Dit onderzoek maakt deel uit van verantwoordingsonderzoek ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.
Er zijn te weinig huizen in Nederland. De minister wil dat er snel huizen bij komen. Een van de manieren waarop de minister daarvoor wil zorgen is met de bouw van flexwoningen. Flexwoningen zijn meestal kleine, verplaatsbare woningen voor wie snel een huis zoekt. De minister geeft geld uit om flexwoningen te laten bouwen. De minister zei in 2022 dat er elk jaar 15.000 flexwoningen bij moesten komen. We hebben onderzocht wat het resultaat is van de inzet van de minister. Komen er veel flexwoningen bij in Nederland met hulp van de minister?
Conclusies
- De minister droeg van 2022 tot en met 2025 bij aan de bouw van 17.665 flexwoningen. Dat is veel minder dan het doel van de minister was.
- Er zijn verschillende redenen waarom er minder flexwoningen bij komen in Nederland dan verwacht. Zo is het voor gemeenten soms moeilijk om een geschikte plek voor flexwoningen te vinden. Ook mogen flexwoningen vaak maar 10 of 15 jaar op een plek staan. Het is onzeker of er daarna een andere plek is waar ze kunnen komen te staan. Dit is een risico voor investeerders die flexwoningen laten bouwen.
- De minister probeert deze problemen bij flexwoningen op te lossen. De resultaten blijven tot nu toe achter bij de verwachtingen.
Aanbevelingen
- Wij bevelen de minister aan om duidelijke doelen in het beleid voor flexwoningen te stellen en daarmee haalbare verwachtingen te wekken.
- We bevelen de minister aan om te overwegen de voorwaarde dat in 30% van de flexwoningen bepaalde doelgroepen moeten wonen, te schrappen. Is het belangrijkste doel van de minister het snel bouwen van meer woningen? Dan kunnen zulke voorwaarden voor gemeenten beperkend werken.