Over dit onderzoek

Verantwoordingsdag

Op Verantwoordingsdag (de derde woensdag in mei) leggen de ministers verantwoording af over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering van hun ministerie in het afgelopen begrotingsjaar. Ze bieden hun jaarverslagen aan het parlement aan. De informatie in de jaarverslagen bestaat uit financiële informatie, informatie over de bedrijfsvoering en informatie over het gevoerde beleid. De jaarverslagen moeten inzicht geven in hoeverre het geld is besteed aan het doel waarvoor het beschikbaar is gesteld en welke resultaten daarmee zijn behaald. De Algemene Rekenkamer doet onderzoek naar de verantwoording van de ministers en presenteert de resultaten daarvan op Verantwoordingsdag.

Verantwoordingsonderzoek

Bij het jaarlijks verantwoordingsonderzoek beoordelen we of de jaarverslagen van de ministeries een betrouwbaar beeld geven van de behaalde resultaten en van de daarvoor aangewende begrotingsmiddelen. Wij beoordelen ook of de minister in overeenstemming met de begrotingswetten en andere toepasselijke (wettelijke) regels het geld heeft uitgegeven. De taken en bevoegdheden van de Algemene Rekenkamer voor ons jaarlijkse onderzoek liggen vast in de Comptabiliteitswet 2016. Daarnaast is in de wet- en regelgeving onze onafhankelijke positie geborgd. 

Op basis van de jaarverslagen van de ministeries en ons onderzoek kan het parlement na Verantwoordingsdag met het kabinet in gesprek over wat er terecht is gekomen van de plannen die ruim anderhalf jaar ervoor – op Prinsjesdag - aan het parlement zijn gepresenteerd. Onze rapportage biedt input voor het gesprek:

  • Heeft het beleid de gewenste resultaten opgeleverd?
  • Zijn de zaken goed geregeld op het ministerie?
  • Is het geld besteed en verantwoord volgens de regels?

Als het parlement tevreden is over de wijze waarop de minister in het afgelopen jaar de taken heeft uitgevoerd kan het parlement vervolgens decharge verlenen aan de ministers: de ministers worden dan ontheven van hun verantwoordelijkheid voor het gevoerde  financieel beheer in het jaar waarover zij verantwoording hebben afgelegd.

Werkwijze Algemene Rekenkamer

De wet- en regelgeving is een belangrijk uitgangspunt voor ons onderzoek. Zo bepaalt de wet dat de jaarverslagen moeten voldoen aan de eisen uit de Comptabiliteitswet 2016 en de Rijksbegrotingsvoorschriften. 

Wij onderzoeken niet iedere geldstroom tot in detail, maar hanteren een werkwijze die is gebaseerd op risicoanalyse. Dat betekent dat we gericht onderzoek doen naar die processen of geldstromen waar we voorafgaand aan het onderzoek risico’s hebben geïdentificeerd. Daarbij maakt de Algemene Rekenkamer zoveel mogelijk gebruik van het werk van de Auditdienst Rijk. Daar waar de Auditdienst Rijk als interne controleur zekerheid verschaft en rapporteert ten behoeve van de minister doet de Algemene Rekenkamer dit als externe controleur van het Rijk ten behoeve van het parlement.

Gebruik maken van de ISSAI en de interne controleur

Wij vinden het van belang dat ons werk voldoet aan hoge kwaliteitseisen. Bij ons onderzoek maken wij gebruik van internationaal aanvaarde controlestandaarden die gelden voor Rekenkamers. Dit zijn de zogenoemde International Standards of Supreme Audit Institutions (ISSAI). Naast algemene uitgangspunten aangaande de positie, taken en bevoegdheden van Rekenkamers stellen deze standaarden hoge eisen aan de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het onderzoek. Met name voor de opzet, uitvoering, rapportage en kwaliteitsbewaking van de jaarlijkse financiële controle (financial audit) gelden specifieke en vergaande eisen.

Om vast te stellen of we gebruik kunnen maken van de bevindingen van de Auditdienst Rijk (interne controleur), voeren we een review uit. Dat wil zeggen dat we beoordelen of de kwaliteit en de omvang van de werkzaamheden van de Auditdienst Rijk voldoen aan de eisen. Is dit het geval, dan gebruiken we de bevindingen van de Auditdienst Rijk mede als basis voor onze eigen oordeelsvorming.

De jaarrekeningen van de ministeries worden ook gecontroleerd door de Auditdienst Rijk (interne controleur). In ons land hebben wij geregeld dat de minister zelf zekerheid moet verkrijgen over de kwaliteit van de financiële verantwoording. Daartoe beschikken de ministers over de rapportages van de Auditdienst Rijk. Wij willen waar mogelijk gebruik maken van werkzaamheden en bevindingen van de Auditdienst Rijk. Om vast te stellen of we inderdaad gebruik kunnen maken van de Auditdienst Rijk voeren we een review uit. Dat wil zeggen dat we beoordelen of de kwaliteit en de omvang van de werkzaamheden van de Auditdienst Rijk voldoet aan de eisen. Is dit het geval, dan gebruiken we de bevindingen van de Auditdienst Rijk mede als basis voor onze eigen oordeelsvorming. Naast reviews op de werkzaamheden van de Auditdienst Rijk voeren wij ook eigen werkzaamheden uit.

En als het niet klopt?

Als er fouten en onzekerheden in het jaarverslag staan die de tolerantiegrenzen overschrijden dan vermelden wij dat in onze rapporten bij de jaarverslagen en brengen wij dat tot uiting in het oordeel dat wij geven. Als er zaken in de bedrijfsvoering van het ministerie niet op orde zijn, kunnen wij dit aanmerken als een onvolkomenheid. Deze onvolkomenheden vermelden wij eveneens in onze rapporten bij de jaarverslagen. De ministers worden dan geacht daarop te reageren met passende maatregelen. We sporen de betrokken minister aan een verbeterplan te maken. In zo’n verbeterplan moeten concrete verbetermaatregelen en een duidelijk tijdpad staan. Als de minister onvoldoende maatregelen treft, dan kunnen wij een bezwaaronderzoek instellen of bezwaar maken.

We kunnen ook direct bezwaar maken als wij onvolkomenheden of onrechtmatigheden hebben geconstateerd. We maken er echter alleen in bijzondere situaties gebruik van. Bijvoorbeeld wanneer een minister verweten kan worden niet te reageren op eerdere signalen en aanbevelingen, of wanneer er sprake is van omvangrijke fouten in het jaarverslag.