Overlegprocedure instellingen op afstand

Veranderingen in publieke taakuitvoering door instellingen op afstand van het Rijk kunnen ook gevolgen hebben voor de controletaak of -bevoegdheden van de Algemene Rekenkamer. Om te voorkomen dat onduidelijkheid over deze taak of bevoegdheden ontstaat, bepaalt de Comptabiliteitswet 2016 dat ministers vooraf overleg moeten voeren met de Algemene Rekenkamer.

Overleg nodig in 3 gevallen

  1. Bij nieuwe of gewijzigde wet- en regelgeving met gevolgen voor de taken of bevoegdheden van de Algemene Rekenkamer (artikel7.40, eerste lid onder a).
    In de praktijk gaat het dan meestal om wetgeving die een nieuwe taak of bevoegdheden voor de Algemene Rekenkamer met zich meebrengt. Bijvoorbeeld wanneer bij of krachtens wet een publiekrechtelijke rechtspersoon wordt opgericht of wettelijke taken bij een organisatie buiten het Rijk worden ondergebracht. Het kan ook zijn dat door nieuwe wetgeving bepaalde bevoegdheden van de Algemene Rekenkamer juist komen te vervallen, bijvoorbeeld omdat een organisatie niet langer een wettelijke taak uitvoert.
  2. EU-regelgeving voor zover die betrekking heeft op de positie, taken of bevoegdheden van nationale rekenkamers (artikel 7.40, tweede lid).
  3. Als de Staat een privaatrechtelijke rechtspersoon opricht, mede opricht of doet oprichten  (4.7, vierde lid en 7.40, eerste lid onder b).

Het ministerie moet zelf het initiatief nemen voor het overleg.

NB: Als het ministerie een stichting wenst op te richten, mede oprichten of doen oprichten moet het oprichtingsvoornemen – voorafgaand aan het overleg met de Algemene Rekenkamer – worden getoetst door de Toetsingscommissie Verzelfstandiging (ministerie van Financiën). Zie voor meer informatie hierover het Kader voor stichtingen.

Doel van de overlegprocedure

Het overleg op grond van 7.4 en 7.40 van de CW 2016 (voorheen: artikel 34 en 96 CW 2001)  stelt de Algemene Rekenkamer in de gelegenheid te beoordelen of door een wetsvoorstel of door de oprichting van een nieuwe rechtspersoon haar controletaak en -bevoegdheden wijzigen. Daarnaast dient de procedure om vooraf te kijken of er lacunes zijn in de structuur van controle, verantwoording en toezicht die het ministerie voorstelt.

Een goede inrichting hiervan is nodig om te waarborgen dat de betrokken minister voldoende geïnformeerd wordt over de rechtmatige en doelmatige inning en besteding van publieke middelen en over de wettelijke taakuitvoering en eventueel kan ingrijpen als dat nodig mocht zijn. 

De Algemene Rekenkamer spreekt zich overigens niet uit over de wenselijkheid van de voorstellen zelf, alleen over de invulling ervan. Wij treden bijvoorbeeld niet in de afweging of de oprichting van een rechtspersoon op zichzelf wenselijk is.

Volgorde procedure: eerst ambtelijk dan bestuurlijk overleg

De procedure start met ambtelijk (voor)overleg tussen het ministerie en de contactpersoon van de Algemene Rekenkamer. Het ambtelijk overleg wordt gevoerd aan de hand van de toetsingscriteria (pdf). 
In het overleg komen aan bod:

  • De controletaak en controlebevoegdheden van de Algemene Rekenkamer;
  • De structuur van controle, verantwoording en toezicht.

De contactpersoon van de Algemene Rekenkamer toetst het voorstel aan de criteria en stelt hierover een concepttoetsingsnotitie op. De toetsingsnotitie en eventuele vragen en opmerkingen bij het voorstel kunnen in het ambtelijke gesprek aan de orde komen.

Het (formele) bestuurlijk overleg bestaat in de praktijk uit een briefwisseling tussen de betreffende minister of staatssecretaris en de Algemene Rekenkamer. Het bestuurlijk overleg begint met een brief van de betrokken bewindspersoon aan de president van de Algemene Rekenkamer waarin de Algemene Rekenkamer om commentaar wordt gevraagd op het voorstel. Het overleg wordt afgerond met een brief van de Algemene Rekenkamer aan de bewindspersoon, waarin we eventuele aandachtspunten vermelden.

Het is goed gebruik dat bewindspersonen een afschrift van de brief van de Algemene Rekenkamer als bijlage bij het betreffende voorstel meesturen aan de Raad van State (bij wetsvoorstellen) en aan de Staten-Generaal, maar zij zijn hiertoe niet verplicht. De Algemene Rekenkamer maakt de brieven ook zelf openbaar via haar website. Publicatie vindt in principe plaats nadat het voorstel waarop een brief betrekking heeft aan de Staten-Generaal is aangeboden.

In acht te nemen termijnen

Het heeft de voorkeur het ambtelijk (voor)overleg in een zo vroeg mogelijk stadium te starten, maar uiterlijk wanneer op het ministerie een min of meer definitief conceptvoorstel bestaat voor (de wijziging van) wetgeving of voor het oprichten van een privaatrechtelijke rechtspersoon.

Het bestuurlijke overleg met de Algemene Rekenkamer neemt minimaal zes weken in beslag en moet afgerond zijn voordat het wetsvoorstel of voornemen tot oprichting naar de ministerraad wordt gestuurd.

Neem bij twijfel contact op

Elke directie van de Algemene Rekenkamer heeft minimaal één vaste contactpersoon voor het overleg op grond van de Comptabiliteitswet. Deze contactpersoon voert het ambtelijk (voor)overleg en begeleidt de formele briefwisseling en is aanspreekpunt bij de vraag of overleg over een concreet voorstel al dan niet nodig is. Het is van belang om bij twijfel contact op te nemen, om te voorkomen dat de overlegprocedure ten onrechte wordt overgeslagen.