Verantwoordingsonderzoek

Alle ministers verantwoorden zich jaarlijks aan het parlement over het belastinggeld dat zij ontvangen en uitgeven. Dit doen zij in hun jaarverslag. Elk jaar controleert de Algemene Rekenkamer of zij het geld rechtmatig, dat wil zeggen volgens de regels besteden. We onderzoeken ook of de bedrijfsvoering op de ministeries op orde is. Ten slotte kijken we of het beleid de gewenste resultaten heeft gehad.

De rijksoverheid ontvangt jaarlijks zo’n 280 miljard euro. En geeft ook ongeveer 280 miljard euro uit.  Op Verantwoordingsdag brengt de Algemene Rekenkamer in kaart of de overheid dat zinnig, zuinig en zorgvuldig doet. 

Dat gaat als volgt: 
 Op Prinsjesdag presenteren de ministers hun begrotingen en nieuwe plannen voor het komende jaar.  Anderhalf jaar later, als al het geld is uitgegeven, brengen de ministers hun jaarverslagen uit op Verantwoordingsdag. De Algemene Rekenkamer controleert de jaarverslagen als onafhankelijke controleur. De Algemene Rekenkamer geeft inzicht of burgers waar krijgen voor hun geld.
 Door drie vragen te stellen:

  •  Is het geld volgens de regels besteed?
  •  Zijn de zaken goed geregeld op de ministeries?
  •  En levert het beleid ook het beloofde resultaat op? 

 De Algemene Rekenkamer velt daarover een onafhankelijk oordeel. Op deze manier helpen we de Tweede Kamer met het controleren van het kabinet. En weten burgers of hun belastinggeld zinnig, zuinig en zorgvuldig is besteed. Op rekenkamer.nl kun je lezen hoe het kabinet het ‘t afgelopen jaar heeft gedaan. De Algemene Rekenkamer geeft meer inzicht in het presteren en functioneren van de rijksoverheid. 

Omdat we vinden dat inzicht de basis is voor vertrouwen.

Eigen onderzoek en steunen op controles van anderen

We doen onderzoek naar de kwaliteit van informatie in jaarverslagen en naar de bedrijfsvoering van ministeries. Daarbij steunen wij in het verantwoordingsonderzoek op de controles van anderen, bijvoorbeeld van de Auditdienst Rijk.

Cyclus van begroting en verantwoording: anderhalf jaar

Op de derde dinsdag in september (Prinsjesdag) presenteert de regering haar plannen voor het komende begrotingsjaar. Ruim anderhalf jaar later verantwoorden de ministeries zich in hun jaarverslagen over hun uitgevoerde activiteiten in dat jaar. Dat gebeurt op Verantwoordingsdag, de derde woensdag van mei. Dan publiceren wij de 'Staat van de rijksverantwoording': het rapport van de Algemene Rekenkamer bij het Financieel jaarverslag van het Rijk. Op die dag presenteren wij bovendien onze rapporten bij de jaarverslagen van de ministeries.

De begrotingscyclus 2016 loopt van najaar 2015 tot en met mei 2017

Staat van de rijksverantwoording

In dit rapport bij het Financieel jaarverslag van het Rijk geven we een verklaring van goedkeuring. Daarmee keuren we de rijksrekening van uitgaven en ontvangsten en de saldibalans van het Rijk goed. Daarnaast informeren wij de Staten-Generaal over het beheer van de ministeries en over de verantwoording die de ministers daarover afleggen in hun jaarverslagen. Als alles goed is kan het parlement vervolgens decharge verlenen aan de ministers: de ministers worden dan ontheven van hun verantwoordelijkheid voor het financieel beheer in een verslagjaar.

Rapporten bij de jaarverslagen

In onze rapporten bij de jaarverslagen geven we aan of de minister volgens de regels met belastinggeld is omgesprongen. We beoordelen ook of hij of zij de financiële informatie volledig en juist heeft weergegeven in het jaarverslag en in de saldibalans. Ook kijken we naar de bedrijfsvoering van het ministerie. Ten slotte geven we een oordeel over de beleidsinformatie die de minister in het jaarverslag heeft verstrekt.
Fouten en onzekerheden die we in het jaarverslag en in de saldibalans aantreffen, nemen we op in ons rapport bij het jaarverslag. In ons rapport vermelden we ook eventuele problemen in de bedrijfsvoering van het ministerie. We noemen dat ‘onvolkomenheden’. Hiermee informeren we het parlement en willen we de betreffende minister aansporen om de bedrijfsvoering te verbeteren.

De Algemene Rekenkamer onderzoekt en beoordeelt het Financieel Jaarverslag van het Rijk en de jaarverslagen van de ministeries.

Bezwaar maken

De Algemene Rekenkamer kan bezwaar maken tegen onrechtmatigheden of tegen het financieel beheer of materieelbeheer van een minister. De bezwaarprocedure is bedoeld als signaal dat maatregelen dringend nodig zijn. Voordat we besluiten om bezwaar te maken, doen we eerst een nader onderzoek naar het probleem. Zo’n onderzoek heet een bezwaaronderzoek. Op grond van de resultaten van het bezwaaronderzoek nemen we een besluit over het al dan niet maken van bezwaar. We maken alleen in bijzondere situaties gebruik van de bezwaarprocedure. Bijvoorbeeld wanneer een minister verweten kan worden niet te reageren op eerdere signalen en aanbevelingen. Of wanneer er sprake is van omvangrijke fouten in het jaarverslag.