In de verantwoording over en de controle op de besteding van EU-geld is een belangrijke rol weggelegd voor de Europese Commissie en de Europese Rekenkamer.

Europese Commissie

De Europese Commissie (EC) stelt, zowel jaarlijks als periodiek, verschillende verslagen op waarin het zich verantwoordt over de besteding van geld uit de EU-begroting. In het jaarlijkse overkoepelende beheers- en prestatieverslag (Annuel Management and Performance Report; AMPR) is de EC over het algemeen positief over de bereikte resultaten. Zo stelde de EC dat ‘de EU-begroting prioriteiten [blijft] verwezenlijken’ en dat ‘doeltreffende instrumenten garanderen dat de EU-begroting goed wordt beheerd en gewaarborgd.’ De EC rapporteerde over 2024 dat voor alle uitgavenrubrieken, met uitzondering van cohesie, het foutenpercentage bij de betalingen onder de norm van 2% lag. Voor cohesie bedroeg het foutenpercentage 2,9%. De EC geeft ook een beeld van de geschatte fouten bij de afsluiting van het programma (na toegepaste correcties). Voor alle rubrieken lag het foutenpercentage volgens de EC onder de 2%. (AMPR 2024, volume 1, p.22). De EC stelt op grond daarvan dat het over degelijke interne controles beschikt om de EU-begroting onder deze rubrieken te beschermen.

Ten behoeve van de decharge procedure, levert de EC een integraal rapport op waar alle relevante informatie is opgenomen, Integrated Financial and Accountability Reporting.

Europese Rekenkamer

De Europese Rekenkamer (ERK) is minder positief in haar oordeel over de besteding van geld uit de EU-begroting. Uit het jaarverslag van de Europese Rekenkamer over 2024 blijkt dat de ERK voor het zesde jaar op rij een afkeurend oordeel heeft uitgebracht over de uitgaven van de EU. Het geschatte totale foutenpercentage bedroeg in 2024 3,6%. Dat is lager dan het percentage in 2023 (5,6%), maar nog steeds boven de grens van 2%. In onderstaande figuur is de ontwikkeling van de foutenpercentages van de laatste 5 jaar te zien.

De geschatte foutenpercentages tussen 2020 en 2024 worden getoond. Sinds 2021 is de ondergrens van het betrouwbaarheidsinterval van 95 % voor het geschatte foutenpercentage boven de materialiteitsdrempel van 2,0 % gebleven.

Vanwege het te grote aantal fouten bij de besteding van het EU-geld heeft de ERK nog nooit een goedkeurende verklaring over de uitvoering van de EU-begroting afgegeven.

Als verklaring voor het meer negatieve beeld dat de ERK heeft over de vraag of de besteding van het EU-geld volgens de regels verloopt stelt de ERK in haar jaarverslag over 2024 dat dit er mee te maken heeft dat de Commissie alleen de fouten meetelt die te wijten zijn aan het handelen of nalaten van een marktdeelnemer, en waarin zij juridische gronden ziet voor terugvordering en niet, zoals de ERK wel doet, de fouten betrekt gemaakt door nationale en regionale overheden of door de Commissie zelf, die nadelige gevolgen hebben voor de EU-begroting. (p.46). 

Voor de HVF, de uitgaven in het kader van het coronaherstelfonds, gaf de ERK in 2024 een oordeel met beperkingen af.  Ook daar oordeelt de ERK strenger dan de Europese Commissie die immers met haar goedkeuring van de betalingsverzoeken heeft geoordeeld dat deze voldeden aan de regels.