De Nederlandse regering neemt haar verantwoordelijkheid voor de besteding van Europees geld serieus. Ieder jaar informeren de verantwoordelijke ministers het parlement of de euro’s die ons land heeft ontvangen uit de EU volgens de regels zijn uitgegeven. Zij doen dat op de derde woensdag in mei, als onderdeel van de verantwoordingsstukken die het kabinet aanbiedt aan de Staten-Generaal.
Tot en met het begrotingsjaar 2019 vond deze verantwoording plaats in de vorm van de zogenaamde Nationale Verklaring, die deel uitmaakte van het Financieel Jaarverslag Rijk. Dat was een verklaring die de minister van Financiën namens het kabinet afgaf over de besteding van de EU-middelen.
Sinds 2020 is de informatie over de besteding van de EU-middelen opgenomen in een afzonderlijke EU-paragraaf in de jaarverslagen van de ministers die verantwoordelijk zijn voor de EU-fondsen in gedeeld beheer.
In ons rapport bij de Nationale Verklaring controleerden wij tot en met begrotingsjaar 2019 jaarlijks of de Nationale Verklaring van de minister van Financiën aan de eisen voldeed. Vanaf 2020 zijn we overgegaan tot het controleren van de EU-paragraaf in de jaarverslagen van de ministers. We doen dit als onderdeel van de controle op de totstandkoming van de bedrijfsvoeringsinformatie van de ministeries, die we jaarlijks verrichten in het kader van ons verantwoordingsonderzoek. We rapporteren daarover op de derde woensdag van mei. Daarnaast doen we regelmatig aanvullend onderzoek naar de besteding van EU-subsidies.