Aanleg voorzieningen drinkwater en sanitair in ontwikkelingslanden op schema, maar cijfers zijn onzeker

Veel mooie projecten, maar tellen resultaten gaat niet altijd goed

Tussen 2016 en 2022 heeft de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking ongeveer € 670 miljoen uitgegeven aan toegang tot schoon drinkwater en sanitair voor mensen in ontwikkelingslanden. Het doel is dat in 2030 30 miljoen mensen schoon drinkwater hebben, en 50 miljoen mensen sanitair. Dat gebeurt in het kader van de afspraken over Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s) met de Verenigde Naties. We constateren dat er een concrete langetermijnstrategie is en dat er veel goed werk wordt gedaan door de uitvoerders ter plaatse. Wel blijkt uit ons
onderzoek dat de tellling van resultaten geen volledig en betrouwbaar beeld geeft en dat de levensduur van projecten niet altijd is geborgd.

Coverfoto rapport Resultaten tellen

Keuze voor concrete doelstelling is goed

De minister heeft zijn beleid tot 2030 uitgewerkt in de zogenaamde WASH-strategie. Het beleid wordt ter plaatse uitgevoerd door niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) en multilaterale organisaties, zoals UNICEF. Het is goed dat het beleid voor langere termijn is vastgelegd, en dat de doelstellingen SMART (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden) zijn gemaakt. Nederland is één van de weinige landen die heeft vastgelegd hoeveel mensen er in 2030 bereikt moeten zijn. Ook dit vinden wij een goede keuze.

Meer dan alleen aanleg kranen en sanitair

Naast concrete voorzieningen voor drinkwater en sanitair worden er ook projecten uitgevoerd die verder strekken. Bijvoorbeeld door kennis te delen met waterbedrijven, met als doel het water- en sanitairsysteem van een geheel land te versterken. Of door marktvorming op dit gebied te stimuleren. 

SDG tussendoelstelling bereikt

Figuur 1 rapport Resultaten téllen
1
Wat gaat er goed? Wat kan beter?
  • Gekozen voor een langetermijnstrategie met concrete doelen
  • Naast directe aansluitingen ook bredere projecten, bijvoorbeeld marktvorming
  • Onduidelijkheid in de tellingen
  • Meer aandacht nodig voor de gewenste levensduur van 15 jaar ten opzichte van andere beleidsdoelen
  • Beleid op sommige punten onvoldoende uitgewerkt

Cijfers geven geen volledig en betrouwbaar beeld

Tussen 2016 en 2022 is er elk jaar ongeveer € 100 miljoen besteed aan projecten op dit gebied (in 2022 was het € 70 miljoen). Om het doel in 2030 te behalen is het belangrijk dat de minister over juiste en volledige informatie over de uitvoering beschikt. Uit onderzoek van de Rekenkamer blijkt dat de cijfers waar de minister vanuit gaat (en over rapporteert aan het parlement) geen volledig en betrouwbaar beeld geven. 

Welke resultaten tellen?

De minister houdt de voortgang bij aan de hand van informatie van de uitvoerders van de projecten en is daarvan dus afhankelijk. Uit onderzoek van de Rekenkamer blijkt dat uitvoerders niet altijd op dezelfde manier tellen hoeveel mensen zijn bereikt met een project en dat er soms dubbel wordt geteld. Ook komt het voor dat uitvoerders mooie resultaten hebben behaald, maar dat deze niet vertaald kunnen worden naar de doelstelling. Denk bijvoorbeeld aan het maken van compost of het verwerken van uitwerpselen. Hierdoor geven de resultaten een onvolledig beeld van de realiteit ter plaatse. Dat vertroebelt het beeld dat de minister heeft van de voortgang. 

Indicator geeft een beperkt beeld van wat er in de praktijk gebeurt

Figuur rapport Resultaten tellen

De minister wil alleen fysieke aansluitingen zoals een toilet en kraan tellen. Toch worden soms ook andere voorzieningen meegeteld en er is geen controle. 

Levensduur van 15 jaar niet altijd geborgd

De minister stelt dat alle nieuw aangelegde voorzieningen voor drinkwater of sanitair minstens 15 jaar moeten meegaan. Dat betekent onderhoud. Het is echter onduidelijk wat de minister op dit gebied verwacht van de uitvoerders. Wie controleert of een wc of kraan nog steeds werkt? Wie onderneemt actie als het niet zo is? Het blijkt over het algemeen juridisch onmogelijk te zijn om dit op te leggen aan de uitvoerders van projecten. In veel gevallen is het onduidelijk of een eerder aangelegde voorziening nog steeds werkt. Ook dit vertroebelt de cijfers die naar het parlement gaan.

De Algemene Rekenkamer heeft in 3 landen projecten voor schoon drinkwater, sanitaire voorzieningen en voorlichting over hygiënische leefomstandigheden bezocht: Ghana,
Mozambique en Bangladesh. Daarbij hebben we mooie resultaten gezien, maar ook diverse keren waargenomen dat voorzieningen niet meer werkten door defecten, diefstal of andere redenen. 

Doelstellingen soms moeilijk samen te verwezenlijken

De minister heeft 6 beleidsdoelstellingen opgesteld, waarvan er 2 elkaar in de weg kunnen zitten: duurzaamheid en het helpen van de allerarmsten. De minister wil namelijk enerzijds (zoals boven genoemd) dat voorzieningen 15 jaar meegaan. Dat brengt kosten met zich mee, die vaak worden doorberekend aan de gebruikers. Tegelijkertijd wil de minister ook vooral de ‘allerarmsten’ bereiken, die daar juist geen geld voor hebben. Het zou goed zijn als de minister keuzes maakt in welke doelstelling(en) prioriteit hebben.

Eerdere signalen en rapporten niet opgevolgd

15 jaar geleden deed de Algemene Rekenkamer al onderzoek naar de toenmalige aanpak voor schoon drinkwater, met grotendeels dezelfde conclusies als in het huidige onderzoek. De meeste aanbevelingen voor een betere uitvoering van beleid zijn niet overgenomen, op één na. Ook de Directie Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie (IOB) van het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft eerder soortgelijke tekortkomingen vastgesteld. Daarnaast is een toegezegde tussenevaluatie is nooit uitgevoerd.