is het aantal meldingen gestegen van circa 200.000 in 2011 naar ruim 722.000 in 2020 (zie hoofdstuk 3). Hierdoor en gegeven de uitkomsten van onze eerdere onderzoeken wordt de vraag wat er met deze meldingen gebeurt des te relevanter. 

In dit derde onderzoek hebben we gekeken naar de stand van zaken anno 2021 en hebben we de vraag gesteld of de ministers van Financiën en van Justitie en Veiligheid (JenV) de indertijd geconstateerde tekortkomingen in hun aanpak van witwassen hebben weggenomen. We hebben ons hierbij in het bijzonder gericht op de werking en resultaten van de meldketen voor ongebruikelijke transacties, die speelt immers een belangrijke rol in de aanpak van witwassen en andere vormen van criminaliteit. 

Stand van zaken

Het onderzoek is gepubliceerd op woensdag 08 juni 2022.