Toespraak door Ewout Irrgang, vicepresident van de Algemene Rekenkamer, tijdens het seminar ‘Accountancy en anti-witwassen: hoe en waarom’ van de Vrije Universiteit Amsterdam
Beste mensen,
‘Een cynicus is iemand die overal de prijs, en nergens de waarde van kent.’ Een citaat van Oscar Wilde.
Dat geldt natuurlijk niet voor uw beroepsgroep. Want accountants moeten de prijs van alles kennen, maar ook de waarde. Dus niet alleen de baten en lasten, maar óók de assets. En die waarde weten te waarderen. Kan in die zin een accountant ooit een cynicus zijn? Een wat filosofische gedachte, maar wellicht eentje om op te kauwen.
Bij de Algemene Rekenkamer brengen we de kosten van beleid in beeld, maar de waarde en effectiviteit ervan is regelmatig onbekend. Omdat wij geen cynici zijn, is dat onbevredigend voor ons.
Ik vertel u graag meer over ons recente onderzoek naar de anti-witwas aanpak in de bankensector: ‘Gevolgen groot, opbrengsten onbekend’. We onderzochten het effect van de Wet ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering bij de bankensector.
Eerst wat cijfers om de context van ons onderzoek te schetsen:
Elk jaar wordt er 15 tot 20 miljard euro witgewassen in Nederland. Elke witgewassen euro is verdiend met criminele handelingen.
Bij banken werken 13.000 medewerkers aan Wwft-controles.
In 2024 deden banken maar liefst 500.000 meldingen.
Die meldingen kwamen op het bureau te liggen bij 64 mensen bij het FIU. 20 mensen bij DNB houden hier toezicht op. Een beetje een scheve verhouding, als u het mij vraagt.
Van die 500.000 meldingen werden er 65391 verdacht verklaard door de FIU. Dat is iets meer dan 1 op de 10 meldingen.
Ik deel graag de opvallendste punten uit ons onderzoek. Wij keken naar de bankensector, niet de uwe. Toch denk ik dat een aantal lessen ook relevant voor úw sector zijn.
Wat ons opviel:
- Er zijn grote verschillen in de kwaliteit van meldingen door banken van ongebruikelijke transacties. Dat draagt niet bij aan effectieve opsporing
- Er wordt wel geëvalueerd of partijen doen wat ze moeten doen, maar niet wat dat oplevert
- De verantwoordelijke ministers bij Financiën en Justitie en Veiligheid kijken niet naar de resultaten van de anti-witwasaanpak. Tegelijkertijd zijn de kosten hoog, namelijk 1,6 miljard bij 8 door ons onderzochte banken
- Banken doen aan de-risking en nemen afscheid van bepaalde groepen klanten, omdat die te veel kosten of risico opleveren
- Bepaalde groepen worden vaker gecontroleerd, met vermoedens van discriminatie
Een voorbeeld: een moskee maakt een bedrag over naar de moskeekoepel voor een inzamelingsactie. Vervolgens krijgt het bestuur een brief van de bank, met de vraag uit te leggen hoe de moskee aan dat geld komt en wat ermee gaat gebeuren. Het moskeebestuur, dat uit vrijwilligers bestaat, schrikt zó van de toon dat het niet goed weet wat te doen. Het bestuur reageert niet op tijd, de rekening wordt geblokkeerd.
Het duurt een maand tot de rekening weer wordt vrijgegeven. Tot die tijd betalen de moskeebestuurders de salarissen van werknemers uit eigen zak.
Ander voorbeeld. Een migrantenkerk heeft veel moeite om een rekening geopend te krijgen. De bank wil eigenlijk niet zeggen waarom ze de kerk weigeren als klant, maar laat per ongeluk vallen dat het is vanwege de herkomst van de kerk, namelijk Venezuela. Het duurt uiteindelijk anderhalf jaar voor de kerk een rekening geopend krijgt. In de tussentijd heeft de kerk al haar betalingen contant gedaan.
En zo zijn er meer voorbeelden. We zien binnen de doelgroep religieuze instellingen dat migrantenkerken en moskeeën vaker en ingrijpender worden gecontroleerd door banken dan katholieke en protestantse kerken.
Als de anti-witwasaanpak aantoonbaar werkt en op risico’s is gebaseerd, kan dat een rechtvaardiging zijn om onderscheid tussen groepen burgers en bedrijven te maken. Dat is nu echter niet het geval. Er is geen enkele verklaring voor de oververtegenwoordiging van buitenlands klinkende namen. En er is ook niemand die dat uitzoekt.
In ons onderzoek in de bankensector zijn we overall kritisch over de rol van de toezichthouder. Die heeft in opzet een goede manier van toezichthouden ontwikkeld, maar dat komt in de praktijk niet tot uiting.
Banken zitten in lange hersteltrajecten bij DNB. In de praktijk heeft dit geleid tot strenge, niet-risico gebaseerde controles door banken van hun klanten. Omdat banken bang waren voor boetes en maatregelen. DNB evalueert de effectiviteit van haar toezicht niet. En dus ook niet waarom deze trajecten zo uitlopen. De controles zijn doorgeschoten. En de risico’s niet meer leidend.
In ons onderzoek bij de FIU hebben we 1000 meldingen bekeken. Het kwaliteitsverschil tussen meldingen was groot. Soms ging het om standaardmeldingen die geen enkel handelingsperspectief boden: ‘we melden omdat de herkomst van het vermogen onbekend is’. Punt. Wij zagen dat zowel DNB als de FIU niet keek naar de kwaliteit van meldingen.
In ons onderzoek zien we bovendien dat er heel veel informatie beschikbaar is, maar dat die niet wordt benut.
DNB monitort banken jaarlijks. Op basis daarvan kan DNB bijvoorbeeld laten zien welke banken het meest afscheid nemen van klanten. Of op welke plekken disproportioneel veel wordt gecontroleerd. Dat is nuttig voor DNB zélf, maar ook voor de buitenwereld. Maar er gebeurt niets met deze informatie. DNB gebruikt het uitsluitend om banken te selecteren waar ze toezicht gaat houden het komende jaar. Dat zijn in de praktijk vaak dezelfde banken, vanwege lange hersteltrajecten.
Ook op andere plekken blijft nuttige informatie op de plank liggen. Bijvoorbeeld bij de FIU, die nauwelijks feedback geeft aan melders. Daarnaast weet de FIU ook niet welke meldingen niet zijn bekeken.
Wij vinden dat de werkwijze van de FIU kwetsbaarheden vertoont. Hoe meldingen worden geselecteerd en vervolgens geanalyseerd is onduidelijk. Er is in ieder geval geen duidelijke risicobeoordeling van binnenkomende meldingen. Daardoor blijven mogelijk belangrijke meldingen onbekeken.
Onze hoofdconclusie:
De huidige anti-witwasaanpak is onvoldoende effectief en efficiënt. De balans is zoek. Er zijn veel controles, tegen hoge kosten, met grote en negatieve gevolgen voor bepaalde groepen, en er is geen zicht op de effectiviteit van de aanpak. Er wordt te weinig gedaan om dat inzicht wél te krijgen. Een gemiste kans, want dat inzicht is nodig voor een risico gebaseerde aanpak.
Dit is in vogelvlucht de samenvatting van ons rapport over de anti-witwasaanpak in de bankensector.
Herkende u punten uit uw eigen praktijk? Bijvoorbeeld het ‘better safe than sorry’-gevoel? Zijn we doorgeschoten in dossierfetisjisme? Is controle altijd beter dan vertrouwen, of is het iets minder zwart-wit?
Net zoals de Algemene Rekenkamer hebben accountants een belangrijke maatschappelijke, onafhankelijke rol. U bent de ogen en oren van de maatschappij. U controleert de boekhouding, ziet zaken die vragen oproepen.
Accountants zijn een grote groep melders van ongebruikelijke transacties. Met veel meldingen die uiteindelijk verdacht worden verklaard. Accountants deden 3388 meldingen in 2024, waarvan 670 verdachte transacties. Dat is bijna 20%, bijna het dubbele van banken. Zoals hoogleraar Peter Eimers zegt: de meldingen zijn vaker ‘on the spot’. Dat stemt positief!
U speelt op een ander schaakbord dan banken, dus ik wil voorzichtig zijn met te stellige aanbevelingen. Laat ik het als vragen formuleren. U hoorde dat we kritisch waren over DNB en het FIU. Als ik naar aanleiding van ons rapport een advies zou mogen geven aan uw sector, is dat: zet de opbrengst centraal, in de hele keten. Welke meldingen zijn relevant voor opsporingsdiensten, en worden die ook benut?
Banken doen nu aan de-risking. Zij nemen afscheid van bepaalde groepen klanten, omdat die te veel kosten of te veel risico opleveren. Hoe zit dat in de accountantssector? Worden sommige bedrijven in plaats van ‘unbankable’, ‘unaccountable’? En mág dat zomaar?
Vanaf 2022 geeft DNB in externe publicaties aan dat anti-witwascontroles door banken moeten passen bij het risico. In ons onderzoek over de periode 2019-2024 zien we nog weinig van deze veranderde koers. Gaat AFM dit wel doen? Gaat AFM concreet stellen waar accountants juist te veel doen?
Wij zagen dat zowel DNB als de FIU niet keek naar de kwaliteit van meldingen. Dat moet volgens ons absoluut. Doet de AFM dit wél?
Beste mensen,
Zowel banken als accountants moeten ongebruikelijke transacties melden. Als accountant zie je wat er achter transacties zit, de handelsstromen binnen een bedrijf. Vage constructies, creatief boekhouden, zaken die vragen oproepen. Dat is echt een meerwaarde ten opzichte van banken. Mijn advies zou zijn: benut die meerwaarde, pak je rol.
Jullie worden niet voor niets ‘poortwachter’ genoemd, ook in het boek dat vandaag gepresenteerd wordt. Het belang van jullie werk voor onze maatschappij en rechtstaat is ongelofelijk groot. Blijf controleren, zonder te verstikken. Word geen cynicus zoals Oscar Wilde zei. Controle is nou eenmaal noodzakelijk, maar zorg wel dat de aanpak effectief, efficiënt en risico gebaseerd is. Dan heeft het werk pas écht waarde.
Ik ben benieuwd hoe jullie dat zelf zien, en ga graag in debat hierover.
Dank u wel!