De departementale ontwerpbegrotingen omvatten dit jaar € 516,8 miljard aan uitgaven en € 481,2 miljard aan ontvangsten. De Algemene Rekenkamer gaat elk jaar na of kabinetsmaatregelen voor het parlement navolgbaar zijn in de begrotingen, of ministers duidelijke en meetbare doelen stellen waarop het parlement kan controleren en of het parlement goed wordt geïnformeerd over risico’s en onzekerheden.
“Een goede begroting is de basis voor een doordacht pad van doelen en plannen naar resultaten. Van veel geld is het echter nog onvoldoende duidelijk wat het kabinet ermee wil bereiken. En het is de vraag of de risico’s zoals haalbaarheid van investeringen en ombuigingen, staat van de infrastructuur, dalende onderwijsuitkomsten, tekorten op de arbeidsmarkt en onvoldoende vereenvoudigingen in een krakende uitvoering recht in de ogen worden aangekeken en aangepakt”, schrijft president Duisenberg in de overkoepelende brief aan het parlement.
Geld grotendeels navolgbaar
Uit analyse van 16 ontwerpbegrotingen concludeert de Algemene Rekenkamer dat kabinetsplannen in de begrotingen over het algemeen grotendeels te volgen zijn. Er zijn echter ook maatregelen, van bijvoorbeeld de ministers van VWS en SZW, waarbij dat niet het geval is. Hier gaat de overkoepelende brief nader op in.
Slechts enkele ministers stellen controleerbare hoofddoelen
Het opnemen van concrete en meetbare hoofddoelen in de begroting (motie Van der Lee c.s.) is maar beperkt gedaan. De minister van Financiën heeft toegezegd dat het kabinet hier bij de Miljoenennota invulling aan zou geven, maar alleen begrotingen van de ministers van EZK, KGG, Financiën, IenW en VRO bevatten concrete en meetbare doelen. In de andere begrotingen ontbreken deze.
Veel risico’s voor behalen resultaat niet in beeld
Er is zicht op risico’s in onder meer de begrotingen van de ministers van VWS (verwachte toename personeelstekort in de zorg), VRO (netcongestie, stikstof en te weinig ambtelijke capaciteit) en IenW (beschikbare geld voor instandhouding van infra is minder dan wat er nodig is, capaciteit van Rijkswaterstaat, ProRail en de markt zijn beperkt).
Echter, andere belangrijke risico’s ontbreken in de begrotingen, bijvoorbeeld het risico op ondoelmatige bestedingen en onderuitputting door de snelle toename van de budgetten voor Defensie (groei richting 3,5% bnp) en LVVN (verdubbeling van verplichtingen ten opzichte van 2026), afdrachten aan de EU die vanaf 2028 jaarlijks ca. € 3,7 miljard hoger kunnen zijn (BZ) en het risico dat doelen van de Kaderrichtlijn Water niet gehaald worden gehaald (IenW). In de brieven bij de departementale begrotingen noemt de Algemene Rekenkamer meer risico’s die geen of weinig aandacht krijgen in de ontwerpbegrotingen. Ook wijzen we op de risico’s die we in onze hoogrisicolijst hebben opgenomen.
Geen duidelijke keuzes voor invulling bezuiniging op Rijksdienst
Een ander risico betreft de beoogde bezuiniging op de Rijksdienst. De totale voorgenomen bezuiniging ten opzichte van 2024 bedraagt inmiddels zo’n 3,4 miljard euro, terwijl de afgelopen jaren de uitgaven alleen maar toenamen.
Apparaatsbezuinigingen sinds kabinet-Schoof lopen op tot € 3,4 miljard
Bedragen in miljarden euro's
Het is inmiddels duidelijk dat deze bezuiniging naast beleids- en stafdirecties ook uitvoeringsorganisaties gaat raken en dus gevolgen kan hebben voor het niveau van publieke dienstverlening. Dit vraagt om duidelijke keuzes en sturing door het kabinet, iets dat ontbreekt in de huidige begrotingsstukken. Dit ondanks de vraag van de Tweede Kamer om deze in beeld te brengen (motie Van der Maas c.s.). Relevant hierbij is ook de factsheet Uitvoeringstoetsen die de Algemene Rekenkamer vorige week publiceerde. Hieruit blijkt dat personele consequenties vaak ontbreken in haalbaarheidstoetsen voor nieuw beleid (wanneer deze toetsen überhaupt worden uitgevoerd).
Groot deel van niet-doeltreffende fiscale regelingen blijft bestaan
Een groot deel van de huidige fiscale regelingen is nooit geëvalueerd, waardoor niet duidelijk is of ze goed werken. Bij 53 regelingen die wel zijn geëvalueerd, blijkt dat zij niet doelmatig of doeltreffend zijn. Uit ambtelijk advies blijkt dat schrappen of aanpassen van deze regelingen voor het kabinet een besparing tot wel € 35 miljard zou kunnen opleveren. De maatregelen die het kabinet tot nu toe neemt, leveren een besparing op van ongeveer € 1 miljard.
Taskforces gestart
Het kabinet is bezig voor 6 grote maatschappelijke opgaven departement-overstijgende taskforces op te richten (versnelling woningbouw, landbouw, natuur en stikstof, toekomstige welvaart en vestigingsklimaat, slagvaardige overheid, asiel en migratie en ondermijning). Positief is dat sommige taskforces meetbare doelen stellen. Maar bij meerdere taskforces zijn alleen voorgenomen activiteiten beschreven (die vaak al bestaand beleid zijn) en geen doelen. Het is nog onduidelijk hoe resultaten van de taskforces worden gemonitord én er is nog geen link tussen doelen en beschikbaar geld. De Algemene Rekenkamer geeft het parlement in overweging om haar controlerende taak hier commissie-overstijgend in te vullen, aansluitend bij de departement-overstijgende maatschappelijke opgaven.
Ondersteuning Tweede Kamer bij controle op begrotingen
De laatste jaren is het in de Tweede Kamer gebruikelijk geworden om met begrotingsrapporteurs in de commissies de controle op de begrotingen mede uit te voeren. Dit is een verbetering in het uitoefenen van de controlerende en medewetgevende taken van de Tweede Kamer. De Algemene Rekenkamer is van harte bereid om het parlement hierin te ondersteunen.