In 2020 publiceerden we een rapport over de netto-betalingspositie van Nederland. Oftewel: naar de vraag hoe per saldo de rekensom uitvalt als de afdrachten van Nederland aan de EU worden afgezet tegen de ontvangsten van Nederland vanuit de EU, en deze worden vergeleken met die van de andere EU-lidstaten. 

In dat rapport gingen we ook uitgebreid in op een verschil van inzicht tussen Nederland en de Europese Commissie over de berekeningswijze van de betalingspositie. Anders dan Nederland deed, rekent de Europese Commissie de traditionele eigen middelen (invoerheffingen) niet mee als afdracht van de lidstaat. Ook de administratieve uitgaven uit de EU-begroting vormen geen onderdeel van de berekening door de Europese Commissie. De verschillende berekeningswijzen leiden tot andere uitkomsten voor de nettobetalingspositie.

De laatste jaren is dit verschil van opvatting door Nederland niet benadrukt. In de begroting van Buitenlandse Zaken over 2024 worden de douaneafdrachten voor het eerst niet meer opgenomen als onderdeel van de afdrachten aan de EU (onder artikel 3.1) maar apart als invoerrechten gepresenteerd onder artikel 3.4. Het FJR 2022 (paragraaf 3.4.1) stelt dat de Nederlandse begroting voor de invoerrechten in zekere zin een doorgeefluik is en dat de Nederlandse douane de invoerrechten int voor de Europese begroting.

Sinds het rapport uit 2020 actualiseren we jaarlijks de nettobetalingspositie van Nederland. Volgens de definitie van de Europese Commissie (operating budgetary balance; OBB) was Nederland in 2014 de grootste nettobetaler in de EU en in de jaren daarna, na Duitsland, een van de grootste nettobetalers.

Overzicht van de nettobetalingspositie van 10 nettobetalers

Uitgedrukt als percentage van het bni volgens de OBB-definitie (2014-2024)

Volgens de operating budgetary balance is vooral Duitsland de afgelopen jaren de grootste nettobetaler geweest.

Nederland komt volgens deze definitie in 2024 uit op een bijdrage van 0,16% van het bni (zie oranje lijn in de grafiek). Dit percentage is gebaseerd op de nettobetaling door de lidstaat (betalingen aan de EU – ook wel aangeduid als totale nationale bijdrage, exclusief de douanerechten- minus ontvangsten van de EU). Het percentage wordt berekend door de nettobetaling te delen door het bni van de lidstaat in het betreffende jaar. 

De netto-betalingspositie vertelt maar een klein deel van het verhaal van de kosten en baten van de EU. Dat Nederland meer betaalt aan dan ontvangt van de EU wil niet zeggen dat de EU ons meer kost dan ons oplevert. Zo profiteren Nederlandse bedrijven bijvoorbeeld van de interne markt en het wegnemen van de handelsbarrières in de EU. Het Centraal Planbureau berekende dat door de extra handel die hiermee gepaard gaat het Nederlandse bruto binnenlands product – wat we met elkaar verdienen - structureel 3,1% hoger ligt.

Meer informatie