Het aanbod aan huisartsenzorg wordt allereerst bepaald door het aantal werkzame huisartsen in Nederland. Over de tijd is het aantal werkzame huisartsen gestegen. In 2000 was het aantal huisartsen ongeveer 8.600, in 2024 was het ongeveer 14.300.
Figuur 3 laat deze stijging over de jaren zien. Het aantal huisartsen kan worden uitgesplitst naar 3 functies, waarbij huisartsen ook functies kunnen combineren:
- Praktijkhouder. Zoals figuur 3 laat zien, is dit de vorm die van oudsher het meeste voorkomt. Vroeger werkten praktijkhouders vaak in de vorm van solopraktijken, waarbij de enige huisarts ook de praktijk runt.
- Huisarts in dienst van een andere huisarts en vaste waarnemer. Met de opkomst van groepspraktijken, kwamen er ook meer huisartsen in dienst en meer vaste waarnemers. Net als de praktijkhouder werken deze artsen veelal met een vaste patiëntenpopulatie.
- Wisselende waarnemer. Deze waarnemers zijn vaak niet praktijkgebonden, maar zijn flexibel inzetbaar bij verschillende praktijken. Een nadeel hiervan is dat deze huisartsen geen band opbouwen met patiënten.
Aantal waarnemers en huisartsen in dienst stijgt
Figuur 3 Aantal huisartsen in Nederland uitgesplitst naar functie
jaar Wisselende waarnemers In dienst en vaste waarnemers Praktijkhouders 2000 857 548 7221 2001 957 569 7253 2002 910 629 7341 2003 903 735 7395 2004 919 841 7465 2005 960 943 7547 2006 1058 993 7622 2007 1078 1049 7684 2008 1134 1094 7751 2009 1287 1122 7778 2010 1393 1181 7823 2011 1702 1110 7836 2012 1847 1152 7856 2013 1995 1234 7860 2014 2103 1387 7872 2015 1983 1757 7888 2016 2036 1958 7906 2017 2172 2061 7920 2018 2348 2042 7903 2019 2524 2067 7873 2020 2146 3616 7602 2021 1909 3995 7588 2022 2015 4169 7585 2023 2200 4341 7561 2024 2101 4655 7591
Figuur 3 laat zien dat steeds meer huisartsen gaan werken als waarnemer of in dienst van een huisarts. Deels komt dit door een wijziging in dataverzamelingsmethode van het Nivel vanaf 2020. Het aantal praktijkhouders is sinds 2000 min of meer stabiel gebleven rond de 7.500, en daalt de laatste jaren zelfs licht. Het niet-beschikbaar zijn van (betaalbare) praktijkruimten speelt een rol in de bereidheid om praktijkhouder te worden. Uit onderzoek van de Landelijke Huisartsenvereniging (LHV) blijkt dat 77% van alle huisartsen nadelen ondervindt door ruimtegebrek (LHV, 2021).
De minister van VWS vindt de afname van het aandeel praktijkhouders geen wenselijke ontwikkeling (VWS, 2024b). Het hebben van een vaste huisarts heeft verschillende voordelen: mensen met een vaste huisarts leven langer (Pereira et al., 2018), en een vaste huisarts leidt tot kostenbesparingen (minder medicatievoorschriften, minder doorverwijzingen, minder ziekenhuisopnames) (Raad voor de Volksgezondheid & Samenleving, 2023). Ook zorgt het kennen van de patiënt voor meer begrip en helpt het om passende zorg te bieden (LHV, 2023). In het Regeerprogramma van kabinet-Schoof staat hierover: “Het kabinet zet in op voldoende praktijkhoudende huisartsen.” (2024). Het kabinet heeft ‘voldoende’ niet gespecificeerd naar een aantal.
Inwoner-huisartsratio
Het aantal huisartsen is pas relevant als je dit afzet tegen het aantal inwoners. Voor het aanbod aan huisartsen in relatieve zin, kijken we naar de inwoner-huisartsratio. Het aantal inwoners per huisarts is gedaald van 1.840 in 2000 naar 1.250 in 2024.
De minister van VWS geeft aan dat huisartsen zelf mogen bepalen hoeveel patiënten zij inschrijven: “Afhankelijk van de zorgzwaarte van een patiëntenpopulatie kan een huisarts zelf bepalen of zij meer, of minder patiënten van goede kwalitatieve zorg kunnen voorzien en dus kunnen inschrijven.” (VWS, 2025).
De Landelijke Huisartsvereniging schrijft hierover: “(…) het is belangrijk dat een huisarts een passend aantal patiënten heeft. Voor een normpraktijk (1 fte huisarts) rekent de NZa met een 2095 ingeschreven patiënten. Gezien de druk op de huisartsenpraktijk en de wens tot het hebben van meer tijd voor de patiënt, is een kleiner aantal patiënten vaak wenselijk.” (LHV, 2023).
Regionale verschillen in inwoner-huisartsratio
De inwoner-huisartsratio verschilt op regionaal niveau. Figuur 4 toont per gemeente de verhouding inwoners versus het aantal huisartsen. De figuur laat zien dat de verschillen niet heel groot zijn: in 72% van de gemeenten ligt het aantal tussen de 1.200 en 2.000 inwoners per huisarts. Let wel: dit zijn gemiddelden per gemeente, de individuele aantallen per praktijk laten meer variatie zien. In een paar gemeenten zien we waardes die boven de 2.000 liggen, bijvoorbeeld in Staphorst, Rucphen en Lopik.
Gemiddeld aantal inwoners per huisarts verschilt per gemeente
Figuur 4 Gemiddeld aantal inwoners per huisarts per gemeente
gemeente aantal inwoners per huisarts Aa en Hunze 1436 Aalsmeer 1331 Aalten 1138 Achtkarspelen 1283 Alblasserdam 1563 Albrandswaard 1468 Alkmaar 1440 Almelo 1651 Almere 1500 Alphen aan den Rijn 1353 Alphen-Chaam 1494 Altena 1121 Ameland 640 Amersfoort 1255 Amstelveen 1558 Amsterdam 1269 Apeldoorn 1379 Arnhem 1215 Assen 1162 Asten 1081 Baarle-Nassau 1179 Baarn 1393 Barendrecht 1623 Barneveld 1252 Beek (L.) 1247 Beekdaelen 1158 Beesel 1218 Berg en Dal 1144 Bergeijk 1200 Bergen (L.) 1012 Bergen (NH.) 1361 Bergen op Zoom 1787 Berkelland 1220 Bernheze 1355 Best 1201 Beuningen 1215 Beverwijk 1864 Bladel 1234 Blaricum 748 Bloemendaal 991 Bodegraven-Reeuwijk 1463 Boekel 1882 Borger-Odoorn 1301 Borne 1449 Borsele 1360 Boxtel 1359 Breda 1481 Bronckhorst 1095 Brummen 1520 Brunssum 1543 Bunnik 1074 Bunschoten 1508 Buren 1543 Capelle aan den IJssel 1445 Castricum 1102 Coevorden 1374 Cranendonck 1303 Culemborg 1109 Dalfsen 1562 Dantumadiel 1276 De Bilt 1093 De Fryske Marren 1367 De Ronde Venen 1091 De Wolden 1294 Delft 1543 Den Helder 1568 Deurne 1229 Deventer 1202 Diemen 1499 Dijk en Waard 1365 Dinkelland 1573 Doesburg 1007 Doetinchem 1656 Dongen 1290 Dordrecht 1628 Drechterland 1464 Drimmelen 1281 Dronten 1928 Druten 1152 Duiven 1309 Echt-Susteren 1187 Edam-Volendam 1367 Ede 1188 Eemnes 1951 Eemsdelta 1410 Eersel 1347 Eijsden-Margraten 1183 Eindhoven 1580 Elburg 1328 Emmen 1709 Enkhuizen 1575 Enschede 1703 Epe 1106 Ermelo 1266 Etten-Leur 742 Geertruidenberg 1697 Geldrop-Mierlo 1273 Gemert-Bakel 1310 Gennep 1482 Gilze en Rijen 1367 Goeree-Overflakkee 1297 Goes 1804 Goirle 1216 Gooise Meren 1161 Gorinchem 1247 Gouda 1306 Groningen 1244 Gulpen-Wittem 937 Haaksbergen 1522 Haarlem 1320 Haarlemmermeer 1599 Halderberge 1417 Hardenberg 1284 Harderwijk 1176 Hardinxveld-Giessendam 1104 Harlingen 1352 Hattem 1403 Heemskerk 1038 Heemstede 1200 Heerde 1748 Heerenveen 1523 Heerlen 1151 Heeze-Leende 1201 Heiloo 1158 Hellendoorn 1250 Helmond 1682 Hendrik-Ido-Ambacht 1634 Hengelo (O.) 1408 Het Hogeland 1148 Heumen 1122 Heusden 1395 Hillegom 1342 Hilvarenbeek 1773 Hilversum 1330 Hoeksche Waard 1433 Hof van Twente 1143 Hollands Kroon 1457 Hoogeveen 1347 Hoorn 1327 Horst aan de Maas 1220 Houten 1541 Huizen 1716 Hulst 1438 IJsselstein 1285 Kaag en Braassem 1326 Kampen 1560 Kapelle 1301 Katwijk 1240 Kerkrade 1054 Koggenland 1572 Krimpen aan den IJssel 1234 Krimpenerwaard 1284 Laarbeek 1366 Land van Cuijk 1223 Landgraaf 1160 Landsmeer 1060 Lansingerland 1339 Laren (NH.) 1430 Leeuwarden 1481 Leiden 1172 Leiderdorp 1321 Leidschendam-Voorburg 1372 Lelystad 1529 Leudal 923 Leusden 1267 Lingewaard 1100 Lisse 1066 Lochem 1106 Loon op Zand 1325 Lopik 2103 Losser 1670 Maasdriel 1379 Maasgouw 939 Maashorst 1410 Maassluis 1792 Maastricht 1160 Medemblik 1704 Meerssen 1161 Meierijstad 1222 Meppel 1492 Middelburg (Z.) 1250 Midden-Delfland 1211 Midden-Drenthe 1421 Midden-Groningen 1078 Moerdijk 1465 Molenlanden 1332 Montferland 1271 Montfoort 1387 Mook en Middelaar 1165 Neder-Betuwe 1285 Nederweert 1166 Nieuwegein 1346 Nieuwkoop 1341 Nijkerk 1106 Nijmegen 1215 Nissewaard 1789 Noardeast-Fryslân 1480 Noord-Beveland 1135 Noordenveld 1219 Noordoostpolder 1564 Noordwijk 1173 Nuenen, Gerwen en Nederwetten 1212 Nunspeet 1118 Oegstgeest 1179 Oirschot 1483 Oisterwijk 1220 Oldambt 1970 Oldebroek 1428 Oldenzaal 1060 Olst-Wijhe 1108 Ommen 1586 Oost Gelre 1362 Oosterhout 1485 Ooststellingwerf 1174 Oostzaan 1939 Opmeer 1109 Opsterland 1252 Oss 1296 Oude IJsselstreek 1713 Ouder-Amstel 1204 Oudewater 1460 Overbetuwe 1138 Papendrecht 1532 Peel en Maas 1339 Pekela 1391 Pijnacker-Nootdorp 1413 Purmerend 1286 Putten 1249 Raalte 1370 Reimerswaal 1458 Renkum 1309 Renswoude 1438 Reusel-De Mierden 1358 Rheden 1323 Rhenen 1445 Ridderkerk 1491 Rijssen-Holten 1248 Rijswijk (ZH.) 1387 Roerdalen 1040 Roermond 1321 Roosendaal 1847 Rotterdam 1461 Rozendaal Rucphen 2175 Súdwest-Fryslân 1206 Schagen 1256 Scherpenzeel 862 Schiedam 1860 Schiermonnikoog 324 Schouwen-Duiveland 1237 's-Gravenhage 1560 's-Hertogenbosch 1276 Simpelveld 1026 Sint-Michielsgestel 1672 Sittard-Geleen 1158 Sliedrecht 2020 Sluis 1447 Smallingerland 1667 Soest 1109 Someren 1262 Son en Breugel 1381 Stadskanaal 1067 Staphorst 2534 Stede Broec 1111 Steenbergen 1440 Steenwijkerland 1337 Stein (L.) 1237 Stichtse Vecht 1156 Terneuzen 1531 Terschelling 612 Texel 1382 Teylingen 1202 Tholen 1343 Tiel 1211 Tilburg 1512 Tubbergen 1189 Twenterand 1420 Tynaarlo 1053 Tytsjerksteradiel 1207 Uitgeest 1117 Uithoorn 1378 Urk 1830 Utrecht 1215 Utrechtse Heuvelrug 1264 Vaals 1687 Valkenburg aan de Geul 1174 Valkenswaard 1379 Veendam 1529 Veenendaal 1447 Veere 1161 Veldhoven 1511 Velsen 1215 Venlo 1331 Venray 1353 Vijfheerenlanden 1101 Vlaardingen 1341 Vlieland 628 Vlissingen 1621 Voerendaal 1238 Voorne aan Zee 1651 Voorschoten 1220 Voorst 1154 Vught 1156 Waadhoeke 1340 Waalre 1199 Waalwijk 1524 Waddinxveen 1214 Wageningen 1774 Wassenaar 1178 Waterland 1252 Weert 1246 West Betuwe 1231 West Maas en Waal 1452 Westerkwartier 1159 Westerveld 1334 Westervoort 1082 Westerwolde 1323 Westland 1468 Weststellingwerf 1204 Wierden 1467 Wijchen 1259 Wijdemeren 984 Wijk bij Duurstede 958 Winterswijk 1719 Woensdrecht 1851 Woerden 1053 Wormerland 1655 Woudenberg 1464 Zaanstad 1379 Zaltbommel 1169 Zandvoort 1248 Zeewolde 1258 Zeist 1130 Zevenaar 1453 Zoetermeer 1338 Zoeterwoude 1081 Zuidplas 1227 Zundert 1879 Zutphen 1108 Zwartewaterland 1675 Zwijndrecht 1360 Zwolle 1199
Aantal gewerkte uren
Om het aanbod aan huisartsenzorg in beeld te brengen, is naast het aantal werkzame huisartsen het aanbod in gewerkte uren van belang. Het is niet bekend wat de ontwikkeling in het aantal gewerkte uren door huisartsen over de tijd is.
Ten eerste ligt dit aan het feit dat er in de huisartsenzorg geen eenduidigheid is over hoeveel uren een fulltime werkweek omvat. In het kostprijsonderzoek voor het bepalen van huisartsentarieven, gaat de NZa specifiek voor praktijkhouders uit van 46,5 werkuren per week voor 1 fte. Huisartsen geven zelf aan dat 1 fte in werkelijkheid uit meer uren bestaat. In 2018 heeft het Nivel in opdracht van het Capaciteitsorgaan een tijdsbestedingsonderzoek uitgevoerd onder 708 huisartsen. Het aantal zelfgerapporteerde werkuren per fte is gestegen van gemiddeld 57,1 werkuren per fte in 2013 naar gemiddeld 59,3 werkuren per fte in 2018.
Ten tweede is er geen data beschikbaar van de ontwikkeling in het aantal fte van huisartsen over langere tijd. Het tijdsbestedingsonderzoek toont dat het zelf-gerapporteerde aantal fte dat huisartsen gemiddeld werken is gedaald van 0,77 fte in 2013 naar 0,74 fte in 2018 (Nivel, 2018a). Uit het kostprijsonderzoek van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa, 2024) blijkt dat praktijkhouders gemiddeld 0,95 fte werken. De wisselende inschatting van hoeveel uren 1 fte behelst, betekent dat de ontwikkeling van het gemiddeld aantal fte niet duidelijk te meten is.
De meest recente raming van het Capaciteitsorgaan uit 2022 laat zien dat het gemiddeld aantal fte verschilt per geslacht. Mannen werken gemiddeld 0,83 fte, waar vrouwen gemiddeld 0,71 fte werken als huisarts. Onder werkzame huisartsen is 39,5% man en 60,5% vrouw. Bij huisartsen in opleiding is deze verdeling schever: daar is 26,3% man en 73,7% vrouw (Capaciteitsorgaan, 2022).
Verschillende partijen geven aan dat huisartsen over de tijd minder zijn gaan werken en dat dit met name speelt bij startende huisartsen. Door gebrek aan data is niet vast te stellen wat de ontwikkeling is van het aantal gewerkte uren of gemiddeld aantal fte per huisarts. Daardoor kunnen wij niet nagaan wat de ontwikkeling is van de deeltijdfactor van ‘jonge’ huisartsen (afgelopen 10 jaar ingestroomd) in vergelijking met de hele populatie huisartsen.