Het zoetwaterbeleid van de overheid loopt vertraging op. Daardoor worden maatregelen duurder en stapelt de maatschappelijke schade zich op. De minister van Infrastructuur en Waterstaat geeft bovendien onvoldoende sturing. Dat concludeert de Algemene Rekenkamer vandaag in het rapport ‘Zorgen over zoetwater’.

Bijna driekwart van de onderzochte maatregelen uit fase 1 van het Deltaprogramma Zoetwater, dat plaatsvond tussen 2015 tot 2021, liep tijdens de uitvoering vertraging op. Bij het hoofdwatersysteem is de vertraging gemiddeld 3 jaar. Maatregelen met vertraging vielen bovendien bijna altijd duurder uit dan vooraf begroot. Daardoor zijn de uitgaven uit het Deltafonds en van de regio’s voor de maatregelen uit de eerste fase € 513 miljoen. Dat is 40% hoger dan vooraf was begroot (€ 365 miljoen).

Voorbeelden van vertraagde projecten zijn de implementatie van het peilbesluit IJsselmeer, dat 5 jaar vertraging opliep, of de maatregel om de exacte hoeveelheid stromend water (het debiet) in het riviertraject Neder-Rijn Lek continu en nauwkeurig te meten. Die laatste maatregel was 4 jaar vertraagd.

De Rekenkamer vindt de vertraging zorgelijk omdat de maatregelen tot nu toe door de minister als laaghangend fruit werden gezien. Veel van de maatregelen stonden al gepland en zijn opgenomen in het Deltaprogramma. Ze waren dus niet nieuw. Bovendien is de voortgang in fase 2, van 2022 tot en met 2026, opnieuw vertraagd.

Gemiddeld 3 jaar vertraging bij maatregelen hoofdwatersysteem

De wijzigingen ten opzichte van de oorspronkelijke planning van de onderzochte maatregelen. We zien dat enkele maatregelen eerder dan gepland gereed waren, maar bijna driekwart heeft vertraging opgelopen. Gemiddeld genomen is er een vertraging van 3 jaar bij de 15 onderzochte maatregelen uit het hoofdwatersysteem.

Schade door zoetwatertekorten

Zoetwatertekorten door droogte veroorzaken structureel schade voor veel sectoren. Om die te becijferen keek de Rekenkamer voor de sectoren natuur, landbouw, scheepvaart en industrie naar de gemiddelde jaarlijkse schade over een periode van 26 jaar. De schade laat zich moeilijk in geld uitdrukken, maar verlies kan wel worden uitgedrukt in verschil ten opzichte van het jaar ervoor. Onderstaand figuur toont het gemiddelde percentage verlies over de periode 1998-2023. Denk dan aan verslechtering van natuur en slechtere oogsten. Ook een kleine achteruitgang kan op termijn leiden tot grote maatschappelijke en economische schade. De extreme droogte in de zomer van 2026 is in dit onderzoek nog niet meegenomen.

Nederlandse sectoren lijden significante schade door droogte

Droogte veroorzaakt structureel schade in veel sectoren. Voor natuur, landbouw, scheepvaart en industrie hebben we de jaarlijks gemiddelde schade over een periode van 26 jaar onderzocht. Die schade laat zich niet direct in geld uitdrukken, maar verlies kunnen we wel uitdrukken in percentages verschil, zoals verslechtering van natuur en lagere oogstopbrengsten.

Cofinanciering en meer sturing

Het onderzoek van de Algemene Rekenkamer levert een aantal aanbevelingen op voor de minister van Infrastructuur en Waterstaat. Zo zag de Algemene Rekenkamer dat maatregelen vaak wél liepen zoals gepland wanneer de minister meebetaalde aan de maatregelen (cofinanciering) en decentrale overheden zoals waterschappen en provincies tijdens de planuitwerking op tijd werden betrokken. Dat zorgt voor draagvlak in de regio. Dergelijke steun aan de regio’s en voor maatregelen van het Deltaprogramma is echter niet altijd structureel. Daarom beveelt de Algemene Rekenkamer de minister aan om zoetwaterregio’s structureel met cofinanciering te ondersteunen.

De Rekenkamer concludeert verder dat de minister meer regie moet pakken, bijvoorbeeld door de doelen van het Deltaplan Zoetwater op het gebied van zoetwatertekorten concreter te maken en door realistischer te plannen. Ook kan hij ervoor zorgen dat zoetwatertekorten structureel aandacht krijgen in de Tweede Kamer. Ondertussen blijven de maatschappelijke kosten voor onder meer natuur, landbouw, scheepvaart en industrie stijgen.