Aanpak problematische schulden

De aanpak van problematische schulden staat hoog op de agenda van kabinet en Tweede Kamer. Naar schatting heeft 16% van de Nederlandse huishouden een problematische schuld of het risico daarop. In de afgelopen jaren is in meerdere onderzoeken aandacht besteed het onderwerp. Wij geven een overkoepelend beeld van de aanpak van problematische schulden door de overheid. Wat is bekend over de opzet en werking van schuldhulpverlening, schuldenbewind en schuldsanering?

Aanpak problematische schulden

(Beeldtekst: Algemene Rekenkamer. Voice-over:)

GERINKEL

VOICE-OVER: We hebben gekeken naar de aanpak van problematische schulden.

(Een animatie.)

Iemand heeft een risicovolle schuld als hij of zij een of meer rekeningen niet op tijd betaalt rood staat of een creditcardschuld heeft.
Bij een problematische schuld kunnen de schulden aan een bedrijf of de overheid niet meer betaald worden. De schuldenlast is te hoog.
Problematische schulden kunnen ervoor zorgen dat gas en licht worden afgesloten of dat iemand z'n huis uit wordt gezet.
Om hoeveel mensen gaat het? Nederland telt ongeveer zeven miljoen huishoudens.
Naar schatting hebben meer dan 500.000 daarvan een problematische schuld.
Nog eens ruim 600.000 huishoudens hebben te maken met een risicovolle schuld.
Wij hebben gekeken naar de aanpak van problematische schulden door het Rijk en de gemeenten.
Mensen die hulp willen bij de aanpak van hun schulden kunnen aankloppen bij hun gemeente voor schuldhulpverlening of schuldenbewind aanvragen bij de rechter.

ZACHT GERATEL

Wij concluderen dat er een beperkt beeld is van de aanpak van problematische schulden en de resultaten daarvan.
We laten zien wat er hierover wel en niet bekend is.

(Een jurist achter een balie.)

Eerst over schuldenbewind: mensen die schuldenbewind aanvragen kunnen zelf hun financiën niet of niet meer goed beheren.
Zij vragen de rechter om iemand anders dat te laten doen.
Naar schatting stonden er eind 2014 182.000 personen onder schuldenbewind.
Zodra iemand weer zelf zijn financiën kan beheren, houdt het schuldenbewind op.
Het kan dat iemand dan weer financieel gezond is.
Het kan ook dat het schuldenbewind stopt terwijl iemand nog schulden heeft en dus nog niet financieel gezond is.
Het is onbekend hoeveel mensen er na schuldenbewind financieel gezond zijn en hoeveel niet. Tot zover over schuldenbewind.
We gaan nu in op schuldhulpverlening.
Bij schuldhulpverlening blijf je je eigen financiën beheren en krijg je van de gemeente advies en begeleiding.
Ook probeert de gemeente een regeling te treffen met de schuldeisers.
Ook voor schuldhulpverlening is onbekend hoeveel mensen deze hulp ontvangen.
Het gaat naar schatting om 153.000 huishoudens en net als bij schuldenbewind is onbekend of mensen wel of niet van hun schulden af zijn als het traject is afgelopen.
Het is dus niet bekend hoeveel mensen hulp ontvangen bij de aanpak van problematische schulden.
Dit komt door het ontbreken van cijfers en doordat de wél beschikbare cijfers óf betrekking hebben op personen óf op huishoudens.
Als mensen ondanks de schuldhulpverlening geen akkoord kunnen bereiken met de schuldeisers dan kunnen ze schuldsanering aanvragen bij de rechter.
De overheid weet dat van de ruim 17.000 mensen die in 2014 een aanvraag deden er ruim 12.000 zijn toegelaten.
Het succespercentage ligt tussen de 75 en de 80 procent.
En ondanks de goede resultaten van schuldsanering benadrukken we dat het maar een klein deel van de mensen met een problematische schuld betreft.
Een groot deel van de huishoudens met een problematische schuld vraagt niet om hulp of krijgt om onbekende redenen geen hulp.
Ook konden we in ons onderzoek geen financieel overzicht maken.
Voor zowel schuldenbewind als schuldhulpverlening weten we niet hoeveel de gemeenten uitgeven.
Rijk en gemeenten weten dus ook niet of mensen met een problematische schuld zo snel, zo goed en zo goedkoop mogelijk geholpen worden.
We hebben het Rijk daarom aanbevolen om afspraken met onder andere gemeenten te maken over het verzamelen van gegevens over schuldhulpverlening en schuldenbewind.
Op deze manier kunnen de ontbrekende cijfers in het figuur ingevuld worden en ontstaat een basis om te leren en te verbeteren.
Meer informatie vindt u in ons rapport 'Aanpak problematische schulden'.
U kunt het rapport en alle andere publicaties van de Algemene Rekenkamer vinden op onze website.

(Beeldtekst: www.rekenkamer.nl.)

Conclusies

Beperkt landelijk beeld over aantallen, resultaten en kosten

De staatssecretaris van SZW en de minister van VenJ hebben een beperkt landelijk beeld van:

  • het aantal mensen met problematische schulden;
  • het aantal mensen met een schuld bij de rijksoverheid;
  • het aantal mensen met problematische schulden dat geen hulp krijgt;
  • het aantal mensen met problematische schulden dat wel schuldhulpverlening of schuldenbewind krijgt;
  • de resultaten van schuldhulpverlening en schuldenbewind;
  • wat er gebeurt met mensen die zonder oplossing van hun problematische schulden (tussentijds) uitstromen uit schuldhulpverlening, schuldenbewind en schuldsanering;
  • de uitgaven voor schuldhulpverlening en schuldenbewind.
  • Hierdoor kunnen zij de doelmatigheid en doeltreffendheid van het stelsel voor de aanpak van problematische schulden niet vaststellen en daarover geen verantwoording afleggen aan de Tweede Kamer.

Geen overzicht van totale schulden bij verschillende schuldeisers

Mensen met een schuld bij meerdere rijksinstellingen -  de Belastingdienst en het Centraal Justitieel Incasso Bureau bijvoorbeeld - kunnen op dit moment nog niet op een gemakkelijke manier inzicht krijgen in hun totale schuldpositie bij het Rijk. Dat inzicht zou mensen met een problematische schuld kunnen helpen, omdat het nodig is om toegelaten te worden tot de gemeentelijke schuldhulpverle­ning. Het kabinet heeft aangegeven te streven naar transparantie richting de burger over de schulden per rijksinstelling.
De rijksoverheid is niet de enige schuldeiser in Nederland. Ook gemeenten, woningbouwcorporaties, energiebedrijven, webwinkels en postorderbedrijven, banken, telecomproviders en creditcardmaatschappij­en zijn belangrijke schuldeisers. Gegevens op landelijk niveau over de omvang van uitstaande schulden per schuldeiser zijn niet bekend.

Aanbevelingen

Om te zorgen voor een landelijk beeld over de werking van het stelsel voor de aanpak van problematische schulden en de uitgaven die hiermee gepaard gaan, zouden de staatssecretaris van SZW en de minister van VenJ landelijk geldende afspraken moeten maken met gemeenten over schuldhulpverlening en met beschermingsbewindvoerders over schuldenbewind. Deze afspraken zouden moeten leiden tot een slimme en slanke informatievoorziening over de werking van het stelsel, waarbij de gegevens die gemeenten en beschermingsbewindvoerders registreren de basis vormen van het (geaggregeerde) landelijk beeld. Dit voorkomt dat de informatiebehoefte van het kabinet los staat van die van gemeenten en beschermingsbewindvoerders zelf. Voor gemeenten zouden de afspraken moeten aansluiten bij de afspraken die zijn gemaakt in het kader van de gemeentelijke beleidsmonitor sociaal domein. Landelijke afspraken met gemeenten en beschermingsbewindvoerders ondersteunen ook het onderling leren van elkaar en het opbouwen van kennis over de oorzaken van problematische schulden (risicofactoren), wat de doelgroepen zijn van problematische schulden, wat werkt en niet werkt tegen welke kosten.

Door ervoor te zorgen dat rijksinstellingen (geanonimiseerde) informatie met elkaar uitwisselen over uitstaande schulden en het innen daarvan kan beter worden voorkomen dat het Rijk onbedoeld de aanpak van problematische schulden in de weg staat. Tegelijkertijd dient voor de individuele burger door het Rijk te worden voorzien in de mogelijkheid om diverse schuldposities bij het Rijk op één plek te kunnen raadplegen en zo nodig te gebruiken in diverse trajecten.

Reactie minister

De staatssecretaris van SZW heeft mede namens de minister van VenJ op 22 juni 2016 gereageerd op de publicatie. Ze heeft onder meer aan dat op vele fronten maatregelen zijn getroffen om het schulden­beleid te optimaliseren. Daarnaast geeft ze aan dat door de beleidsvrijheid van gemeenten het stelsel van gemeentelijke schuldhulpverlening niet vastomlijnd is.
De staatssecretaris onderschrijft ons aandachtspunt ten aanzien van de incasso door overheidsorganisaties.  Ze laat op dit moment een verkenning doen naar de concretisering van de Rijksincassovisie van 4 april 2016 en naar welke stappen noodzakelijk zijn om overheidsorganisaties aan te sluiten op het beslagregister en wat daarvoor een mogelijk tijdpad is.