Werkterrein

Ons werkterrein omvat het Rijk en de daarmee verbonden instellingen. Daarnaast onderzoeken we het geld van de Europese Unie (EU) dat in Nederland wordt uitgegeven. We zoeken actief de dialoog met onze belanghebbenden. We vinden het belangrijk te weten welke behoeften, ideeën en vraagstukken er leven.

Voor parlement en regering

We schrijven onze rapporten in eerste instantie voor parlement en regering. We geven het parlement informatie zodat Kamerleden kunnen bepalen of het beleid van een minister werkt. We proberen onze onderzoeken zo goed mogelijk af te stemmen op de wensen en behoeften van Kamerleden. Tot onze belangrijkste doelgroep rekenen we naast het parlement, ministers en ministeries ook andere rekenkamers (lokaal en internationaal) en wetenschappers.

Samenleving en media

Ons werk dient de samenleving. Daarom zorgen we ervoor dat relevante informatie over onze onderzoeken toegankelijk is. We onderhouden contacten met de media, zodat we uitkomsten van onderzoek en een toelichting over onze rol en positie kunnen delen met het publiek. We zetten verschillende communicatiemiddelen in om onze boodschap onder de aandacht te brengen.

Ons werk bij de rijksoverheid

De ministeries zijn verantwoordelijk voor beleid van de rijksoverheid en voor de uitvoering daarvan. De rijksoverheid werkt daarbij samen met andere overheden en organisaties. In 2016 bedroegen de inkomsten van de rijksoverheid uit belasting en premies € 260,8 miljard, plus € 28,6 miljard aan overige inkomsten. Dat wordt uitgegeven aan voorzieningen als onderwijs, zorg, wegen en politie. Wij kijken of de ministers geld hebben geïnd en besteed volgens de regels. Het is belangrijk dat het niet aan andere dingen wordt besteed dan waarvoor het bestemd is. En dat je als burger kunt zien dat de belasting die je betaalt op de goede plek terechtkomt. We gaan ook na of ministeries hun bedrijfsvoering op orde hebben. En we onderzoeken of het beleid de gewenste resultaten heeft.

Hoe burgers en bedrijven te maken hebben met de inkomsten en uitgaven van de publieke sector

Hoe burgers en bedrijven te maken hebben met de inkomsten en uitgaven van de publieke sector

Instellingen met een publieke taak, die niet tot de rijksoverheid behoren

Veel belangrijke taken die in de wet geregeld zijn, voert de rijksoverheid niet zelf uit. Dat gebeurt door zogenaamde instellingen op afstand van het Rijk. Voor het uitvoeren van deze wettelijke taken, worden deze instellingen en organisaties geheel (of gedeeltelijk) betaald met publiek geld. Denk bijvoorbeeld aan het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV). Deze ‘rechtspersonen met een wettelijke taak’ (rwt’s) geven jaarlijks in totaal rond de € 132 miljard uit. Dit geld is bijvoorbeeld voor:

  • onderwijs, door scholen en universiteiten;
  • uitvoering van de sociale zekerheid door de SVB en het UWV;
  • onderhoud en beheer van het spoor door Prorail;
  • toezicht op banken door DNB; 
  • medisch onderzoek door academische ziekenhuizen.

Geld van de Europese Unie (EU)

Geld uit Europa moet volgens de regels worden uitgegeven. Elk jaar draagt Nederland zo’n € 6 miljard aan de Europese Unie (EU) af. En we ontvangen € 2 miljard, vooral in de vorm van subsidies. Die subsidies komen onder meer uit de Europese landbouwfondsen, visserijfondsen, sociale fondsen en migratiefondsen.

Beheer

Elk Europees land, dus ook Nederland, beheert het geld dat het uit deze fondsen krijgt samen met de Europese Commissie. Dat betekent dat elk land medeverantwoordelijk is voor een goede besteding. Het moet voor iedereen inzichtelijk zijn dat er nergens is gesjoemeld en dat er geen fouten zijn gemaakt. Daarom doen we regelmatig onderzoek naar hoe dit geld wordt beheerd. We beoordelen hoe transacties worden gecontroleerd en we gaan na of er goed verantwoording wordt afgelegd over de besteding. Ook doen we onderzoek naar de resultaten die met de EU-subsidies worden geboekt.

Internationale samenwerking

Veel grensoverschrijdende ontwikkelingen, zoals terrorismebestrijding, klimaatvraagstukken en de vluchtelingenproblematiek vragen een internationale aanpak. Door internationale samenwerking willen we onze effectiviteit vergroten. Zo hebben wij bijvoorbeeld in 2013 met de rekenkamers van Bulgarije, Griekenland, Hongarije, Slovenië, Polen, Ierland, Noorwegen en Nederland gezamenlijk een onderzoek uitgevoerd naar de handhaving van de Europese Verordening Overbrenging Afvalstoffen (EVOA).

Daarnaast kunnen buitenlandse rekenkamers ons inspireren en helpen de kwaliteit van ons onderzoek te verbeteren. Wij dragen op onze beurt bij aan de ontwikkeling van rekenkamers elders in de wereld.