Dit onderzoek maakt deel uit van verantwoordingsonderzoek ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Het is belangrijk dat een minister in zijn rol als medewetgever zicht heeft op de uitvoerbaarheid van nieuwe wet- en regelgeving. Daarom moet de minister bij wet- en regelgeving waarvan hij significante gevolgen voor de uitvoering verwacht, door alle relevante uitvoeringsorganisaties een uitvoeringstoets laten doen. In een uitvoeringstoets geven de organisaties aan of zij de voorgenomen maatregelen uitvoerbaar vinden. We onderzochten dit jaar de uitvoeringstoetsen op het werkterrein van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). We constateren dat uitvoeringstoetsen ontbreken of onvolledig zijn.  

In 30% van de wet- en regelgeving mist 1 of meer uitvoeringstoetsen

Uitvoeringstoetsen in %

Gebaseerd op 33 voorstellen van wet- en regelgeving op het terrein van VWS.

Conclusies

  • Bij 33 onderzochte wetten en algemene maatregelen van bestuur ontbraken bij 30% één of meerdere uitvoeringstoetsen. Voor deze wet- en regelgeving is op basis van de gedane uitvoeringstoetsen niet te zeggen of de plannen voor alle betrokken uitvoeringsorganisaties uitvoerbaar zijn. 
  • Bij 1 wetsvoorstel kan meer dan 1 uitvoeringstoets worden uitgevoerd. Bijvoorbeeld omdat er meerdere organisaties betrokken zijn. Voor het ministerie van VWS hebben we in totaal 55 uitvoeringstoetsen bekeken. In die toetsen is bijna altijd (98%) een expliciete uitspraak over de uitvoerbaarheid opgenomen. Meestal zijn nieuwe plannen uitvoerbaar (30%) of uitvoerbaar onder voorwaarden (51%). Heel soms zijn nieuwe plannen volgens de uitvoeringstoets niet uitvoerbaar (8%). In die gevallen zagen we dat het ministerie het wetsvoorstel wijzigde om het beter uitvoerbaar te maken.
  • Er ontbreekt vaak informatie over benodigde personele capaciteit voor de uitvoering van de nieuwe wet- en regelgeving. 45% van de uitvoeringstoetsen bevat geen informatie hierover. Bij de uitvoeringstoetsen op het terrein van VWS zien we daarnaast relatief vaak dat expliciet wordt gesteld dat nieuw beleid nog niet voldoende uitgewerkt is om iets over personele gevolgen te kunnen zeggen.
  • Een groot deel van de uitvoeringstoetsen waarin informatie over personele consequenties ontbreekt, komt van toezichthouders zoals de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). 64% van de uitvoeringstoetsen waarin geen uitspraak is opgenomen over personele consequenties, komt van deze 2 toezichthouders. Dit is opvallend omdat de IGJ en de NZa tussen 2022 en 2024 met respectievelijk 153 en 66 fte zijn gegroeid. Uit hun jaarverslagen blijkt dat deze groei nodig was om beter aan hun huidige taken te kunnen uitvoeren. 
  • Uitvoeringstoetsen die wel informatie bevatten over benodigde personele capaciteit, onderbouwen dit in 70% van de gevallen niet. Daarnaast zijn enkele onderzochte uitvoeringstoetsen ook zeer gedateerd. 
  • Uitvoeringstoetsen worden niet altijd openbaar gemaakt. Van de uitvoeringstoetsen bij wetten is 53% niet openbaar gemaakt of niet naar de Tweede Kamer gestuurd.

Aanbevelingen

We bevelen de minister van VWS aan: 

  • Vraag bij nieuwe wet- en regelgeving met substantiële gevolgen voor uitvoerings-organisaties altijd alle uitvoeringsorganisaties tijdig om een uitvoeringstoets. 
  • Zorg daarbij dat in uitvoeringstoetsen onderwerpen als personele capaciteit altijd aan bod komen. Zorg dat die informatie klopt en navolgbaar is.