Het Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur (PBNI) heeft tot doel cruciale Nederlandse infrastructuur op de Noordzee te beschermen, ten behoeve van de nationale veiligheid. Om de infrastructuur effectief te beschermen, moet er een zo volledig mogelijk (dreigings)beeld van de actuele situatie zijn: welke schepen varen waar en met welk doel, wat gebeurt er in de lucht en onder water? Ook is een risico-inschatting nodig of schepen, drones of situaties een potentiële dreiging opleveren. Hiervoor zijn veel data nodig, uit allerlei bronnen. Die moeten worden samengevoegd, geanalyseerd en beoordeeld, en waar nodig moet actie worden ondernomen.

Naar het rapport

Bescherming infrastructuur afhankelijk van voldoende data en analyse.

Het programma wordt gecoördineerd door de minister van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en er is €41,4 miljoen voor uitgetrokken in 2024 en 2025. Er is slechts een klein bedrag voor 2026 beschikbaar om ervoor te zorgen dat het programma niet helemaal stil valt. De Algemene Rekenkamer heeft onderzocht in hoeverre de coördinatie van de minister van IenW heeft geleid tot een betere bescherming van de vitale infrastructuur. Hoewel er de afgelopen 2 jaar concrete acties zijn uitgevoerd om een beter beeld te krijgen van mogelijke dreigingen op de Noordzee, is het op basis van de beschikbare gegevens niet mogelijk om te zeggen in hoeverre het beeld op dreigingen is verbeterd. Een actueel en geïntegreerd beeld van de veiligheid op de Noordzee ontbreekt vooralsnog. 

Geen geïntegreerd (dreigings)beeld door ontbreken koppeling beschikbare informatie

De partijen met informatie over gebeurtenissen op de Noordzee. Op de Noordzee zijn veel verschillende publieke, private en internationale partijen actief die allerlei data verzamelen voor diverse doeleinden. Zo monitort de Kustwacht scheepsbewegingen, TenneT elektriciteitskabels, en Rijkswaterstaat verzamelt hydrologische data over golfhoogte. Elke partij analyseert en interpreteert de eigen data, maar deelt de informatie niet of beperkt met andere partijen. Daardoor is er geen geïntegreerd (dreigings)beeld van de veiligheid op de Noordzee.

Toenemende dreiging van sabotage

De Noordzee is een cruciaal industriegebied voor Nederland, door de windparken en vele duizenden kilometers aan gaspijpleidingen, elektriciteitskabels en data- en telecomkabels. Door de geopolitieke ontwikkelingen neemt de dreiging van spionage en moedwillige sabotage toe. Zo varen regelmatig schepen van de Russische schaduwvloot of Russische onderzoekschepen op de Noordzee die een bedreiging kunnen vormen voor deze infrastructuur. Om (potentiële) bedreigingen tijdig te signaleren en indien nodig in te grijpen, werkt de minister van IenW in het PBNI samen met 5 andere ministeries  (Defensie, Economische Zaken, Klimaat en Groene Groei, Justitie en Veiligheid, Buitenlandse Zaken) en met de NCTV, AIVD en MIVD. Daarnaast werkt het programmateam samen met sectorpartijen, zoals de energie- en telecomindustrie die in de Noordzee verschillende pijpleidingen en kabels hebben aangelegd, en de omringende Noordzeelanden, de NAVO en de EU.

Veel data beschikbaar, maar weinig samenwerking

Op de Noordzee zijn veel verschillende partijen actief die allerlei data verzamelen. Zo monitort de Kustwacht scheepsbewegingen, TenneT elektriciteitskabels, en Rijkswaterstaat verzamelt hydrologische data over golfhoogte. Elke partij analyseert en interpreteert de eigen data, maar deelt de informatie niet of beperkt met andere partijen. Daardoor is er geen geïntegreerd (dreigings)beeld van de veiligheid op de Noordzee. 

Concrete acties ter verbetering van de veiligheid

Onder coördinatie van de minister van IenW zijn activiteiten ontplooid om (onder meer) de surveillancecapaciteit te verbeteren. Zo is door een nulmeting bekend op welke plekken op de Noordzee sensoren missen, en er ligt een plan om de dekking door sensoren te verbeteren (wat nog wacht op financiering). Er zijn extra zenders aangeschaft voor een beveiligd communicatienetwerk, Defensie heeft een extra patrouillevaartuig ingehuurd voor surveillance op de Noordzee en 2 schepen van de Kustwacht hebben warmtebeeldcamera’s gekregen. Toch kan het PBNI desgevraagd niet aangeven hoeveel verbetering in het (dreigings)beeld dit heeft opgeleverd ten opzichte van de nulmeting.

Kabinet wil één informatieknooppunt, departementen worden het niet eens over inrichting

ABDTOPConsult heeft in 2025 de huidige aansturing van beveiliging op zee onderzocht. Eén van de aanbevelingen uit dit onderzoek was de herbevestiging van het plan in 2024 om één informatieknooppunt op te richten waar alle beschikbare data over de Noordzee samenkomen en aan elkaar worden gekoppeld, voor een geïntegreerd (dreigings)beeld. Het kabinet nam dit voorstel over, maar de betrokken partijen (de ministers van JenV, Defensie en IenW) worden het niet eens over wie verantwoordelijk is en wie financiert. De realisatie van het beoogde informatieknooppunt is dus nog niet in zicht.

Financieringsprobleem vanaf 2026

Het kabinet heeft in 2024 en 2025 in totaal €41,4 miljoen beschikbaar gesteld voor het PBNI, maar niet voor 2026. De minister van IenW heeft  ten behoeve van PBNI het kabinet om langlopende financiering gevraagd van jaarlijks €70 miljoen vanaf 2026. Het ministerie van IenW heeft uit eigen middelen € 6,2 miljoen overbruggingsfinanciering ter beschikking gesteld om een aantal lopende initiatieven voor te kunnen zetten in 2026. Inmiddels heeft de minister besloten nog zo’n € 6 miljoen vrij te maken voor 2026, dus in totaal €12,1 miljoen.