Dit onderzoek maakt deel uit van verantwoordingsonderzoek ministerie van Economische Zaken.

Als het ministerie van Defensie militaire goederen bij buitenlandse bedrijven bestelt, kan de minister van Economische Zaken (EZ) soms vragen om tegenorders. Dit heet industriële participatie (IP). Dan plaatst het buitenlandse bedrijf tegenorders bij Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen die actief zijn in de defensiesector. Hiermee wil de minister Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen versterken, zodat de nationale veiligheid kan worden vergroot. Wij hebben onderzocht of de minister van EZ de doelen van het IP heeft behaald en of de minister het beleid kan bijsturen op basis van bijvoorbeeld beleidsevaluaties.

Conclusies

In ons onderzoek concluderen we dat:

  • Door gebrek aan concrete doelen en informatie over de beleidsresultaten, hebben wij niet kunnen beoordelen of de doelen van het IP-beleid zijn gehaald.
  • Ook heeft de minister van EZ het IP-beleid niet laten evalueren.
  • De verantwoording over het IP-beleid geeft beperkt op de beleidsresultaten
  • Wel zien wij voorbeelden van tegenorders bij Nederlandse bedrijven waarbij het aannemelijk is dat dit bijdraagt aan de versterking van de defensie-industrie.
  • Het financieel belang van het IP-beleid groeit de laatste jaren. In 2025 heeft de minister met een beperkte personele inzet voor ruim € 2,4 miljard aan nieuwe IP-verplichtingen afgesloten.

Aanbevelingen

We bevelen de minister van EZ aan om:

  • Te onderzoeken of de bijdrage van het IP-beleid aan de nationale veiligheid en de Nederlandse defensie-industrie kan worden vergroot.
  • Het IP-beleid periodiek te evalueren en te zorgen voor inzicht in de beleidsresultaten. 
  • De verantwoording te verbeteren door deze aan te laten sluiten op de beleidsdoelen.