De Europese Commissie vervult als ‘dagelijks bestuur’ van de EU verschillende taken, waaronder het handhaven van de Europese wetgeving. Op grond van artikel 258 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VwEU) kan de Europese Commissie mogelijke schendingen van het EU-recht door lidstaten onderzoeken. De Europese Commissie beschikt hiervoor over een aantal formele en informele instrumenten:

  • Inbreukprocedure. Bij een mogelijke schending van het EU-recht door een EU-lidstaat kan de Europese Commissie een formele procedure in gang zetten. Deze zogenoemde inbreukprocedure begint met een uiteenzetting van de Europese Commissie waarin zij aangeeft waarom de lidstaat zijn verplichtingen volgens haar niet nakomt. Daarop volgt een schriftelijke dialoog, met vastgelegde reactietermijnen. Een inbreukprocedure wordt afgesloten als de mogelijke schending volgens de Commissie is weggenomen.
  • Europees Hof van Justitie. Indien nodig kan de Europese Commissie, als laatste onderdeel van een formele inbreukprocedure, naar het Europees Hof van Justitie gaan. Na een veroordeling door het Hof moet de lidstaat maatregelen nemen om de schending van EU-recht te beëindigen. Het Hof kan de lidstaat uiteindelijk een dwangsom per dag en/of een (eenmalige) boete opleggen.
  • Pre-inbreukdialoog. Bij het vermoeden van een schending van EU-recht zal de Europese Commissie doorgaans niet onmiddellijk een inbreukprocedure in gang zetten. Ze kan de lidstaat eerst informeel om opheldering vragen in een zogenoemde ‘pre-inbreukdialoog’. De lidstaat krijgt daarmee de kans om het probleem op te lossen. Op grond van de uitkomst van deze zogenoemde pre-inbreukdialoog (tot 2025 EU PILOT genaamd), die schriftelijk verloopt, bepaalt de Commissie of er alsnog een formele inbreukprocedure nodig is.
  • SOLVIT. In 2002 heeft de Europese Commissie onder de naam SOLVIT informeel mechanisme ingesteld om te bemiddelen bij problemen van burgers of bedrijven uit een EU-lidstaat met het beleid in een andere EU-lidstaat. 

Verder kan een nationale rechter die twijfels heeft over de juiste toepassing of uitleg van een bepaald onderdeel van het EU-recht duidelijkheid  krijgen door een vraag voor te leggen aan het Europese Hof van Justitie. Dit gebeurt met een zogenoemde prejudiciële vraag.

Er is pas sprake van een feitelijke schending van het EU-recht door een lidstaat als het Europees Hof van Justitie of een andere rechter dat definitief heeft vastgesteld.

De Europese Commissie vermeldt op haar website dat er momenteel 1611 inbreukprocedures lopen in de Europese Unie, waarvan er 54 in Nederland (stand per 31-12-2025). In 2025 zijn er 552 nieuwe inbeukprocedures gestart in de EU, waarvan 19 er betrekking hebben op Nederland. Er zijn 20 inbreukprocedures tegen Nederland gesloten in 2025. Er lopen op dit moment 18 pre-inbreukdialogen in Nederland (stand 31-12-2025).

De gemiddelde duur van inbreukprocedures tot sluiting van de procedure staat in 2025 voor Nederland op 45,3 maanden. Het Europese gemiddelde ligt in 2025 op 34,3 maanden.  In 2025 zijn 2 inbreukprocedures tegen Nederland verwezen naar het EU Hof, namelijk: de spoorconcessie aan NS, de niet-omzetting van de richtlijn niet-renderende leningen. 

Nederland heeft een omzettingsachterstand (het percentage richtlijnen waarvan de omzettingstermijn is verstreken) in 2025 die bovengemiddeld is (2,01% ten opzichte van 1,7% Europees gemiddelde). De nalevingsachterstand (het percentage omgezette richtlijnen waarvoor een inbreukprocedure loopt wegens onjuiste toepassing) van Nederland in 2025 was echter onder het Europees gemiddelde (1,54% ten opzichte van 1,6%).

De Europese Commissie houdt een openbaar register bij over de naleving van EU wetgeving sinds april 2025.

Meer informatie