Dit onderzoek maakt deel uit van verantwoordingsonderzoek ministerie van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.
Het kabinet-Schoof heeft bezuinigd op ontwikkelingssamenwerkingen. De bezuinigingen lopen op tot structureel € 2,4 miljard vanaf 2027. Bovendien is de koppeling tussen het budget voor ontwikkelingssamenwerking (Official Development Assistance; ODA) en het bruto nationaal inkomen (bni) gewijzigd. We hebben onderzoek gedaan naar hoe de bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking zijn doorgevoerd. We zijn daarbij nagegaan hoe deze financieel uitpakken, wat de gevolgen zijn voor het budget van de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BHOS) en voor het beleid voor ontwikkelingssamenwerking.
Conclusies
Uit ons onderzoek blijkt dat, ondanks de bezuinigingen, de minister van BHOS de komende jaren ongeveer evenveel te besteden heeft als de afgelopen jaren. Zonder de bezuinigingen en de gewijzigde koppeling met het bni had de minister echter duidelijk meer te besteden gehad. Dat het budget ondanks de bezuinigingen ongeveer gelijkt blijft, komt doordat er nog iets anders speelt; namelijk de wijze waarop het ODA-budget wordt verdeeld. Internationaal is afgesproken dat de uitgaven aan eerstejaarsopvang van asielzoekers aangemerkt kunnen worden als uitgaven aan ontwikkelingssamenwerking. Deze uitgaven worden betaald door de minister van Asiel en Migratie, In het verleden waren deze uitgaven hoog, waardoor er minder overbleef voor de minister van BHOS. De verwachting van het kabinet-Schoof was dat de uitgaven dalen omdat het kabinet minder asielzoekers verwachtte.
Als er toch meer asielzoekers komen, zal dit niet langer onbeperkt ten koste gaan van het budget van de minister van BHOS. Het kabinet heeft namelijk afgesproken dat met ingang van 2027 maximaal 10% van het ODA-budget wordt uitgegeven aan de eerstejaarsopvang.
We constateren dat de minister transparant is over de keuzes die bij de bezuiniging zijn gemaakt. De minister focust op een beperkt aantal thema’s en stelt dat deze bij moeten dragen aan de belangen van Nederland. De focus op een beperkter aantal thema’s sluit aan bij adviezen uit eerdere studies. Wel constateren we dat de minister geen goed beeld heeft van de langetermijneffecten van de bezuinigingen voor de donorlanden.
Afspraken over financiering die al waren gemaakt met hulporganisaties worden door de minister nagekomen. Op thema’s waar de minister mee wil stoppen worden geen nieuwe subsidies meer verstrekt.