Weblog

18de Verantwoordingsdag: een meerderjarige traditie

Vaak geef ik mensen bij een jubileum of verjaardag een biografie die past bij hun interesse. Mijn gedachte daarbij is dat zo’n levensverhaal inspirerend en leerzaam is – of de hoofdpersoon nu leefde in de antieke oudheid, middeleeuwen of na de Franse Revolutie; er zijn altijd parallellen met onze tijd. Leren van wat anderen vóór ons deden, helpt voorkomen dat de geschiedenis zich onnodig herhaalt. 

Arno Visser

Het verleden kennen en begrijpen is bovendien relevant bij keuzes voor de toekomst. Het is niet voor niets dat juist in de kunsten vernieuwende schrijvers, componisten of schilders zeer goed op de hoogte waren van de traditie en geschiedenis van hun vak. Ze begonnen niet zo maar met iets nieuws, ze wisten heel goed wat ze wilden verbeteren. Als je niet weet waar je vandaan komt, weet je ook niet waar je naar toe gaat. Mondriaan begon niet opeens met het tekenen van rechte lijnen en geometrische vlakken. Beethoven was bekend met Haydn en Mozart maar wilde geen muziek maken die voor hem al was gecomponeerd. En Multatuli vond niet opeens een kist met kant-en-klare teksten op zolder, maar week qua vorm en inhoud heel bewust af van de literatuur die toen bekend was. 

Sommige dingen veranderen niet, herhalen zich steeds en worden een traditie. Tradities zijn belangrijk, omdat het verleden ervan actueel blijft. Een traditie is ‘het overdragen van persoon op persoon, van generatie op generatie,[…] van geestelijk bezit, van cultuurgoederen’. En hoewel het woord traditie (van het Latijnse tradere, overdragen)  menigmaal wordt geassocieerd met conservatisme en behoudzucht, zijn tradities allesbehalve in beton gegoten. Tradities veranderen, er komen nieuwe bij, sommigen raken in vergetelheid. En sommigen kunnen we vol genoegen eindeloos herhalen. 

Levende tradities geven betekenis en vertegenwoordigen iets dat we nog altijd waardevol vinden. Prinsjesdag is zo’n traditie. De Koning, staatshoofd en lid van de regering, maakt elk jaar op De Derde Dinsdag in September een rijtoer van paleis Noordeinde naar het Binnenhof om de voornemens van de regering kenbaar te maken aan in de Ridderzaal bijeengekomen leden van de Staten-Generaal. De ambities worden bekend gemaakt middels de begrotingen voor het komend jaar. Het is binnen en buiten de middeleeuwse Ridderzaal een feestelijk moment, met mensen uit alle hoeken van het land, kinderen die vrij van school hebben gekregen en een uitbundige hoedjesparade. Dat zou in theorie natuurlijk veel efficiënter kunnen. Bijvoorbeeld met een email direct naar 225 parlementariërs. Maar dat gaat voorbij aan de betekenis van Prinsjesdag. De rijtoer en het voorlezen van de Troonrede door de Koning weerspiegelen essentiële waarden in de democratische rechtstaat, de scheiding tussen de uitvoerende en de controlerende macht. Een feestje waard, ieder jaar weer.

Besteden we de publieke euro zinnig, zuinig en zorgvuldig? Wat kan efficiënter? Waar kan het beter? En wat werkt helaas niet zoals beoogd?

Het parlement speelt daarbij een centrale rol, met name waar het gaat om de inning en besteding van publiek geld. Bij hen rust het budgetrecht. De regering moet de volksvertegenwoordiging toestemming vragen alvorens belasting geheven kan worden en het geinde geld mag worden uitgegeven aan tevoren afgesproken doelen. Daarom moet het parlement instemmen met de op Prinsjesdag gepresenteerde begrotingen. Deemoedigheid en zelfverzekerdheid is de symboliek van die komst van de regering naar de 225 volksvertegenwoordigers.

Anderhalf jaar na de toestemming vooraf, vindt de controle achteraf plaats. Op de derde woensdag in mei, de democratische pendant van de 3e dinsdag in september, biedt de minister van Financiën een koffertje met jaarverslagen aan. De ministers verantwoorden zich dan over de manier waarop zij  het hen toevertrouwde belastinggeld hebben besteed. De jaarverslagen moeten laten zien of burgers waar voor hun belastinggeld hebben gekregen. Is het geld uitgegeven zoals afgesproken in de begrotingen? Wat heeft dit opgeleverd voor de maatschappij? 

Net als bij de aandeelhouders van een onderneming of de leden van een vereniging moeten de ministers van het parlement décharge krijgen. De Algemene Rekenkamer levert daarom diezelfde dag in mei haar onderzoek naar die verantwoording door de ministers. Kloppen de cijfers, worden de departementen goed bestuurd en krijgen de burgers waar voor hun geld? Met een onafhankelijk oordeel over de informatie in de jaarverslagen van de ministers en een verklaring van goedkeuring bij de rijksrekening kan het parlement de bewindslieden aan de tand voelen over de bereikte resultaten.

Hoewel minder feestelijk gepresenteerd is, die realisatie in mei minstens zo belangrijk als de raming uit september. Want uit een goede verantwoording kunnen we als land lering trekken. Besteden we de publieke euro zinnig, zuinig en zorgvuldig? Wat kan efficiënter? Waar kan het beter? En wat werkt helaas niet zoals beoogd? Het Verantwoordingsdebat dat volgt, is daarmee niet alleen voor politici en ambtenaren interessant. Ook een bedrijf dat een niet werkende fiscale subsidie ontvangt zou zich achter de oren moeten krabben, evenals een schoolbestuur dat geld besteedt met onbekende maatschappelijke effecten. Maar het is eerst en vooral voor de kiezer relevant, die het resultaat dat gekozen politici behalen wil laten meewegen bij de eerstvolgende verkiezingen.

Dit jaar vindt Verantwoordingsdag voor de 18e keer plaats. De derde woensdag in mei is daarmee van een staatsrechtelijk jong fenomeen een volwassen traditie geworden. De 18e verjaardag is het moment waarop in een mensenleven jeugdpuistjes weg zijn en met de meerderjarigheid zelfbewustzijn en aanspreekbaarheid aanvangt. De Algemene Rekenkamer heeft de ambitie een steeds rijker kritisch zijlicht te bieden door middel van haar ‘Verantwoordingsonderzoek’. Dat biedt niet louter en alleen het antwoord op de vraag of geld rechtmatig is besteed, met de vraag of de bedrijfsvoering van een departement adequaat is georganiseerd. Het biedt in toenemende mate ook zicht op de vraag of de burger waar voor zijn of haar belastinggeld heeft gekregen. Er is steeds meer aanvullend onderzoek met verdergaande analyses en aanbevelingen. Dat moet voor iedereen bruikbaar onpartijdig inzicht geven. 

Een volwaardige en volwassen verantwoording is niet alleen relevant voor politici en volksvertegenwoordigers op en rond het Binnenhof, maar ook voor kiezers en belastingbetalers. En niet alleen in mei, maar het hele jaar door. Met die gedachte in het achterhoofd zal ik vanaf nu elke derde woensdag van de maand op deze plek een blogpost plaatsen over ons onderzoek. Want als je niet weet waar je vandaan komt, weet je ook niet waar je heen gaat.