Toespraak Arno Visser in de Tweede Kamer

Arno Visser biedt de Verantwoordingsstukken aan de Tweede Kamer aan op Verantwoordingsdag, 19 mei 2021.

Toespraak Arno Visser in de Tweede Kamer

Verantwoordingsdag 19 Mei 2021

De wereld is een speeltoneel. 
Elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel.
Dit zijn mogelijk de bekendste regels van Joost van den Vondel.
Hij schreef ze in 1637 ter gelegenheid van de opening van de Amsterdamse Schouwburg.
In steen gegraveerd bij de poort zijn ze het enige dat rest. 
Elk speelt zijn rol.
Ook vandaag.
U voorzitter.
De minister van Financiën.
En de Algemene Rekenkamer.
Recent heeft u een rol op zich genomen, namelijk die van volksvertegenwoordiger.
Voor sommigen van u is dit nieuw, sommigen hebben deze rol al langer. 
Als volksvertegenwoordiger bent u medewetgever en beoordeelt u de daden van de regering.
De Algemene Rekenkamer heeft een andere rol: wij zijn de ‘auditor’.
Wij controleren en rapporteren. 
De oorsprong daarvan gaat terug tot de Middeleeuwen.
Voorlopers van de Algemene Rekenkamer controleerden de opbrengsten van de bezittingen van de Vorst.
Ze bekeken of wel recht werd gedaan aan wat hem toe kwam. 
Zij legden hun oor te luister en fluisterden hun bevindingen in het oor van de Koning.
Daar komt het woord auditor vandaan.
Luisteraar.
En op basis van die informatie besloot de Koning. 
En deze rol hebben wij – eeuwen later - nog steeds.
Alleen kijken we niet meer wat er bij het volk gebeurt en vertellen we het de koning.
Nee, het is nu omgedraaid.
We zien en horen wat er gebeurt bij de Koning en zijn regering.
We controleren het onafhankelijk en vertellen het aan het volk; aan u, volksvertegenwoordigers.
En bij onze rol hoort ook dat we niet de applausmachine van een kabinet zijn.
We zijn de criticaster die altijd een kritische recensie schrijft. 
En daarom sta ik hier vandaag voor u.
Om met u te delen wat ons verhaal is bij het jaar 2020.

Ik kan dan twee invalshoeken kiezen. 
Met theatrale gebaren zou ik onheil en tegenspoed kunnen beschrijven. 
Ik kan het ook heel klein maken en fluisteren: de coronacrisis als verzachtende omstandigheid voor alles dat ons overkwam.
Laat ik het maar feitelijk houden. 

Het thema van de pandemie krijgt toch een onvermijdelijke hoofdrol: de samenleving en de overheid zijn afgelopen jaar door de corona-crisis getest. 

Ons onderzoek is altijd gebaseerd op 3 ankerpunten: 
1.
Heeft het Rijk het geld volgens de regels geïnd en besteed? 
2.
Is de bedrijfsvoering van het Rijk op orde? Zijn de zaken goed geregeld?
3.
En tot slot: wat waren de resultaten?
Krijgen we waar voor ons geld? 
Het is met het antwoord hierop dat u vervolgens úw rol kunt vervullen, namelijk décharge verlenen aan de ministers.
Maar voor ik antwoord geef op die 3 vragen, eerst dit:
De coronacrisis zelf verandert niets aan de wijze waarop wij onderzoeken en concluderen.
De normen blijven dezelfde: de regels van het spel veranderen niet door de crisis.
Niet rechtmatig is niet rechtmatig.
En onvoldoende informeren is onvoldoende informeren. 

Ik geef u de naakte feiten.
Maar de crisis geeft wel context.
We begrijpen dat in veel gevallen snel gehandeld moest worden en snel keuzes moesten worden gemaakt.
Steeds moest gezocht worden naar een balans tussen snelle dienstverlening enerzijds en controle anderzijds.

Maar nood breekt ook niet álle wetten.
Zeker niet als wordt getornd aan het budgetrecht.
Het is aan ons u hierop te wijzen, ook in tijden van crisis.
Of misschien beter: juist ook in tijden van crisis. 
Maar of dat ook tot een andere waardering leidt van de feiten en onze bevindingen, dat is een andere kwestie, een andere vraag.
Die vraag moet u beantwoorden. 

1. Heeft het Rijk het geld volgens de regels geïnd en besteed? 
Dan kom ik bij de eerste vraag: Heeft het Rijk het geld volgens de regels geïnd en besteed? 
Anders dan voorgaande jaren verdient deze vraag meer aandacht.
De norm is dat ministers 100% innen en besteden volgens de regels.
We begrijpen dat het soms mis gaat of fouten worden gemaakt.
Daarom hanteren wij altijd een tolerantiegrens van 1% aan fouten en onzekerheden.
Jarenlang konden we op deze dag zeggen dat die 100% dichtbij was.
Maar vorig jaar bleven de onrechtmatige verplichtingen voor het eerst sinds jaren niet binnen de tolerantie grenzen.
We waarschuwden toen: parlement, let op uw saeck!
Nu blijkt in 2020 de tolerantiegrens voor zowel de verplichtingen als voor de uitgaven te zijn overschreden.
Dit is sinds de financiële crisis – 2008 - niet meer voorgekomen.
Om precies te zijn: 2,5% van de verplichtingen en ruim 1,5% van de uitgaven voldoen niet aan de afspraken. 
Dat gaat om groot geld: respectievelijk om € 9,1 miljard en € 4,3 miljard. 
Er is vaak een directe relatie met de coronasteunmaatregelen. Bij de ministers van LNV en EZK bij de steun aan bedrijven.
De minister van BZK bij steunmaatregelen aan Caribisch Nederland.
De minister van VWS bij het tekenen overeenkomsten.  
Maar voorzitter, niet alleen de crisis zorgde voor onrechtmatigheid.
Wat ook opvalt is het besluit van het kabinet om gedupeerden in de affaire rond de kinderopvangtoeslag € 30.000 uit te keren.
U kreeg weliswaar een brief van het kabinet, maar de staatssecretaris communiceerde op hetzelfde moment via sociale media over het kabinetsbesluit.
Dan ontstaat bij gedupeerde ouders de gerechtvaardigde verwachting dat zij rechten kunnen ontlenen aan die mededelingen.
Dus werd het parlement voor een voldongen feit gesteld. 
We begrijpen dat al deze maatregelen genomen zijn om burgers en bedrijven te helpen of tegemoet te komen.
Maar uitgangspunt van het parlementair budgetrecht is, dat u zich vooraf uit kan spreken over voorgenomen plannen van het kabinet.
En dat het parlement vooraf autoriseert wat de regering besteedt. 
Vorig jaar gaf ik de voorzitter ter inspiratie een kopie van het zogenoemde Groot Privilege.
Hierin werd in 1477 het principe verankerd waar we vandaag over spreken: eerst toestemming van de Staten Generaal en dan pas handelen. 
Natuurlijk is er soms haast geboden en moet er snel gehandeld worden.
Daarvoor biedt de wet een aparte regeling.
Hierin staat dat een minister geld mag uitgeven aan een spoedmaatregel, op voorwaarde dat hij de Staten-Generaal daarover informeert.
Macht en tegenmacht vragen om rolvastheid.
Rolvastheid gaat niet alleen over de eigen taak, maar ook over het respecteren van die van de ander.
Het respecteren van het budgetrecht is dus essentieel. 
Daarom plaatsen wij voor het 2e jaar op rij een kritische kanttekening bij onze verklaring van goedkeuring bij de rijksrekening. 
Het is aan u hierover bij decharge-verlening een standpunt in te nemen: breekt nood wet?

2. Is de bedrijfsvoering van het Rijk op orde?
Zijn de zaken goed geregeld?
Dan kom ik bij de 2e vraag: Zijn de zaken goed geregeld?
Is de bedrijfsvoering op orde?
De coronacrisis legt structurele zwakheden bloot.
Zaken die al kwetsbaar waren, komen aan de oppervlakte in tijden van crisis.
We spreken dit jaar van 50 onvolkomenheden waarvan zelfs 2 ernstig.
Zo bleek dat het financieel beheer bij veel departementen kwetsbaar.
Vooral bij het ministerie van VWS schoot het financieel beheer ernstig tekort. 
Hoewel dat al in de loop van 2020 duidelijk werd, is de organisatie niet tijdig versterkt.
De problemen stapelden zich op. 
Daardoor ontbraken bijvoorbeeld ontvangstbewijzen voor leveringen van goederen zoals beademingsapparatuur aan zorginstellingen.
Ook is onduidelijk of de aantallen afgenomen coronatesten klopten op facturen die de minister van VWS betaalde.
Er ontstonden zelfs problemen bij het maken van de jaarrekening. 
Begin april maakten we bezwaar tegen het financieel beheer van het ministerie van VWS.
Dat is één van de zwaarste instrumenten die de wet ons biedt.
Begin mei heeft de minister van VWS ons als antwoord een pakket van maatregelen getoond dat de financiële functie van het departement moet versterken. 
Op grond daarvan hebben wij ons bezwaar opgeheven.
Maar ons oordeel blijft dat er sprake is van een ernstige onvolkomenheid. 
Helaas is financieel beheer bij VWS niet de enige ernstige onvolkomenheid.
De minister van Defensie heeft evenzeer een probleem.
Dat gaat over het beheer en onderhoud van gebouwen en terreinen.
Ook hier geldt dat sprake is van structurele kwetsbaarheden.
Voor een goed functionerende krijgsmacht is een veilige werk- en leefomgeving van groot belang.
Al sinds 2018 stellen we vast, dat de minister van Defensie onvoldoende zicht op heeft op de staat van het vastgoed.
Vorig jaar gaven we een flinke waarschuwing.
Maar in 2020 zijn de achterstanden in het onderhoud van het defensievastgoed verder opgelopen.
En daardoor zijn de problemen groter geworden. 
Wij vinden het gebrek aan vooruitgang bij het oplossen hiervan zorgelijk.
Daarom spreken we ook daar van een ernstige onvolkomenheid. 
Waarom ernstig?
Omdat het om structurele problemen gaat en om groot geld.
Deze problemen vraagt nog jaren om aandacht van de minister en uw Kamer. 
Het is niet morgen opgelost, maar vraagt wél nu actie. 

3. Krijgt de burger waar voor zijn geld? Wat is daar over bekend?
Dan volgt het antwoord op de derde vraag; krijgt de burger waar voor zijn geld?
Wat is daar over bekend?
Welke niet-financiële informatie krijgt u daarover?
Of in moderner jargon: is er sprake van informatie over brede welvaart?
We willen er met deze onderzoeken aan bijdragen dat wat hier ten tonele wordt gevoerd, weerspiegelt wat er in de samenleving gebeurt. 
Wordt in de jaarverslagen alles zichtbaar?
Nee, helaas niet. 
We deden weer verschillende onderzoeken.
Ik vraag nu uw aandacht voor fiscale regelingen.
De afgelopen 20 jaar toonden we in een reeks aan rapporten aan, dat de effectiviteit vaak onduidelijk is.
Desondanks ontstond een wildgroei aan fiscale regelingen.
Dit jaar namen we opnieuw 4 fiscale regelingen onder de loep.
Opnieuw concluderen we dat niet duidelijk is of ze het beoogde effect sorteren.
En welke kosten ermee gemoeid zijn.
Wat ons betreft is de tijd is gekomen om alle fiscale regelingen scherp tegen het licht te houden.
Doen ze wat ze moeten doen?
Als het antwoord daarop nee.
Of niet duidelijk, dan is het tijd voor een andere aanpak.
Zo simpel is het eigenlijk.
Naast corona stond het jaar 2020 ook in het teken van de affaire rond de kinderopvangtoeslag.
Dat blijkt ook uit de verantwoording. 
Er is meer over te zeggen.
Ik vertelde u al over de regeling voor gedupeerden die tot een onrechtmatige verplichting leidde.
Bij het ministerie van Sociale Zaken is een groot bedrag aan vorderingen onzeker, als gevolg van de uitspraak van de Raad van State.
Er is een speciale organisatie in het leven geroepen, maar de communicatie met betrokkenen kan vele beter. 
Het laatste hoofdstuk in dit lange verhaal is nog niet uit. 
Deze affaire leidde terecht bij velen tot reflectie.
Wij deden ruim 15 jaar onderzoek naar de uitvoering van de toeslagen door de Belastingdienst.
We waren van meet af aan kritisch.
En toch moeten we concluderen, dat wij daarmee het licht er niet volledig op hebben laten schijnen.
Er was meer mis dan wij zagen.
Terugkijkend denken we dat als we ons onderzoek meer hadden gericht op de gevolgen voor burgers er een vollediger beeld was geschetst.
We vinden dat we het hadden moeten zien, en u hadden moeten tonen. 
Deze les nemen we mee in onze nieuwe strategie

Voorzitter, ik maakte de vergelijking met het jaar 2008.
Dat was het laatste jaar dat een kabinet op 2 van de 3 terreinen - verplichten en uitgaven - beneden de tolerantiegrenzen zakte. 
Verantwoordingsdag 2009: hier stond minister van Financiën Bos die zonder toestemming vooraf een bank had gekocht; daar zat voorzitter Verbeet die de orde streng hield; en op mijn plek sprak mijn voorganger Saskia Stuiveling. 
Ook dat was een bijzondere tijd.
De kredietcrisis had Nederland hard geraakt, net als de coronacrisis nu. 
Minister Bos lichtte zijn keuzes toe en erkende de onrechtmatigheid.
En Stuiveling maakte zich destijds zorgen over hoe u, de Kamer, uw budgetrecht ten volle kan uitoefenen.
Ze zei toen: Wij zien de relatie vervagen tussen het beleidsdoel en het geld dat daarmee verbonden is.
Dat is echter wel de kern van uw budgetrecht!
Doel en geld zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. 
Nu 12 jaar later is die boodschap onveranderd actueel. 
Maar we weten ook dat de Vaste Kamercommissie Rijksuitgaven weer terug is.
En de rapporteurs Sneller en Snels hier namens u hard aan werken.
En de minister heeft de operatie Inzicht in Kwaliteit gestart.
Dat geeft de burger moed.
Nog iets dat nog altijd actueel is.
In datzelfde jaar – 2009 – bracht Voorzitter Verbeet twee dagen voor de Verantwoordingsdag een rapport met als titel: Vertrouwen en zelfvertrouwen.
De ondertitel was Uitkomst en vervolg parlementaire zelfreflectie. 
In dat rapport staat bijvoorbeeld: de Tweede Kamer als instituut is toe aan een herijking van de eigen positie en functie, zij moet haar zelfvertrouwen herwinnen.
Een heel hoofdstuk gaat over regeerakkoorden.
Dat was gelijk wel het kortste hoofdstuk.
Het past op 1 A4-tje.
Symbolisch.
Eén van de aanbevelingen in dat rapport was:
Maak als Kamer vaker gebruik van de mogelijkheden die adviesraden, planbureaus en Hoge Colleges van Staat bieden. 
Wij bieden u vandaag 22 rapporten vol mogelijkheden aan.
Het is onze rol in die rapporten relevante zaken voor het voetlicht brengen, bijzonderheden in de schijnwerpers te zetten en uit de coulissen te halen wat vergeten dreigt te worden. 
Maar uw Kamer zit op de regisseursstoel.
Het verhaal dat in 2020 met de pandemie en de daaruit volgende crisis inzette is nog niet voorbij.
De afloop is niet bekend.
Geen opmerking van mijn kant kan een spoiler-alert zijn.
Ik weet ook niet of het een klucht, epos of tragedie wordt. 
Wat ik wel weet, is dat u met deze 22 rapporten het heft in handen kunt nemen en kan bepalen hoe het verhaal verder gaat.
Dat is uw rol.