Worden EU-subsidies in Nederland volgens de regels besteed?

Of de euro’s die ons land heeft ontvangen uit de EU volgens de regels zijn uitgegeven, laat Nederland zien in een jaarlijks verantwoordingsdocument. Dat is de ‘nationale verklaring’. De Algemene Rekenkamer controleert jaarlijks of deze nationale verklaring aan de eisen voldoet. In 2019 constateerden we dat de verantwoording over de besteding van EU-geld in Nederland in 2018 in orde is.

Het is belangrijk dat geld uit Europa volgens de regels wordt uitgegeven en dat de burger kan zien dat dat ook gebeurt. Het gaat immers om veel geld dat burgers en bedrijven moeten opbrengen.

Elk jaar draagt Nederland zo’n € 7 tot 8 miljard aan de Europese Unie (EU) af (8,4 miljard in 2019 volgens het Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019) . Volgens de Europese Commissie is dit bedrag overigens aanzienlijk lager. De commissie hanteert een andere definitie dan de Nederlandse regering.

Nederland ontving in 2018 circa € 1,2 miljard van de EU in de vorm van subsidies. Die subsidies komen uit de Europese landbouwfondsen, visserijfondsen, sociale fondsen, migratiefondsen enzovoort.

Elk Europees land, dus ook Nederland, beheert het geld dat het uit deze fondsen krijgt samen met de Europese Commissie. Dat betekent dat elk land mede verantwoordelijk is voor een goede besteding. Het moet voor iedereen inzichtelijk zijn dat er nergens is gesjoemeld en dat er geen fouten zijn gemaakt.

Verantwoording over besteding geld uit Europa in Nederland

De Nederlandse regering neemt haar verantwoordelijkheid voor de besteding van Europees geld serieus. Of de euro’s die ons land heeft ontvangen uit de EU volgens de regels zijn uitgegeven, laat Nederland zien in een jaarlijks verantwoordingsdocument: de ‘nationale verklaring’. Deze verklaring stuurt de minister van Financiën op de derde woensdag van mei, tezamen met alle andere verantwoordingstukken van het kabinet, aan de Staten-Generaal.

Wij als Algemene Rekenkamer controleren jaarlijks of de nationale verklaring aan de eisen voldoet. De uitkomsten publiceren we in ons rapport bij de nationale verklaring. In ons laatste  rapport bij de nationale verklaring stellen we vast dat de nationale Verklaring 2020 in orde is.

Geen verantwoording over de besteding van geld in andere EU-lidstaten

Of de Europese subsidies  overal in de EU volgens de regels worden uitgegeven, is helaas veel minder duidelijk. Met uitzondering van Zweden hebben de andere EU-lidstaten geen met Nederland vergelijkbare verantwoordingsrapportages over de besteding van EU-middelen in hun land en dat lijkt er voorlopig ook niet van te komen. Denemarken en het Verenigd Koninkrijk hadden eerder ook een dergelijke rapportage maar deze zijn stopgezet.

Wel is op Europees niveau geregeld dat elke lidstaat per fonds een ‘annual summary’ van de controleresultaten aan de Europese Commissie stuurt. Deze zijn echter niet openbaar en bovendien zijn het geen formele stukken namens de minister of regering van het betreffende land. De transparantie over de besteding van de subsidies in de EU, via een nationale verklaring of anderszins, blijft een belangrijk aandachtspunt voor de Algemene Rekenkamer.

De verantwoording over de jaarlijkse afdrachten door Nederland aan de EU wordt niet in de nationale verklaring meegenomen. Dat vindt de Algemene Rekenkamer een gemiste kans omdat Nederland zo niet inzichtelijk maakt of we inderdaad bijdragen aan de EU wat we zouden moeten bijdragen. De afdrachten van Nederland aan de EU zijn een (ingewikkelde) optelsom van:

  • de zogenoemde traditionele eigen middelen van de EU (zoals de douanerechten),
  • een percentage BTW-middelen,
  • een bijdrage gebaseerd op bruto nationaal inkomen (bni-percentage).

Het kabinet neemt sinds het jaar 2016 in het Financieel Jaarverslag van het Rijk een aparte passage op over de systematiek van de afdrachten.

Beoordeling EU-uitgaven door de Europese Rekenkamer

De Europese Rekenkamer beoordeelt elk jaar of de uitgaven van de EU volgens de regels (‘rechtmatig’) zijn gedaan. Dit oordeel is nog nooit positief geweest, omdat er te veel fouten worden gemaakt bij de besteding van geld uit Europa door de EU-lidstaten. Wel is een verbetering zichtbaar.

Tot 2016 gaf de Europese Rekenkamer een afkeurend oordeel over de uitgaven van de Europese begroting. Vanaf het verslagjaar 2016 geeft de Europese Rekenkamer een oordeel met een beperking af. Het foutenpercentage liep in de periode 2014-2018 terug van circa 4,4 % in 2014 naar circa 2,6 % in 2018. Dit foutenpercentage verschilt wel per fonds. Op het terrein van de economische, sociale en territoriale cohesie waarvoor subsidies worden verstrekt ligt het geschatte percentage nog op 5 %.

De Europese Rekenkamer geeft geen oordeel af per lidstaat. De conclusies van de Europese Rekenkamer gelden voor de EU als geheel. De verrichte werkzaamheden laten niet toe dat er per lidstaat een oordeel over de rechtmatigheid wordt geveld. Dit maakt het eens te meer belangrijk dat lidstaten hier zelf hun verantwoordelijkheid nemen.