Beroepsonderwijs

Het beroepsonderwijs wordt bekostigd met publiek geld. Hiermee betaalt het Rijk bijvoorbeeld het onderhoud van schoolgebouwen. Ook steekt het Ministerie van OCW extra geld in de verbetering van de kwaliteit van leraren. Wij doen hier onderzoek naar.

Recente publicaties

Vastgoed mbo (2019)

Daling van het aantal studenten in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) zal de komende jaren de budgetten van instellingen en daarmee de betaalbaarheid van de schoolgebouwen onder druk zetten. De sterke daling van het aantal studenten in de regio’s in het noorden en oosten van het land kan gevolgen hebben voor de aanwezigheid van mbo-scholen daar. Die waarschuwing geeft de Algemene Rekenkamer in een rapport over vastgoedbeheer in het mbo.

Ontwikkelingen in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs in beeld (Onderwijsmonitor, 2015)

Sinds 2015 stelt de minister van OCW extra geld beschikbaar voor het primair en voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs. Het extra geld is onder meer bedoeld voor de verbetering van de kwaliteit van leraren. De Tweede Kamer wil de komende jaren geïnformeerd worden over de besteding van dit extra geld. Ook wil de Kamer weten of de kwaliteit van leraren daadwerkelijk verbetert. De Algemene Rekenkamer heeft op verzoek van de Tweede Kamer een dashboard (Onderwijsmonitor) ontwikkeld, dat inzicht biedt in de mate waarin de doelen worden behaald.

Administratieve lasten van onderwijstijd in het mbo (2013)

Mbo-scholen moeten aan elke leerling 850 onderwijsuren per jaar aanbieden. Wanneer zij dat niet doen, kan het Ministerie van OCW de financiering van de betreffende opleiding terugvorderen. Het ministerie houdt toezicht op de uitvoering van deze zogenaamde 850-urennorm. Wij hebben de administratieve lasten voor mbo-instellingen die door dit toezicht ontstaan onderzocht.