In ons onderzoek EU-recht in de praktijk, dat we op 15 juni 2023 publiceerden, hebben we een overzicht gegeven van de formele en informele procedures die de Europese Commissie tussen 2010 en 2020 heeft ingesteld in verband met mogelijke schendingen van het EU-recht door Nederland. Niet eerder zijn in een onderzoek deze procedures naast elkaar onderzocht. We constateerden onder meer het volgende:

  • Er zijn 1.025 klachten over Nederland bij de Europese Commissie binnengekomen, meestal over werkgelegenheid, milieu en interne markt. Hiervan heeft de Commissie 164 klachten gegrond bevonden. Daarvan werden er 92 onderwerp van een EU PILOT. Voor de Commissie vormden 18 zaken aanleiding om meteen een formele inbreukprocedure te starten.
  • Vanuit andere EU-lidstaten zijn 443 SOLVIT-zaken tegen Nederland in gang gezet. Daarvan werden er 363 opgelost; een oplossingspercentage van 84,2%. In de meeste gevallen ging het om klachten op het terrein van sociale zekerheid en vrij verkeer van personen. De klachten die Nederland binnenkreeg kwamen vooral uit het Verenigd Koninkrijk, Polen en Duitsland.
  • Er waren 264 EU PILOT-procedures tegen Nederland, op vrijwel alle beleidsterreinen. 177 van deze procedures (67%) werden afgesloten nadat de Europese Commissie de reactie van Nederland had geaccepteerd. De procedure had in die gevallen een preventieve werking. Bij 54 procedures volgde er een verdere behandeling door de Europese Commissie. In 39 gevallen betrof dit een inbreukprocedure.
  • Er zijn 67 inbreukprocedures op inhoudelijke gronden tegen Nederland ingesteld. Er was in die gevallen volgens de Commissie sprake van incorrecte of incomplete implementatie en/of uitvoering van EU-wetten. Eind 2020 waren er 49 inbreukprocedures beëindigd. In 38 gevallen konden wij de uitkomst reconstrueren. In de meerderheid van die gevallen heeft Nederland uiteindelijk voldaan aan eisen van de Commissie.
  • Tussen 2010 en 2020 zijn 13 zaken door de Europese Commissie aanhangig gemaakt bij het Europees Hof van Justitie. In 10 van die zaken heeft het Hof een uitspraak gedaan. In 6 gevallen volgde een veroordeling van Nederland. Dat betekent dat Nederland het niet-naleven van het EU-recht ongedaan moest maken en aanpassingen moest doorvoeren in de nationale wetgeving.
  • Nederland was bij 605 prejudiciële zaken betrokken. In 260 gevallen was dit na een verwijzing door een Nederlandse rechter. In de overige gevallen besloot Nederland om te participeren in een zaak naar aanleiding van een verwijzing door een rechter uit een andere lidstaat. De uitspraak van het Hof kwam in een ruime meerderheid van de zaken overeen met het Nederlandse standpunt.

Meer informatie

Landenvergelijkend beeld

Op het zogenaamde Single Market Scoreboard laat de Europese Commissie op hoofdlijnen zien hoe EU-lidstaten ten opzichte van elkaar presteren als het gaat om inbreukprocedures en SOLVIT. Van de pre-inbreukdialogen (voorheen EU-PILOT) die zijn doorlopen geeft de Commissie alleen een algemeen beeld.

De landenpagina voor Nederland op dit scoreboard biedt een samenvattend beeld van formele en informele procedures die tegen ons land hebben gelopen. Afgezet tegen het aantal procedures waarmee andere EU-lidstaten in dezelfde periode te maken hebben gehad (op basis van de gegevens van de Europese Commissie), bevindt Nederland zich ongeveer in de middenmoot.

Meer informatie