De Nederlandse auto- en spoorwegen voldoen op veel plekken niet aan de NAVO-eisen voor infrastructuur. Bijvoorbeeld de doorrijhoogte, draagkracht en de breedte vormen op veel plekken problemen voor grote militaire transporten. Enerzijds slaagt militair transport er vrijwel altijd in om van A naar B te komen, anderzijds zouden er, als er niets verandert, in een oorlogsscenario grote gevolgen kunnen zijn voor het dagelijkse verkeer. 

Dat schrijft de Algemene Rekenkamer in het rapport ‘Focus op militaire mobiliteit’ dat vandaag verschijnt. Om wegen en spoor volledig te laten voldoen aan de militaire eisen zijn investeringen van ongeveer € 9,5 miljard nodig, waarvan € 5 miljard specifiek voor het voldoen aan militaire eisen. De precieze kosten zijn nog niet zeker.

Veel geld nodig voor militaire mobliliteit, maar veel kosten nog onbekend

Speciale corridors door Nederland

De geopolitieke onrust in Europa is toegenomen en Nederland heeft een strategische ligging aan de Noordzee. Het is dan ook een belangrijk startpunt voor Europees transport van NAVO-materieel. Nederland heeft daarom als één van de taken binnen de NAVO om, naast verplaatsingen van eigen materieel en troepen, ook verplaatsingen van bondgenoten te faciliteren. In 2023 is in EU-verband vastgelegd langs welke corridors en routes in de gehele EU militair materieel verplaatst moet kunnen worden. Dit zijn speciale routes voor militaire verplaatsingen, met zo min mogelijk kans op vertraging.

Niet altijd een probleem

Daarbij is belangrijk dat niet alle afwijkingen van de technische eisen daadwerkelijk leiden tot problemen voor militair transport. Sterker nog: de transporten komen op dit moment vrijwel altijd van A naar B. Dat komt doordat slechts een zeer klein deel van alle militaire transporten voertuigen heeft waarvoor de afwijkingen echt een belemmering vormen. Als een viaduct bijvoorbeeld lager is dan vereist, wordt dat pas een probleem als er een voertuig in de colonne te hoog is voor het viaduct. Bovendien kan de colonne in sommige gevallen een omrijroute nemen, bijvoorbeeld over de af- en oprit. Maar als Nederland echt in een oorlogssituatie terecht zou komen, zouden de militaire transporten grote gevolgen kunnen hebben voor het dagelijkse verkeer.

Militaire transporten hebben last van verouderde infrastructuur

De Rekenkamer ziet dat er nog werk aan de winkel is om de infrastructuur op orde te brengen. Dat komt mede doordat de al bekende problemen met de instandhouding van de infrastructuur ook de militaire mobiliteit raken. Door gebrek aan budget voor onderhoud komt het in de dagelijkse praktijk al voor dat infrastructuur zo is verouderd dat die niet meer normaal gebruikt kan worden. Dat leidt tot gebruiksbeperkingen: verkeer mag bijvoorbeeld minder hard rijden of moet minder zwaar zijn. Ook militaire transporten hebben te kampen met die beperkingen.

Onderhoud van infrastructuur is ook essentieel voor militaire mobiliteit

In dit figuur zijn twee situaties te zien waardoor er geen regulier vervoer, en dus ook geen militair transport kan plaatsvinden. 1) een defecte brug waar geen voertuig overheen kan rijden en geen schip onderdoor kan. 2) een verzakt spoor waar geen trein overheen kan rijden. Geen trein voor personenvervoer, en dus ook niet met militaire vracht.

Collegelid Barbara Joziasse van de Algemene Rekenkamer wijst daarom op het belang van onderhoud: “Civiel en militair gebruik van infrastructuur raken elkaar. Militaire transporten hebben, net als regulier verkeer, last van achterstallig onderhoud. En als een brug eenmaal versterkt is voor militaire doeleinden, kan die weg ook weer door zware vrachtwagens worden gebruikt. Het probleem is dat er nu al veel geld nodig is voor de instandhouding van reguliere infrastructuur, terwijl er nog ongeveer € 5 miljard extra nodig is als Nederland alle technische eisen voor militaire transporten wil opvolgen. Geld en capaciteit zijn niet oneindig. Dat levert dilemma’s op: Waarschijnlijk kan niet alles, dus moeten er moeilijke keuzes gemaakt worden.”