Toespraak Arno Visser in de Tweede Kamer

Toespraak door Arno Visser, president van de Algemene Rekenkamer, bij het aanbieden van de Rapporten bij de jaarverslagen 2019 van de ministeries, aan de Tweede Kamer op Verantwoordingsdag 2020.

Speech van Arno Visser in de Tweede Kamer op Verantwoordingsdag 2020

Voorzitter, dat we hier staan, zegt veel over het gewicht dat we toekennen aan democratische waarden. 
Een gezamenlijke verklaring van de Hoge Colleges van Staat stelt: 
“Juist in moeilijke tijden moeten hoogwaardige advisering, grondige openbare beraadslaging en besluitvorming, effectieve controle op de verantwoording van besteding van publieke middelen en adequate beoordeling van de zorgvuldigheid en de rechtmatigheid van overheidshandelen onverminderd worden gegarandeerd.”
Hoogwaardig. Grondig. Effectief. Adequaat. Ook wanneer de nood hoog is. 
De medewerkers van de Algemene Rekenkamer, de ambtenaren van de departementen hebben de afgelopen maanden onder bijzondere omstandigheden doorgewerkt. Opdat uw Kamer op het afgesproken tijdstip de verantwoording kan ontvangen. Ik wil hen namens het college van de Algemene Rekenkamer daarvoor danken. 
De minister wees in zijn reactie op ons onderzoek op het belang van goede samenwerking in de huidige tijd van crisis. Hij citeert de Rotterdamse filosoof Erasmus: "Afstand scheidt enkel de lichamen, niet de geesten.” 
In de tijd van Erasmus, eind 15e eeuw, werden de Nederlandse gewesten bestuurd door de Bourgondiërs. De ambitieuze hertog Karel moderniseerde het landsbestuur en centraliseerde de macht in Brussel. Ook de Rekenkamer verhuisde mee. Die centralisatie van macht en het verlies van zelfbestuur waren tegen de zin van de Nederlanders.
Toen hertog Karel onverwacht overleed, was zijn dochter Maria de erfgename van een groot en welvarend rijk. Maar er waren kapers op de kust. Daar maakten de gewesten, verenigd in de Staten-Generaal, handig gebruik van. Ze wilden Maria wel als vorstin erkennen, maar alleen onder strikte voorwaarden. 
Noodgedwongen sloot Maria een verbond met de Staten-Generaal. Afgesproken werd dat belastingen alleen mochten worden geheven wanneer de Staten-Generaal daar eerst toestemming voor hadden gegeven. Die wilden weten hoeveel en waarvoor. En over de besteding legde Maria verantwoording af.  
Deze en andere afspraken werden op papier gezet. In het zogenoemde Groot Privilege werd in 1477 het principe verankerd waar we vandaag over spreken. Geld innen en uitgeven mag pas na toestemming van de Staten-Generaal. En de Staten-Generaal krijgen informatie die gecontroleerd wordt door de Rekenkamer.
Voorzitter, dit is meer dan een leuke anekdote: het is deze uitruil die al eeuwen aan de basis ligt van onze parlementaire democratie. Het principe dat ons ook vandaag bijna 550 jaar later weer samenbrengt. Geld in ruil voor informatie.
Voorzitter, de vraag is wat ons oordeel is bij die uitruil in 2019.
Helaas gaat de goedkeuring van de jaarrekening dit keer gepaard met een serieuze kanttekening. Voor het eerst sinds lange tijd wordt de tolerantiegrens van 1% bij de verplichtingen op de rijksrekening overschreden. 
Ik licht er twee opvallende oorzaken uit.
Het Rijk heeft in 2019 aandelen verworven in een luchtvaartonderneming op een wijze die we als onrechtmatig kwalificeren. Het parlement is vooraf niet geïnformeerd over de aankoop en dus niet in de gelegenheid gesteld zijn budgetrecht uit te oefenen. 
Het Rijk heeft daarnaast voorschotten betaald aan de NAM, waarbij onduidelijk is wat de hoogte van het bedrag bepaalde en wat daarvoor de tegenprestatie is. Die onzekerheid voldoet niet aan de vereisten voor rechtmatigheid.  
Daarnaast is bij 6 jaarrekeningen de tolerantiegrens van 2% overschreden.
Rechtmatigheid is een serieuze zaak. Overschrijding van de tolerantiegrens is ernstig. We hebben echter goedkeuring verleend, omdat we ook rekening houden met het feit dat het parlement achteraf de uitgaven aan de aandelenverwerving met een suppletoire begroting heeft gesanctioneerd. 
Want het antwoord op de vraag of nood wet breekt, is aan u. 
Voorzitter, de uitruil van geld en informatie moet niet alleen tijdig vooraf plaatsvinden, maar ook achteraf compleet zijn. We constateren dat dit beter kan. Zeker bij de aanpak van nieuwe vraagstukken geldt: beter ten halve gekeerd – of bijgesteld – dan ten hele gedwaald. 
Neem de tijd voor ons onderzoek naar aardgasvrije wijken. Onderdeel van de energietransitie. Het begint met concrete doelen. Daarvoor wordt geld vrijgemaakt. Gaandeweg veranderen doelstellingen zonder dat u daarover goed wordt geïnformeerd. Er is nu circa 150 miljoen uitgegeven aan het programma. Slechts enkele woningen zijn daardoor aardgasvrij.  
We dachten begin maart dat onze hoofdboodschap zou zijn: parlement, ‘let op uw saeck’! Bewaak uw budgetrecht en zorg dat u tijdige en complete informatie ontvangt.
Maar de inkt van de jaarverslagen was nog niet droog, of de volksgezondheid noopte tot drastische maatregelen.  
Voorzitter, uw gesprek met het kabinet gaat nu niet meer over het vergroten van invloed in een enkele luchtvaartonderneming. Het gaat nu om het voortbestaan van ondernemingen, bedrijfstakken, hele sectoren van de economie. Het gaat om honderdduizenden banen, om vele miljarden euro’s. In Nederland en in de EU. Welvaart en welzijn van miljoenen mensen staan op het spel.
Wellicht vraagt u zich af wat de relevantie van de jaarrekeningen en verantwoording over 2019 nog is.
Rechtmatigheid klinkt misschien technocratisch in barre tijden.  
Het begrip tijdigheid van informatie heeft nu een heel andere betekenis. 
U en het kabinet moeten immers snel handelen. 
En wat gisteren snel was, is momenteel traag. 
Daar wil ik dit tegenover zetten. De verankering van democratie in wetten en regels, zoals het budgetrecht en de informatieplicht, is er juist op gericht om een zekere traagheid te institutionaliseren. 
Traagheid is een democratische deugd, omdat het ruimte schept voor deliberatie. Het moet overhaast handelen voorkomen. En afspraken moeten duidelijk zijn.
Ik neem u mee naar 2008. De financieel-economische crisis. De Amerikaanse minister van Financiën Hank Poulsen bepleit bij het Congres bijna ongelimiteerde bevoegdheden om in te grijpen in de economie. In een gesprek met de leider van de senaat Harry Reid vraagt Poulsen om directe toewijzing van deze bevoegdheden. 
Waarop Reid zegt: Congress doesn’t do anything immediately.
De parlementariër zegt niets per ommegaande te doen. Tot wanhoop van de minister die urgente problemen heeft op te lossen. Het bestuur heeft haast en wil snel handelen. 
Begrijpelijk? Of toch niet?
Wellicht dacht hij aan Albert Einstein. Die zei, dat als de wereld binnen een uur zou vergaan, hij 55 minuten zou nemen voor de analyse, en 5 minuten voor de uitvoering. 
Voorzitter, het is aan u hoe u de tijd indeelt. Het is wat ons betreft de vraag of nood wetten breekt.
Of dat nood juist om wetten vraagt. 
De uitruil tussen regering en Staten-Generaal is het kloppend hart van de parlementaire democratie. 
Democratische instituties zorgen voor een zekere traagheid. Maar die vertraging zorgt ook voor betere besluitvorming, meer doordachte beslissingen. Zodat uiteindelijk effectief én rechtmatig wordt gehandeld. 
Voorzitter, u verwacht dat ik u een dikke stapel met 24 rapporten overhandig. Maar ik sta hier met lege handen. Het gedwongen thuiswerken heeft alles gedigitaliseerd. Er is niets op papier gezet.
Ik geef u daarom iets anders. Een kopie van dat Groot Privilege waarin voor het eerst werd vastgelegd dat de Staten-Generaal eerst toestemming moeten geven, voordat het bestuur aan de slag gaat. Meer dan 500 jaar oud, maar nog steeds actueel.
Let op uw saeck!