Asielzoekers moet steeds langer wachten op een besluit van de IND. De gemiddelde wachttijd is inmiddels opgelopen naar 67 weken voor asielzoekers die niet uit een veilig land komen en niet eerder in een ander Europees land asiel hebben aangevraagd (de zogenaamde spoor 4-groep). Vanwege het Europese Asiel- en Migratiepact kunnen de wachttijden nog (veel) verder oplopen. Eén gevolg van de lange wachttijden is dat de screening op terrorisme minder effectief is, omdat de IND er gemiddeld 2 jaar over doet om asielzoekers te screenen, in plaats van binnen de afgesproken 14 dagen.

Naar het rapport

IND kan toename in asielaanvragen niet aan

Asielaanvragen, beslissingen en aantal asielzoekers wachtend op beslissing (voorraad). Het aantal asielaanvragen was de laatste 5 jaar hoger dan verwacht. Hoewel de IND ook meer beslissingen heeft afgerond, was het in deze periode niet mogelijk de hoge instroom bij te benen. De achterstanden zijn gegroeid.

Per 31 december 2025 wachten 51.790 asielzoekers, binnen groep 4, op een beslissing van de IND. Bijna driekwart van hen (40.350) wacht inmiddels langer dan 6 maanden. En ruim de helft (27.370) langer dan 15 maanden. De wet schrijft voor dat een besluit binnen 6 maanden moet worden genomen, maar deze termijn wordt in maar 34% van de gevallen gehaald.

Oorzaken oplopen wachttijden

De Algemene Rekenkamer ziet 4 hoofdoorzaken van de steeds verder oplopende wachttijden: 

  1. Het aantal asielaanvragen was van 2021 tot en met 2023 hoger dan verwacht. Hoewel de IND ook meer beslissingen heeft afgerond, was het in deze periode niet mogelijk de hoge instroom bij te benen. Dit is een factor waar het kabinet weinig invloed op heeft.
  2. Wijzigingen in asielbeleid en -wetgeving. De minister onderzoekt niet altijd vooraf wat de gevolgen van beleidsveranderingen voor de IND zijn. Door uitspraken van rechters moet de IND besluiten grondiger onderbouwen, wat meer tijd kost.
  3. Uitgaven voor asiel worden vooraf begroot op basis van de verwachte instroom. Als de instroom in de praktijk hoger uitvalt, kan de IND daar niet direct op inspringen met nieuw personeel. De budgetten van de IND werden tot 2025 niet meerjarig geraamd, zodat investeren in de werving van personeel voor langere tijd ook lastiger was voor de IND. Het kabinet-Jetten heeft in zijn regeerakkoord voor de hele vreemdelingenketen, waaronder IND, aangekondigd de aanpak te baseren op meerjarige financiering op basis van realistische prognoses.
  4. Door onvolledige management-informatie kan de IND niet goed sturen op de inzet van capaciteit.

Wachttijden lopen verder op door Europese Asiel- en Migratiepact

In april 2024 heeft het Europees Parlement groen licht gegeven voor het Europese Asiel- en Migratiepact dat op 12 juni 2026 ingaat. Dit betreft een wijziging van de asielwetwetgeving en vraagt om aanpassingen van de Nederlandse asielprocedures. De minister en de IND zijn overeengekomen om nieuwe asielaanvragen onder het Migratiepact met voorrang te behandelen, en hiervoor het grootste deel van de capaciteit (73%) in te zetten. Gevolg is dat de eerder genoemde 51.790 asielzoekers, van wie een groot deel nu al meer dan 6 maanden wacht, pas uiterlijk in 2031 een besluit van de IND krijgen. Mogelijk lopen de wachttijden nog verder op als de beoogde productiviteitsverhoging van 25%, en het sneller afhandelen binnen het Asiel- en Migratiepact niet worden bereikt. 

Dit heeft grote gevolgen voor de asielketen en de inburgering van asielzoekers. Voor de groep asielzoekers die nu wacht op een besluit betekent dit bijvoorbeeld jarenlange onzekerheid en een lang verblijf in noodopvang. Ook zullen de dwangsombetalingen die de IND moet betalen verder oplopen. De minister van Asiel en Migratie heeft de Tweede Kamer niet geïnformeerd over de afwegingen en de gevolgen bij de keuze nieuwe aanvragen voorrang te geven boven bestaande aanvragen. De Tweede kamer is hierdoor niet betrokken bij een keuze met grote gevolgen. De Algemene Rekenkamer vraagt zich ook af hoe het besluit om nieuwe aanvragen voorrang te geven, zich verhoudt tot de algemene beginselen van goed bestuur.

Screening op terrorisme duurt 2 jaar in plaats van 2 weken

Onderdeel van de asielprocedure is een screening van de asielzoeker op signalen van onder meer terrorisme. Het streven is mogelijke signalen zo vroeg mogelijk te herkennen om daarmee risico’s voor Nederland te verkleinen. De norm voor screening is dat dit binnen 14 dagen na de eerste aanmelding van een asielzoeker plaatsvindt. In de praktijk duurt het gemiddeld meer dan 2 jaar voordat er gescreend wordt. Dit maakt de screening niet tijdig en daardoor minder effectief.

Screening op terrorisme gebeurt gemiddels na 2 jaar

Deze afbeelding laat het moment van screening in de asielprocedure zien, afgezet tegen de wachttijden in de asielprocedure. Er zit minimaal 17 weken tussen het identificatie- en registratieproces van de asielzoeker en het aanmeldgehoor. De screening kan pas na deze 2 stappen plaatsvinden, omdat de IND de informatie uit die stappen nodig heeft voor de screening. Die screening vindt ongeveer 4 weken voor het nader gehoor door de IND plaats. De wachttijd tot het nadergehoor is gemiddeld 95 weken. Opgeteld duurt het gemiddeld 2 jaar totdat er door de IND gescreend wordt. De norm is 14 dagen. De stand van zaken tijdens het voorjaar 2026 wordt hier weergegeven. De gemiddelde wachttijd staat op de website van de IND.

Een belangrijke kanttekening bij deze bevinding is dat screening door de IND niet het enige moment in de asielketen is waar signalen van terrorismedreigingen opgevangen worden. Er zijn meer momenten zoals bij het identificatie- en registratieproces voorafgaand aan de asielprocedure of bij de interviews door de IND met de asielzoeker waarin de achtergrond van de asielzoeker verder onderzocht wordt. Ook vanuit het COA of van andere mede-asielzoekers kunnen signalen komen. Daarnaast zijn de opsporings- en inlichtingendiensten ook alert. 100% uitsluiten van elk risico is volgens de minister echter onmogelijk.

Minister niet goed geïnformeerd over screeningsproces

Uit onderzoek van de Algemene Rekenkamer blijkt verder dat de minister belangrijke informatie mist over het screeningsproces. Zo krijgt hij geen informatie over:

  • hoeveel asielaanvragers en nareizigers daadwerkelijk gescreend worden; 
  • de uitkomsten van de screenings (en wat er vervolgens mee gebeurd); 
  • de tijdigheid van de screening (en achterliggende oorzaken); 

Daarom concluderen wij dat de minister niet kan sturen op knelpunten in het screeningsproces. De Algemene Rekenkamer vindt het zorgelijk dat de minister niet beschikt over managementinformatie over de tijdigheid, de werkvoorraad, de resultaten en de kosten van deze screening. De minister kan niet sturen en kan daarom niet bepalen of risico’s in kaart zijn, er tijdig zicht is op signalen en of er alles aan gedaan wordt om ons land te beschermen tegen terrorisme.