Resultaten verantwoordingsonderzoek 2018 Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

De Algemene Rekenkamer heeft onderzoek gedaan naar het Jaarverslag 2018 en de bedrijfsvoering van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Onze conclusies

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) is verantwoordelijk voor de betaalbaarheid, de toegankelijkheid en de kwaliteit van de zorg. De begrotingsuitgaven van de minister van VWS bedroegen in 2018 ruim € 15 miljard. De meeste zorguitgaven worden met premiegeld betaald.

De uitgavenontwikkeling in de zorg moet goed beheerst blijven. Het kabinet heeft hier een grens aan gesteld in de vorm van het uitgavenplafond voor de zorg. De minister van VWS is ervoor verantwoordelijk dat dit plafond niet overschreden wordt. Voor 2018 was het plafond vastgesteld op € 72,5 miljard; de (netto) uitgaven bedroegen in 2018 (volgens voorlopige inzichten) € 70,7 miljard. Daarmee zijn de zorguitgaven in 2018 ongeveer € 1,9 miljard onder het plafond uitgekomen.

Oordelen over het jaarverslag en de bedrijfsvoering

De informatie in het Jaarverslag 2018 van het Ministerie van VWS is rechtmatig en is deugdelijk weergegeven. De bedrijfsvoeringsinformatie en de informatie over het gevoerde beleid in het Jaarverslag 2018 is deugdelijk tot stand gekomen en voldoet aan de verslaggevingsvoorschriften.
Wij beoordelen het subsidiebeheer van het Ministerie van VWS in 2018 als onvolkomenheid. Vorig jaar kwamen wij nog tot het oordeel dat er sprake was van een ‘ernstige onvolkomenheid’. Wij zien daarvoor in 2018 voldoende verbeteringen. Er blijft echter nog steeds sprake van belangrijke tekortkomingen in de uitvoering van de staatssteuntoetsen en van het beleid om misbruik en oneigenlijk gebruik van subsidies te voorkomen. Als gevolg daarvan constateren wij ook in 2018 nog een omvangrijke onzekerheid over de rechtmatigheid van toegekende subsidies en handhaven we de onvolkomenheid.
Bij de informatiebeveiliging van het Ministerie van VWS was vorig jaar ook sprake van een onvolkomenheid. Deze is dit jaar opgelost.

Meer inzicht in prestaties en effecten van zorg is noodzakelijk

Het is belangrijk om te weten wat de collectieve uitgaven zijn aan zorg. Het Financieel Beeld Zorg, dat jaarlijks als onderdeel van het jaarverslag van VWS verschijnt, geeft daar een beeld van. Maar het is net zo belangrijk om te weten wat de zorg oplevert. Sinds het begin van deze eeuw zijn de zorguitgaven sterk gestegen. In hoeverre heeft dat bijgedragen aan de eveneens gestegen levensverwachting? En brengen Nederlanders ook een groter deel van hun leven door in goede gezondheid? Enige jaren geleden heeft de Tweede Kamer de minister van VWS gevraagd om in zijn begroting en jaarverslag meer informatie te geven over de resultaten van zorg en zorgbeleid. Uit ons onderzoek blijkt nu dat de minister voor meer informatie heeft gezorgd, maar ook dat verschillende wensen van de Tweede Kamer nog niet gerealiseerd zijn.

Een specifiek geval is de informatie over de zelfstandige bestuursorganen die rechtstreeks vanuit de begroting van het Ministerie van VWS bekostigd worden. Het jaarverslag van VWS bevat weinig informatie over de prestaties van deze instellingen, ook wanneer burgers direct afhankelijk zijn van de dienstverlening van deze instellingen, zoals het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) of het Centraal Administratiekantoor (CAK).

De wens van de Tweede Kamer, om meer inzicht te krijgen in de resultaten van de zorg, staat niet op zichzelf. In 2018 is het kabinet gestart met de operatie Inzicht in kwaliteit, die tot doel heeft meer inzicht in de resultaten van beleid te krijgen en daarnaar te handelen. De operatie kijkt niet alleen naar de rijksuitgaven maar ook naar premiegefinancierde uitgaven. Een relevant voorbeeld dat in dit rapport aan de orde komt, is het extra geld voor de kwaliteit van zorg in de verpleeghuizen: structureel € 2,1 miljard per jaar. Uit ons onderzoek komt naar voren dat de resultaten van het extra geld voor de verpleeghuiszorg op dit moment nog niet goed in beeld gebracht worden. Meer inzicht hierin is noodzakelijk, ook om op termijn te kunnen beoordelen of de bereikte kwaliteitsverbetering in een goede verhouding staat tot de extra uitgaven.

Zorgkantoren kunnen niet sturen op kwaliteitsverbetering of doelmatige besteding van de extra kwaliteitsmiddelen verpleeghuiszorg

In 2017 is het budget voor de verpleeghuizen structureel met € 2,1 miljard verhoogd. Met dit extra geld moeten de verpleeghuizen zorgen voor verbetering van de kwaliteit van de zorg. De Tweede Kamer heeft de minister van VWS verzocht om te garanderen dat het geld vooral aan extra personeel wordt besteed. De minister heeft in reactie daarop de middelen tijdelijk via een afzonderlijk ‘kwaliteitsbudget’ beschikbaar gesteld. De zorgkantoren hebben de taak gekregen om het extra geld over de verpleeghuizen te verdelen. Uit ons onderzoek blijkt dat zorgkantoren nog niet over de informatie beschikken die zij nodig hebben om te kunnen sturen op kwaliteitsverbetering of doelmatige besteding van de extra middelen. Deze informatie is ook nodig om straks voor het parlement en de samenleving inzichtelijk te maken in hoeverre de beoogde kwaliteitsverbetering in de verpleeghuizen is gerealiseerd. Daarom doen we aan de minister van VWS de aanbeveling om er snel voor te zorgen dat de zorgkantoren beter geïnformeerd worden over de kwaliteit en het doelmatig functioneren van de verpleeghuizen.

Verder in het rapport

In de volgende hoofdstukken werken we de conclusies verder uit:

  • Hoofdstuk 2, ‘Feiten en cijfers’: hierin geven we een korte beschrijving van het Ministerie van VWS en de omvang van het begrotingshoofdstuk waarover wij ons oordeel geven.
  • Hoofdstuk 3, ‘Financiële informatie’: hierin geven wij ons oordeel over de financiële informatie in het Jaarverslag 2018 van het Ministerie van VWS. Wij hebben vastgesteld dat de financiële verantwoordingsinformatie op totaalniveau rechtmatig, betrouwbaar en ordelijk is. Op artikelniveau is ons oordeel dat de financiële verantwoordingsinformatie rechtmatig, betrouwbaar en ordelijk is en voldoet aan de regels voor het inrichten van de jaarverslagen, met uitzondering van 4 artikelen waarbij de tolerantiegrens is overschreden.
  • Hoofdstuk 4, ‘Bedrijfsvoering’: hierin geven wij ons oordeel over de bedrijfsvoering van het Ministerie van VWS. In 2018 is er 1 onvolkomenheid geconstateerd, in het subsidie beheer. De onvolkomenheid bij de informatiebeveiliging van het ministerie is opgelost. In dit hoofdstuk staan ook belangrijke risico’s en aandachtspunten over de bedrijfsvoering.
  • Hoofdstuk 5, ‘Beleidsresultaten’: hierin bespreken wij de conclusies uit ons onderzoek naar de invoering van het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg. Ook gaan wij in op de informatie in het Jaarverslag 2018 over het CIZ en het CAK. Tot slot geven wij ons oordeel over de totstandkoming van de informatie die in het Jaarverslag 2018 van het Ministerie van VWS is opgenomen over het gevoerde beleid.
  • Hoofdstuk 6, ‘Buiten de Rijksrekening’: hierin geven we het parlement meer inzicht in de wetten, geldstromen en verantwoording van de uitgaven binnen de premiesectoren. • Hoofdstuk 7, ‘Reactie minister en nawoord Algemene Rekenkamer’: hierin vatten we de reactie samen die we op 23 april 2019 ontvingen van de minister van VWS. De minister geeft in zijn reactie aan dat hij onze conclusies en aanbevelingen voor het grootste deel onderschrijft en overneemt.