Monitoring beleid voor ontwikkelingssamenwerking

Video bij het rapport Monitoring beleid voor ontwikkelingssamenwerking.

Monitoring beleid voor ontwikkelingssamenwerking

(Over een weg bij een hoog gebouw rijden mensen op scooters. Voice-over:)

RUSTIGE MUZIEK EN GETOETER

VOICE-OVER: Sinds 2011 onderzoekt de Algemene Rekenkamer de uitgaven en besteding van Nederlands geld voor ontwikkelingssamenwerking.
Deze keer ligt de focus op de samenwerking met het bedrijfsleven.
Het kabinet wil dat de private sector een grotere rol speelt bij het verbeteren van de leef- omstandigheden in ontwikkelingslanden en het realiseren van economische groei daar.
De Nederlandse overheid draagt daarom bij aan private investeringen in ontwikkelingslanden investeringen die ondernemers anders niet zouden realiseren.
Hulprelaties met landen kunnen zo worden omgezet in handelsrelaties.
In dit verband ontstaan mooie projecten die resulteren in duurzame werkgelegenheid.
Lokale boeren krijgen bijvoorbeeld de kans om hun veestapel uit te breiden.
Zo kunnen ze meer en betere melk leveren waardoor ze een beter bestaan kunnen opbouwen.

(Aan een tafel zitten Aziatische mensen te werken.)

Een textielfabriek van een Nederlandse ondernemer zorgt voor een flink aantal arbeidsplaatsen in een Vietnamese regio waar verder weinig werkgelegenheid is.
Het gaat niet alleen om eenvoudig, laaggeschoold werk maar ook om de ontwikkeling van hoogwaardige arbeidsplaatsen.
In een fabriek waar reddingsboten worden gemaakt worden bijvoorbeeld ook de kranen voor het takelen van die boten ontworpen en gemaakt. Daar staat innovatie dus centraal.
En in het spoor hiervan maken ook lokale toeleveranciers een economische groei door.
We hebben in ons onderzoek gekeken hoe die besteding van ontwikkelingsgeld via het bedrijfsleven precies in z'n werk gaat bij de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.
De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland heeft in 2014 namens het ministerie voor 110 miljoen euro subsidies gegeven voor ondernemen in ontwikkelingslanden.
Dat geld is uitgegeven in 67 landen.
15 daarvan zijn aangewezen als partnerland voor ontwikkelingssamenwerking.
Bedrijven kunnen in alle sectoren subsidie aanvragen en er is ook weinig beperking in de landenkeuze.
Het gevolg is een grote hoeveelheid regelingen en instrumenten om te voorzien in al die combinaties.
Dat zorgt voor een arbeidsintensieve en daarmee relatief dure uitvoering.
FRANCINE GISKES: De minister richt haar ontwikkelingssamenwerkingsbeleid onder andere op het bedrijfsleven.
En daarmee hoopt ze dat het mes aan twee kanten snijdt zowel in die landen als ook voor Nederland zelf.
En wij hebben zelf in Vietnam gezien dat dat ook heel goed kan werken.
Maar ja, dat is natuurlijk maar één voorbeeld en wat ons betreft, wordt er over de hele linie beter duidelijk gemaakt dat dit ook een efficiënt en effectief beleid is.
Tegelijkertijd hebben wij gezien in ons onderzoek dat er wel heel veel regelingen zijn voor heel veel bedrijven in heel veel landen.
Kortom: dat het wel een versnipperd beeld is.
En dat kan niet anders dan geld kosten en dat is gewoon jammer en wij bepleiten dan ook dat er gewoon nog meer focus komt binnen dat werk gericht op het bedrijfsleven.
VOICE-OVER: Meer over dit onderzoek staat in ons rapport Monitoring beleid voor ontwikkelingssamenwerking het financieringskanaal bedrijfsleven.
Het is ons zesde rapport in een reeks over de besteding van het Nederlandse geld voor ontwikkelingssamenwerking. Alle rapporten staan op onze website.

(Beeldtekst: rekenkamer.nl. Productie: StainlessMedia.com. Copyright 2016. Algemene Rekenkamer.)