Ouderdomsregelingen ontleed

Nederland vergrijst. De verwachting van het CBS is dat in 2030 het aantal 65-plussers het aantal jongeren (20-minners) zal overtreffen met bijna een half miljoen. De vergrijzing betekent dat jaarlijks steeds meer ouderen een basispensioen, op basis van de Algemene Ouderdomswet (AOW), ontvangen. In 2018 kregen bijna 3,5 miljoen ouderen AOW. Namens de rijksoverheid voert de Sociale Verzekeringsbank de AOW uit. Dit gebeurt op een doelmatige manier: de kosten zijn relatief laag en SVB spant zich in zodat (nagenoeg) iedereen AOW ontvangt. Toch ontvangen tienduizenden ouderen geen aanvulling op hun AOW, terwijl zijn er wel recht op hebben.  

Bestuurlijke boodschap

Circa helft AOW’ers met recht op aanvulling krijgen die niet



Met de AOW was in 2018 een bedrag van € 37,2 miljard gemoeid. Dit geld wordt opgebracht door premieafdrachten van werkenden en belastinggeld. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) is verantwoordelijk voor de uitvoering. Naast de AOW bestaan er aanvullende regelingen voor specifieke categorieën ouderen. Kabinet en parlement hebben deze aanvullende regelingen in wet- en regelgeving vastgelegd. De Aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) is zo’n regeling. Deze is bedoeld voor ouderen die onvoldoende inkomen of vermogen hebben om in hun levensonderhoud te voorzien. Bijvoorbeeld mensen die geen volledige AOW-rechten hebben opgebouwd tijdens hun werkzame leven. Het onderzoek wijst uit dat 48 % tot 56 % van deze ouderen de aanvulling AIO niet krijgen, terwijl zij er wel recht op hebben. Dit betreft 34.000 tot 51.000 huishoudens van een of meer personen.

Niet gebruik van de AIO komt meer voor bij huishoudens met deze achtergrondkenmerken

Figuur rapport Ouderdomsregelingen ontleed

SVB kan groep niet goed bereiken

Uit ons onderzoek blijkt dat de Sociale Verzekeringsbank zich inspant om meer ouderen gebruik te laten maken van deze aanvullende regeling. Daarvoor heeft SVB gegevens over inkomen en vermogen nodig die beheerd worden door uitkeringsinstantie UWV en door de Belastingdienst. Volgens de minister van SZW maakt de privacywetgeving het niet mogelijk dat SVB deze gegevens van de andere instanties ontvangt.

Aanbevelingen

Wat zijn onze aanbevelingen?


De Algemene Rekenkamer beveelt aan om nader onderzoek te doen naar de mogelijkheden om die gegevensuitwisseling tussen instanties wel mogelijk te maken.

Verder doet de Algemene Rekenkamer aanbevelingen om de informatie aan het parlement over de financiering van de AOW en aanvullende regelingen inzichtelijker te maken. De financiering van de AOW kan ook eenvoudiger gemaakt worden als de zogenoemde BIKK (gedeeltelijke compensatie voor heffingskortingen) wordt opgeheven en er één rijksbijdrage aan het Ouderdomsfonds voor in de plaats komt.

Methoden en normen

Welke methoden hanteerden wij in ons onderzoek?


We hebben de relevante documenten onderzocht en betrokken instanties gesproken. Om het niet-gebruik van de AIO in kaart te brengen hebben we een logistische regressieanalyse naar de achtergrondkenmerken uitgevoerd. Hiervoor hebben we microdata van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gebruikt.

Maatschappij

Waarom onderzochten wij de ouderdomsregelingen?


Het onderzoek Ouderdomsregelingen ontleed maakt deel uit van ons programma ‘Inzicht in premiesectoren zorg en sociale zekerheid’. Doel van dit onderzoeksprogramma is de Tweede Kamer zicht bieden op de prestaties van de premiesectoren zorg en sociale zekerheid.

Vanwege het grote maatschappelijke en financiële belang heeft de Algemene Rekenkamer dit onderzoek naar de ouderdomsregelingen uitgevoerd. Deze regelingen zijn in de loop der jaren tal van keren veranderd. De uitgaven aan de AOW omvatten bijna de helft van de uitgaven aan de sociale zekerheid. De uitgaven aan de AOW zullen de komende jaren verder oplopen.

Hier zijn we

Stand van zaken


Het onderzoek is gepubliceerd op woensdag 13 november 2019 en toegelicht aan de Tweede Kamer. De minister van SZW en de raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank hebben in een brief op de bevindingen gereageerd. Deze reacties zijn gelijktijdig met het rapport gepubliceerd.