Het Verdrag van Maastricht vormt sinds 1992 de basis voor de coördinatie van het macro-economisch beleid en het begrotingsbeleid van de lidstaten van de EU. In dit verdrag werd het streven naar de Economische en Monetaire Unie (EMU) en een gemeenschappelijke munt vastgelegd. Het verdrag stelt als eis aan het begrotingsbeleid van de lidstaten dat het begrotingstekort niet groter mag zijn dan 3% van het bbp en dat de overheidsschuld niet groter mag zijn dan 60% van het bbp. Het verdrag regelt ook het toezicht daarop.

In het Stabiliteits- en Groeipact van 1997 is een en ander uitgewerkt. De regels werden onderverdeeld in een ‘preventieve arm’ en een ‘correctieve arm’. De preventieve arm richt zich op de overheidsinkomsten en -uitgaven op de middellange termijn. De correctieve arm betreft de jaarlijkse maximale overheidstekorten en staatsschuld.
Het budgettaire beleid bleef in handen van de lidstaten, maar werd wel gebonden aan de regels van het Stabiliteits- en Groeipact.

Aanscherping van de regels in 2011

De financiële en economische crisis zette de EU-afspraken over het begrotingsbeleid van de lidstaten onder druk. Sinds 2011 zijn de regels daarom aangescherpt. De aanscherpingen zijn opgenomen in 2 pakketten: het zogeheten sixpack (2011) en het twopack (2013). De aangescherpte regels uit beide pakketten gelden, met uitzondering van de sanctiebepalingen, voor alle EU-lidstaten. Eventuele sancties kunnen alleen worden opgelegd aan de landen uit de eurozone.

Met de regels uit het sixpack werd ook het toezicht versterkt. Dit gebeurde door invoering van de ‘macro-economische onevenwichtigheidsprocedure’ (MEOP). Deze procedure is bedoeld om structurele hervormingen op terreinen als werkgelegenheid, concurrentiepositie en huizenmarkt in gang te kunnen zetten in lidstaten waar dit nodig is. De MEOP-procedure vormde daarmee een aanvulling op de eenzijdige aandacht voor de overheidsfinanciën in de lidstaten.

Op nationaal niveau houdt de Raad van State, in de rol van nationale begrotingsautoriteit, toezicht op de naleving van de Europese begrotingsregels. Deze taak vloeit voort uit het Stabiliteitsverdrag dat de EU-lidstaten in 2012 hebben gesloten.

Meer informatie

Het Europees Semester

De preventieve onderdelen van het Stabiliteits- en Groeipact en de MEOP-procedure komen samen in het Europees Semester. De Europese Commissie gebruikt beide instrumenten sinds 2011 om het economisch, budgettair en werkgelegenheidsbeleid van de EU-lidstaten te coördineren. Het Europees Semester omvat ook de beoordeling van de nationale hervormingsprogramma’s die lidstaten in het kader van de Europa 2020-strategie indienen.

Het Europees Semester mondt elk jaar uit in zogenoemde ‘landspecifieke aanbevelingen’ van de Raad van de EU. Het toezenden door de Europese Commissie van deze aanbevelingen vindt plaats in de eerste helft van het jaar, zodat de lidstaten met de aanbevelingen rekening kunnen houden bij het opstellen van hun begroting in de tweede helft van het jaar.

Op 4 juni 2025 heeft de Europese Commissie het meest recente voorjaarspakket van het Europees Semester gepresenteerd. Er wordt aandacht besteed aan de instabiele veiligheids- en handel situatie door onder andere de Russische invasie van Oekraïne. De Europese Commissie ziet het Europees Semester als een cruciaal onderdeel van de herstelstrategie van de EU na de coronacrisis, waarbij wordt gebruikgemaakt van de Herstel- en veerkrachtfaciliteit. De voorstellen voor de landspecifieke aanbevelingen (LSA’s) van de Commissie bieden de lidstaten richtsnoeren voor de aanpak van belangrijke economische en sociale uitdagingen die door de herstel- en veerkrachtplannen nog gedeeltelijk of helemaal niet worden aangepakt.

De Europese Commissie heeft daarnaast de jaarlijkse macro-economische kwetsbaarheden van EU-lidstaten bekend gemaakt. Volgens de Europese Commissie is in 6 lidstaten (waaronder Nederland) sprake van onevenwichtigheden. En in één lidstaat (Roemenië) is volgens de Commissie sprake van buitensporige onevenwichtigheden. In november 2025 startte de Commissie een “diepgaand” onderzoek naar de macro economische onevenwichtigheden in Nederland.
De gesignaleerde onevenwichtigheden betreffen in het geval van Nederland al jaren met name de hoge private schulden en het overschot op de lopende rekening.

Meer informatie