Het grootste deel van het geld uit de EU-begroting komt in de lidstaten terecht. Dat is geld dat door de Europese Commissie rechtstreeks aan bedrijven of organisaties wordt uitbetaald (direct beheer), en ook geld dat door de Europese Commissie via de lidstaten wordt uitbetaald en waarbij de lidstaten verantwoordelijk zijn voor de goede besteding ervan (gedeeld beheer).

Over de naleving van de regels per lidstaat bestaat geen duidelijk beeld. Dat komt omdat de ERK een oordeel uitspreekt voor de EU als geheel en niet per lidstaat. Een analyse van rapporten van nationale rekenkamers in de periode 2020-2025 geeft een versnipperd beeld. Veel rekenkamers hebben in deze periode wel onderzoek gedaan naar de besteding van EU-geld, maar er wordt door rekenkamers niet, in aanvulling op het werk van de ERK, systematisch getoetst of EU-geld volgens de regels worden besteed. Wel worden specifieke subsidies en maatregelen onder de loep genomen en getoetst op naleving van regelgeving.

Het ontbreken van een beeld per lidstaat komt ook doordat er voor lidstaten geen verplichting is om zich in het openbaar te verantwoorden over de besteding van EU-geld. De lidstaten zijn wel verplicht om de samenvattingen van de controlebevindingen (de zogenoemde annual summaries) aan de Europese Commissie te sturen. Deze annual summaries geven echter geen overkoepelend oordeel over de besteding van EU-geld in de lidstaten, en zijn ook niet openbaar.  Tot begrotingsjaar 2019 kende Nederland wel een openbaar verantwoordingsdocument, de Nationale Verklaring. Ook in een aantal andere lidstaten (Denemarken, Zweden en Verenigd Koninkrijk) heeft een dergelijk instrument bestaan en enige tijd is in de EU ook de discussie gevoerd of dit een verplichting zou moeten zijn voor alle lidstaten.