De Algemene Rekenkamer heeft onderzoek gedaan naar het Jaarverslag 2025 en de bedrijfsvoering van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Mobiliteitsfonds en Deltafonds.
Onze conclusies
Bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) waren in 2025 de uitgaven € 13,9 miljard en de verplichtingen € 14,2 miljard. De ontvangsten waren € 117 miljoen. Van de uitgaven ging € 8,9 miljard naar het Mobiliteitsfonds en € 1,6 miljard naar het Deltafonds.
De minister van IenW is verantwoordelijk voor een leefbaar, schoon en bereikbaar Nederland. Daarbij is ook de veiligheid van de infrastructuur belangrijk. Bij het verbeteren van de veiligheid van de vitale infrastructuur op de Noordzee worden rijksbreed stappen gezet in het Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur. Onder coördinatie van de minister van IenW zijn verbeteringen in gang gezet, maar dat is niet voldoende. Om voort te kunnen bouwen op de eerste resultaten van het programma is een concrete inzet van alle betrokken ministers nodig. Daarnaast, in de bedrijfsvoeringsprocessen, zette de minister van IenW in 2025 de positieve ontwikkelingen bij inkoop verder door. Hieronder lichten we een paar resultaten uit ons verantwoordingsonderzoek 2025 toe.
Meer slagkracht nodig om veiligheid op de Noordzee te verbeteren
Onder coördinatie van de minister van IenW is het interdepartementale Programma Beveiliging Noordzee Infrastructuur (PBNI) ingericht om de veiligheid op de Noordzee te verbeteren. Namens het kabinet heeft het PBNI diverse activiteiten ontplooid. Het beeld van de dreigingen op de Noordzee is door die activiteiten verbeterd, onder meer door aanschaf van extra zenders voor een beveiligd communicatienetwerk, warmtebeeldcamera’s op schepen van de Kustwacht en door inzet van een extra patrouillevaartuig voor meer surveillance op de Noordzee. Het beeld is daarmee echter nog niet voldoende, omdat er nog geen geïntegreerd dreigingsbeeld van mogelijke gevaren op de Noordzee is. Dat komt doordat de oprichting van een informatieknooppunt nog niet is gerealiseerd, terwijl dit een essentieel bestanddeel is van het programma. Zo’n informatieknooppunt is nodig om alle informatie goed te kunnen verwerken en daarop te kunnen reageren. Dat de resultaten op dit gebied achterblijven, komt door een impasse over de verantwoordelijkheden en doordat langlopende financiering ontbreekt. Dit vinden we zorgelijk vanwege de toename van vitale infrastructuur in en op de Noordzee, de geopolitieke ontwikkelingen (toename van dreigingen) en de maatschappelijke gevolgen van eventuele sabotage.
Afwegen welke infrastructuur als eerste wordt verbeterd In de afgelopen jaren constateerden we herhaaldelijk dat uitvoeringsorganisaties
Rijkswaterstaat (RWS) en ProRail meer budget vroegen voor de instandhouding van de infrastructuur dan de minister van IenW beschikbaar stelde. En ook dit jaar zijn de tekorten nog steeds groot. De minister moet dus scherpe keuzes maken. Voor het parlement is het belangrijk dat duidelijk is hoe de minister deze keuzes maakt. We stellen vast dat de minister zijn keuzes onderbouwt aan de hand van vastgelegde criteria, voor bijvoorbeeld veiligheid en beschikbaarheid. Ook informeert hij het parlement over de gemaakte afwegingen. Dit zien we bijvoorbeeld terug bij de prioritering door de minister toen er in 2025 constructiefouten waren geconstateerd bij 100 viaducten en bruggen en bij ontwerpfouten op de hogesnelheidslijn. Verbeteringen zichtbaar in het inkoopbeheer Het ministerie van IenW koopt veel in. Een groot aandeel daarin heeft RWS, bijvoorbeeld voor het beheer en onderhoud van wegen en vaarwegen. In 2025 ging het bij RWS in totaal om ruim € 7,7 miljard aan inkopen. Het aanbesteden van deze inkopen is een belangrijk proces. Bij RWS is het inkoopbeheer in 2025 verbeterd, maar de problemen zijn nog niet helemaal opgelost. Het gaat bijvoorbeeld om het tijdig publiceren van contractwijzigingen en de volledigheid van het contractenregister. Bij het kerndepartement is het inkoopbeheer op orde gebracht.
Samenvattend oordeel over de financiële informatie in het Jaarverslag 2025 van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Oordelen zijn positief, met uitzondering van 4 artikelen
Voor de totaalbedragen in de financiële verantwoording geldt dat de cijfers kloppen en het geld volgens de regels is besteed.
Voor de artikelen 11, 13, 18 en 21 is ons oordeel negatief.
Samenvattend oordeel over de financiële informatie in het Jaarverslag 2025 van het Mobiliteitsfonds
Alle oordelen zijn positief
Alle totaalbedragen in de financiële verantwoording kloppen en het geld is volgens de regels besteed.
Ook voor de artikelen zijn onze oordelen positief.
Samenvattend oordeel over de financiële informatie in het Jaarverslag 2025 van het Deltafonds
Alle oordelen zijn positief
Alle totaalbedragen in de financiële verantwoording kloppen en het geld is volgens de regels besteed.
Ook voor de artikelen zijn onze oordelen positief.
Onvolkomenheden bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
|
Bestaande onvolkomenheid |
2022 |
2023 |
2024 |
2025 |
Ontwikkelingen in 2025 |
|---|---|---|---|---|---|
|
Aanbestedingen Rijkswaterstaat | ✖ | ✖ | ✖ | ✖ | ► |
|
Opgeloste onvokomenheid | |||||
|
Aanbestedingen kerndepartement | ✖ | ✖ | ✖ | ✔ |
| ✖ ✔ ► |
Onvolkomenheid |
Voor een beschrijving van de tabel zie hoofdstuk 4 van de pdf van het volledige rapport.