Witwascontroles hebben grote gevolgen voor burgers, leiden tot hoge kosten voor banken (€ 1,6 miljard in 2024), maar er is geen goed inzicht in de effectiviteit van de aanpak. Het is belangrijk dat witwassen effectief en risicogericht wordt aangepakt. Oftewel: witwaspraktijken bestrijden op basis van duidelijke risicoanalyses, zodat onschuldige burgers en bedrijven niet onnodig belast worden. Uit onderzoek van de Algemene Rekenkamer blijkt dat in de praktijk de anti-witwasaanpak juist grote gevolgen heeft voor burgers en bedrijven en er aanwijzingen zijn voor discriminatie. Terwijl over de effectiviteit weinig bekend is.
Aantal meldingen ongebruikelijke transacties groeit
Het aantal meldingen van ongebruikelijke transacties door banken is sinds 2020 toegenomen van bijna 250.000 naar ruim 530.000 in 2024. Banken zijn op basis van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme verplicht melding te doen van ongebruikelijke transacties, waaronder mogelijk witwassen. Ze melden die bij de Financial Intelligence Unit-Nederland (FIU). De Nederlandsche Bank (DNB) houdt toezicht op banken of zij voldoen aan deze verplichting.
Gevolgen groot
De Algemene Rekenkamer heeft voor dit onderzoek onder andere gekeken naar hoe de anti-witwasaanpak in de bankensector in de praktijk uitpakt voor drie groepen: ‘politically exposed persons’ (PEP’s, in dit onderzoek met name oud-politici en oud-rechters), religieuze instellingen en horecaondernemers. PEP’s en religieuze instellingen (met name moskeeën en migrantenkerken) zeggen vaak te maken te hebben met ingrijpende controlemaatregelen. Als gevolg hiervan kunnen ze geen rekening openen, wordt hun rekening opgezegd, of kunnen ze bijvoorbeeld geen geld overmaken naar familie of bedrijven in andere landen. Ondervraagden geven aan de onderzoeken als te belastend te ervaren, bijvoorbeeld omdat bij PEP’s ook hun gezinsleden worden onderzocht. Die ervaren belasting geldt weer niet voor de meeste horecaondernemers, terwijl ook dit een hoog-risicosector is voor witwassen.
90% van de PEP's die de vragenlijst hebben ingevuld zegt gecontroleerd te zijn door hun bank
Meldingen van ongebruikelijke transacties door banken bij de FIU gaan relatief vaak over personen met een buitenlands klinkende achternaam, namelijk 61,8% van de door de Algemene Rekenkamer onderzochte meldingen. Dit staat niet in verhouding tot het aantal mensen met een migratieachtergrond in Nederland. Dit kan een aanwijzing zijn voor discriminatie, maar dat hoeft niet automatisch zo te zijn. Bij arbeidsuitbuiting kunnen bijvoorbeeld vaker arbeidsmigranten betrokken zijn. Wij konden in dit onderzoek niet vaststellen of de oververtegenwoordiging van buitenlands klinkende namen verklaard kon worden.
Uit onderzoek onder religieuze instellingen geven vooral moskeeën aan dat zij naar het doel en de herkomst van hun transacties worden gevraagd, zelfs als het niet om contante gelden of buitenlandse transacties ging. Dat was niet het geval voor bevraagde katholieke en protestantse kerken. De Algemene Rekenkamer ziet in het voorgaande aanwijzingen voor discriminatie. De minister van Financiën is in 2022 ook al op de hoogte gebracht over signalen van discriminatie in de bancaire sector en monitort dit jaarlijks. Ook DNB spreekt over discriminatie in de bancaire sector in haar onderzoeken.
Als de anti-witwasaanpak aantoonbaar werkt en op risico’s is gebaseerd kan dat een rechtvaardiging zijn om onderscheid tussen groepen burgers en bedrijven te maken. Er is echter geen inzicht in de effectiviteit van de anti-witwasaanpak, waarmee niet is vast te stellen dat dit onderscheid gerechtvaardigd is.
Inzicht in effectiviteit ontbreekt
Het is namelijk niet duidelijk of de toenemende controles door banken ook daadwerkelijk bijdragen aan het voorkomen en opsporen van witwassen. Het ontbreekt op verschillende vlakken aan inzicht bij de betrokken partijen. Zo worden er geen evaluaties uitgevoerd naar de resultaten door de ministers en DNB. Op basis van het onderzoek bij de FIU is ook niet goed te zeggen welk aandeel van het totaal aantal meldingen witwassen betreft, of wat de werkelijke financiële omvang daarvan is. En het is sowieso heel ingewikkeld om te bewijzen dat witwassen is voorkomen.
Duidelijke en volledige meldingen door banken dragen bij aan het opsporen van witwassen. Om inzicht te krijgen in de effectiviteit van anti-witwascontroles onderzocht de Algemene Rekenkamer de kwaliteit van meldingen door banken. Deze kwaliteit verschilt tussen banken. FIU toetst de kwaliteit echter niet. En DNB kijkt in haar toezicht op banken niet naar de kwaliteit van meldingen.
Lasten voor banken nemen toe
Niet alleen groepen burgers dragen de lasten als gevolg van de anti-witwasaanpak. Banken geven aan in 2021 € 1,16 miljard aan kosten te maken voor de Wwft. In 2024 is dit circa € 1,6 miljard. De negen banken die voor dit onderzoek zijn bevraagd, zetten in dat jaar 13.000 fte in om witwassen te bestrijden. DNB deelt informatie over de lasten voor banken niet met de minister van Financiën. De minister heeft ook niet op een andere manier inzicht in de lasten van de naleving van de Wwft.
Kosten voor Wwft nemen toe
Aandachtspunten voor DNB en FIU
Het is van belang om gezamenlijk – met alle schakels in de keten – te werken aan het tegengaan van mogelijke discriminatie én aan inzicht in resultaten van het anti-witwasbeleid. Pas als duidelijk is wat werkt in de praktijk én er goed inzicht is in risicogroepen, kunnen kwaadwillenden worden aangepakt en worden andere burgers niet onnodig belast. De ministers van Financiën en Justitie en Veiligheid geven in hun reactie op dit onderzoek aan dat hun inzet is om de resultaten van de anti-witwasaanpak inzichtelijker te maken. Dit zijn geen nieuwe ambities. Wat na
3 opeenvolgende plannen van aanpak witwassen sinds 2019 en verschillende onderzoeken over mogelijke discriminatie nodig is, zijn concrete stappen die op afzienbare termijn tot resultaat leiden. De ministers herhalen in hun reacties de verantwoordelijkheden van de diverse betrokken partijen en dat de minister van Financiën bewust op afstand staat van de DNB. Dat maakt ons bezorgd of er voldoende urgentie wordt gevoeld om gezamenlijk – met alle schakels in de keten – te werken aan het tegengaan van mogelijke discriminatie én aan inzicht in resultaten.