Forfaits niet tijdig geactualiseerd: heffing kan veel van werkelijke bedrag afwijken

Of instrument voor Belastingdienst doelmatig is houdt staatssecretaris niet bij

De 48 forfaitaire regelingen die in 17 verschillende wetten de belastingheffing moeten vereenvoudigen, worden door de staatssecretaris van Financiën niet, zoals afgesproken, periodiek geëvalueerd en indien nodig bijgesteld. Het kabinet voldoet niet aan de evaluatieplicht. Kabinet noch parlement weet of dit fiscaal instrument hierdoor nog wel de werkelijkheid benadert - een van de doelstellingen van forfaits.

Foto cover rapport Forfait in het belastingstelsel

Forfaits zijn in de belastingwetten vastgelegd en bedoeld om (groepen) belastingplichtigen een vaste waarde toe te kennen bij genoten voordeel of geleden nadeel, bijvoorbeeld inkomsten uit privévermogen (box 3), bezit van eigen woning, opvoeren van reisaftrek openbaar vervoer of bijtelling auto van de zaak bij het inkomen.

Sommige forfaits sinds 1980 niet geactualiseerd

De helft van 48 bestaande forfaits zijn sinds 2010 niet meer geactualiseerd, terwijl de regelgeving voorschrijft dat zulke regelingen ten minste eens in de zeven jaar worden geëvalueerd. Veel forfaits die gebruikt worden sinds de Wet inkomstenbelasting 2001 is ingevoerd, zijn sindsdien nooit meer bijgesteld. Zes forfaits, voornamelijk in de Successiewet (over schenken en erven), zijn zelfs sinds 1980 niet meer geactualiseerd. Toch zijn de relevante omstandigheden sindsdien gewijzigd. Zo daalt al jarenlang de marktrente en stijgt geleidelijk de levensverwachting verschillend voor vrouwen en mannen. Forfaits worden niet stelselmatig (periodiek) geëvalueerd en mede daardoor wordt het parlement ook niet systematisch geïnformeerd over de ontwikkeling en de actuele juistheid van forfaits. Forfaits zijn echter wel een beleidsmatig instrument in de belastingheffing en kennen om die reden een evaluatieplicht. Als evaluatie ontbreekt is niet bekend of een forfait het werkelijke voor- of nadeel voor de belastingplichtige benadert.

Budgettair belang

Van vrijwel geen van de onderzochte forfaits krijgt het parlement systematisch en periodiek informatie van de staatssecretaris over het budgettair belang. Van de meeste forfaits is de opbrengst of de financiële derving voor de schatkist niet bekend. Van sommige forfaits wel: de forfaitaire vermogensrendementsheffing brengt jaarlijks ruim € 4 miljard op, het eigenwoningforfait € 3 miljard en de bijtelling auto van de zaak ruim € 1,5 miljard.

Doelmatige belastinginning?

Uit het onderzoek dat de Algemene Rekenkamer op 26 juni 2019 publiceert blijkt dat de staatssecretaris niet bijhoudt of forfaits bijdragen aan een zo doelmatig mogelijk functionerende belastinginning door de Belastingdienst. Efficiënt werken door de Belastingdienst is een van de belangrijkste redenen om dit fiscaal instrument in te zetten. Het alternatief is maatwerk per individuele belastingplichtige.
Bij alle onderzochte forfaits wordt geen zichtbare afweging wordt gemaakt tussen gerealiseerde doelmatigheidswinst (en eventuele andere doelen) en de kosten die hier tegenover staan. Zo zijn duizenden belastingplichtigen in beroep gegaan tegen hun belastingaanslag, omdat zij de vermogensrendementsheffing in de inkomstenbelasting onrechtvaardig vinden. Ter illustratie, dit heeft de Belastingdienst alleen al in de eerste elf maanden van 2018 16.463 uren gekost aan bezwaarprocedures in het kader van box 3.

Reactie bewindsman

De staatssecretaris van Financiën erkent in een reactie dat er niet periodiek geëvalueerd wordt en dat het actualiseren noodzakelijk is. De staatssecretaris heeft een nader onderzoek toegezegd, waarvan de resultaten begin 2020 naar het parlement worden gezonden. Het door de Rekenkamer gemaakte overzicht van forfaits kan een bijdrage leveren aan het debat over de vereenvoudiging van het belastingstelsel.
In haar nawoord herhaalt de Algemene Rekenkamer de noodzaak van evaluatie en wijst op het belang om bij actualisatie expliciet te voorzien in de onderbouwing van het forfait uit oogpunt van een doelmatige Belastingdienst.

Zie ook