In 2025 bedraagt de financiële binding (deelname) van Nederland aan internationale financiële fondsen en instellingen ruim € 196 miljard aan garanties. Verder is er sprake van ruim € 7 miljard gestort kapitaal, dat wil zeggen deelname in het kapitaal van de fondsen en instellingen.

Het grootste gedeelte van de uitstaande garanties op EU-terrein betreft de zogenaamde Europese noodfondsen. Sinds het begin van de kredietcrisis in 2008 is de financiële binding van Nederland bij internationale instellingen die Europese landen en banken met financiële problemen met Europese noodfondsen steunen fors toegenomen. Andere internationale garanties op EU-terrein zijn ingesteld tijdens de Coronacrisis, na de Russische inval in Oekraïne, en zijn er garanties voor de EIB en, recent, voor defensieprojecten.

Garanties zijn gebaseerd op een bepaalde uitleencapaciteit van internationale instellingen, die daarmee risico’s dragen. Als de financiële instellingen in de problemen komen, kunnen de risico’s worden afgewenteld worden op de landen die garant staan, zoals Nederland. Garanties zijn vaak langlopend, waardoor potentiële financiële risico’s soms tientallen jaren blijven bestaan.