Het rijksbeleid om tegenorders voor Nederlandse bedrijven of kennisinstellingen binnen te halen als Defensie in het buitenland materieel inkoopt, mist concrete beleidsdoelen. Hiervoor is de minister van Economische Zaken en Klimaat verantwoordelijk. Dit beleid is ook niet geëvalueerd.

Naar het rapport

In het verantwoordingsonderzoek stelt de Algemene Rekenkamer op 20 mei 2026 vast dat met het zogenoemde industrieel participatiebeleid in 2025 voor € 2,4 miljard aan nieuwe afspraken zijn gemaakt. Dit totaalbedrag dat gemoeid is met afspraken over tegenorders is sinds de toename van het budget van Defensie sterk gegroeid. 

Het bedrag aan tegenorders loopt de laatste jaren op

In miljoenen €

Bij deze afspraken wordt via het ministerie van Economische Zaken en Klimaat het Nederlands bedrijfsleven of de kennissector gekoppeld aan buitenlandse defensieleveranciers. Zij plaatsen vervolgens de tegenorders bij Nederlandse bedrijven voor bijvoorbeeld de levering van bepaalde onderdelen of zij krijgen andere opdrachten. Zo heeft via zo’n participatiecontract een dochterbedrijf van conglomeraat Aalberts opdracht gekregen voor het leveren van stalen frames aan een buitenlands defensiebedrijf.
Zeer grote defensieorders, zoals voor de Koninklijke Luchtmacht de aanschaf van straaljagers F-35/JSF bij Lockheed Martin of de nieuwe generatie onderzeeboten voor de Koninklijke Marine door de Franse Naval Group, vallen buiten het participatiebeleid. Dan maakt het kabinet een andere soort samenwerkingsafspraken.

Bijdragen aan de nationale veiligheid

Het industrieel participatiebeleid van de rijksoverheid moet bijdragen aan het versterken van de nationale veiligheid. De doelstellingen van dit beleid zijn echter onvoldoende concreet uitgewerkt. De minister heeft het beleid ook niet laten evalueren. Hierdoor ontbreekt op het ministerie inzicht of en waar verbeteringen mogelijk zijn om met ondersteuning van het Nederlandse bedrijfsleven de nationale veiligheid te versterken. Met het oog op de verwachte groei van de Defensieuitgaven tot 2035 tot 3,5 % van het bruto binnenlands product en de nationale veiligheid is een optimale inzet van het industrieel participatiebeleid voor het Rijk het nastreven waard. 

Opgave minister bij verhogen bijdragen in onderzoek en ontwikkeling

Naast het industrieel participatiebeleid heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat meer instrumenten om economische groei te stimuleren. Zo wil de minister dat 3% van het bruto binnenlands product wordt geïnvesteerd in onderzoek en ontwikkeling (internationaal aangeduid als research and development). De afgelopen jaren werd niet meer dan 2,3 % van het bbp bereikt. In 2025 ging het om € 1,8 miljard om innovatie te bevorderen. Deze investeringen kunnen op termijn bijdragen aan de arbeidsproductiviteit, en daarmee aan het draaien van de Nederlandse economie. 
De vorige minister van Economische Zaken heeft een actieplan aangekondigd om de 3-procentdoelstelling dichterbij te brengen. Het is aan het nieuwe kabinet om hiermee aan de slag te gaan. De minister wil daarnaast ook het stagnerende ondernemingsklimaat verbeteren. Dat kan het streven om Nederland weer in de top 5 van concurrerende economieën te krijgen dichterbij brengen. Nu staat Nederland volgens een internationale monitor op plek 10.

Nationaal Groeifonds ondersteunt nog lopende projecten

Vanuit het Nationaal Groeifonds - een overheidsinstrument om nieuwe economische ontwikkelingen financieel te ondersteunen – zijn er sinds 2023 geen nieuwe projecten meer aangewezen voor investeringssteun. In 2025 is nog wel uit dit Groeifonds bijvoorbeeld een eerder toegezegde tranche voor een project voor halfgeleidertechnologie beschikbaar gesteld (behoort tot de categorie Important Project of Common European Interest). Over de hele periode is € 143 miljoen aan subsidies toegekend en daarnaast via diverse ministeries is aan 50 uiteenlopende projecten voor € 11 miljard toegekend of gereserveerd. 
In 2026 is er nog € 157 miljoen in het Nationaal Groeifonds niet bestemd. Het Nationaal Groeifonds is in 2020 gestart met € 20 miljard.