De doelen die de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zich heeft gesteld voor de nieuwbouw blijven ver af van de praktijk. In 2025 zijn veel minder nieuwbouwwoningen gerealiseerd dan beoogd. Dat geldt ook voor de categorie flexwoningen waar de Algemene Rekenkamer nader onderzoek naar heeft gedaan.
Het verantwoordingsonderzoek van de Rekenkamer vermeldt dat de minister van het parlement toestemming had om specifiek voor woningbouw totaal € 731 miljoen in 2025 uit te geven. Het is minder dan de helft geworden: € 327 miljoen. Gemeenten vroegen afgelopen jaar minder rijkssteun voor woningbouw aan. Een deel van het budget is doorgeschoven naar latere jaren. De doelstelling om 100.000 woningen in een jaar te bouwen gezien de woningnood, is niet gehaald: 79.900.
Snel alternatief flexwoningen maakt verwachting niet waar
Voor de categorie flexwoningen - fabrieksmatig geproduceerde, kleine en verplaatsbare huizen die meestal circa 15 jaar op een locatie staan - rijst eenzelfde beeld op. Over het jaar 2025 bleef er ongeveer € 45 miljoen bij de minister op de plank liggen. Ook in de jaren ervoor zijn er tientallen miljoenen euro subsidies minder besteed aan flexwoningen dan wat de verantwoordelijke ministers beschikbaar hadden gesteld.
Flexwoningen moesten voor een versnelling in de woningbouw zorgen. De hoge verwachtingen van de ministers in de afgelopen jaren zijn niet waargemaakt. Zo kocht de toenmalige minister in de zomer van 2022 bijna 2.000 flexwoningen in. De meeste daarvan zijn pas in 2025 ergens in het land geplaatst op verzoek van een gemeente of woningcorporatie. Ruim 400 stuks waren in 2025 nog niet geplaatst.
Sinds 2021 hebben ministers totaal € 948 miljoen (tot en met 2025) uitgetrokken om de inzet van flexwoningen te stimuleren. Bedoeld voor burgers die snel een woonplek nodig hebben. Ook Oekraïense ontheemden en andere vluchtelingen met een verblijfstatus komen ervoor in aanmerking. De minister wilde met de zogenoemde Stimuleringsregeling flex- en transformatiewoningen van 2023 tot en met 2026 bijdragen aan de bouw van 38.700 flexwoningen. Feitelijk is tussen 2022 en eind 2025 met verschillende regelingen door de minister gezorgd voor 17.665 flexwoningen.
De reden voor dit matige resultaat is dat in de praktijk betrokken gemeenten en projectontwikkelaars tegen allerhande knelpunten aanlopen. Locaties zijn moeilijk te vinden. De financiering is vaak risicovol: verwachte huurinkomsten zijn meestal lager dan de kosten, omdat ze tijdelijk zijn. Ook met een overheidsbijdrage is de investering lang niet altijd rendabel. Weliswaar steeg de overheidsbijdrage in 2025 tot € 14.000, de belangstelling om flexwoningen te plaatsen blijft achter bij de verwachtingen. Het is geen zekerheid, ondanks de verbeterde kwaliteit van de kleine woningen, dat een flexwoning na verloop van tijd naar een andere plek kan verhuizen.
Als financiële bijdrage rijksoverheid in 2025 per flexwoning stijgt, neemt het aantal aanvragen van gemeenten beperkt toe
Deze afbeelding bevat twee staafdiagrammen. In het eerste staafdiagram zien we de hoogte van de SFT-bijdragen per woning over de periode 2022 tot en met 2025. De SFT-bijdrage staat voor een bijdrage vanuit de Stimuleringsregeling Flex- en Transformatiewoningen en wordt uitgekeerd door het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. In de tweede staafdiagram zien we het aantal aanvragen voor flexwoningen in de periode 2022 tot en met 2025. We zien daarbij duidelijk dat een hogere SFT-bijdrage slechts leidt tot een beperkte toename in het aantal aanvragen voor flexwoningen.
| Jaar | Bijdrage per flexwoning in € | Aantal aanvragen flexwoningen |
|---|---|---|
| 2022 | 12.000 | 7.814 |
| 2023 | 7.800 | 2.035 |
| 2024 | 7.800 | 1.551 |
| 2025 | 14.000 | 2.537 (aantal met aanvragen nog in behandeling is 2.799) |
Ook ouderenwoningen liggen achter op schema
De vraag naar geschikte woningen voor ouderen neemt toe, door de vergrijzing en de wens langer zelfstandig te blijven wonen. Tussen 2022 en 2030 zouden er 290.000 ouderenwoningen gebouwd worden. Vorig jaar meldde de Algemene Rekenkamer dat het niet aannemelijk is dit doel wordt gehaald. Medio 2025 bevestigde de minister tegenover de Tweede Kamer dat het stimuleren van de bouw van ouderenwoningen achterblijft.
Reactie minister op ambitieuze doelstelling
In reactie op dit onderzoek erkent de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening dat de opzet van het rijksbeleid voor flexwoningen te ambitieus is geweest. Zij verwacht nu nog jaarlijks 5.000 flexwoningen te plaatsen. Waar dat aantal op gebaseerd is, is voor de Algemene Rekenkamer niet helder.