Nederland is als lid van de Europese Unie gehouden aan de naleving van het EU-recht. Bij het vermoeden van een schending van EU-recht kan de Europese Commissie een zogenoemde inbreukprocedure in gang zetten. Op dit moment lopen er in de EU als geheel 1611 van dergelijke procedures. In Nederland gaat het om 54 lopende procedures. Daarmee staat Nederland ongeveer in de middenmoot in vergelijking met de andere EU-lidstaten.
In het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU) staat wat de bevoegdheden van de EU zijn en hoe de EU die bevoegdheden kan uitoefenen. Samen met het Verdrag van Maastricht uit 1992 vormt het VwEU de belangrijkste wettelijke basis van de EU. De rechten en plichten die voortvloeien uit de EU-verdragen en de daarop gebaseerde Europese wetten (EU-richtlijnen, EU-verordeningen en EU-besluiten) gelden voor alle EU-lidstaten en hun onderdanen. Het EU-recht heeft vaak rechtstreekse werking en heeft voorrang boven het nationale recht van de lidstaten.
Door ondertekening van de zojuist genoemde EU-verdragen heeft Nederland zich verbonden aan het implementeren en naleven van alle EU-wetten en -regels. Daarnaast mag Nederland als EU-lidstaat geen maatregelen invoeren die strijdig zijn met de verplichtingen die voortvloeien uit de EU-verdragen.
Sommige Europese wetten moeten onverkort door de EU-lidstaten worden overgenomen en uitgevoerd. Dit geldt voor Europese verordeningen. Soms geldt hierbij wel een overgangstermijn.
Europese richtlijnen leggen een einddoel vast. De EU-lidstaten moeten dan eigen nationale wetten en regels opstellen die ertoe leiden dat het EU-doel wordt gehaald. Richtlijnen moeten binnen een vastgestelde periode worden omgezet in nationale wetten.
Over de toepassing van EU regels kan in de praktijk discussie plaatsvinden: tussen bedrijven/burgers en de overheid. Dit leidt wel eens tot juridische procedures. Daarnaast worden mogelijke schendingen van EU-recht onderzocht door de Europese Commissie. De Commissie beschikt hiervoor over een aantal formele en informele instrumenten.
Tussen 2010-2020 zijn meer dan 1.000 klachten over Nederland bij de Europese Commissie ingediend. Veel daarvan bleken ongegrond. Van de zaken die de Commissie onderzocht, konden er veel via informele procedures tot een oplossing komen. Waar het tot formele procedures kwam, trok Nederland meestal aan het kortste eind. In die gevallen moest Nederland het niet-nakomen van het EU-recht ongedaan maken. Ook moest Nederland in die gevallen aanpassingen doorvoeren in de nationale wetgeving.
Vergeleken met andere EU-lidstaten bevindt Nederland zich ongeveer in de middenmoot als het gaat om mogelijke schendingen van het EU-recht bij de uitvoering van EU-regels.
We behandelen achtereenvolgens de volgende vragen:
De Europese Rekenkamer publiceerde in 2018 op verzoek van het Europees Parlement een rapport over o.a. de processen die de Europese Commissie kan inzetten om mogelijke inbreuken op de EU-wetgeving door EU-lidstaten te voorkomen, op te sporen en indien nodig te corrigeren. Deze publicatie bevat een inventarisatie van wat de Commissie kan doen. Het rapport bevat geen empirische toets waaruit blijkt hoe vaak dergelijke situaties zich in de praktijk hebben voorgedaan. In december 2024 heeft de Europese Rekenkamer een rapport gepubliceerd over de wijze waarop de Commissie heeft gezorgd voor tijdige opsporing, follow-up en adequate monitoring van en verslaglegging over inbreukzaken. De Europese Rekenkamer concludeerde dat de Commissie haar beheer wat betreft het opsporen en corrigeren van inbreuken op de EU-wetgeving heeft verbeterd, maar dat het nog steeds te lang duurt voordat inbreukzaken worden afgesloten.
Er zijn ons geen onderzoeken van andere nationale rekenkamers in de EU naar dit onderwerp bekend.
Wetenschappelijke studies naar de manier waarop Nederland uitvoering geeft aan EU-wetgeving en naar problemen die zich voordoen rond incorrecte of onvolledige uitvoering, zijn schaars. Het weinige onderzoek dat de afgelopen jaren is verricht naar de nationale implementatie van EU-wetgeving richt zich hoofdzakelijk op ‘transpositie’ – dat wil zeggen: op de vertaling van EU-voorschriften in nationale wetten – en hoe tijdig dat gebeurt.
Overig onderzoek
Laatst geactualiseerd april 2026, stand van zaken januari 2026.