De Tweede Kamer heeft op 20 januari 2026 met algemene stemmen een motie aangenomen, waarin de minister van Financiën wordt opgeroepen een plan uit te werken voor de samenvoeging van de certificerende taken (de zogenaamde ‘variant-Slootweg’) van de Auditdienst Rijk (ADR) bij de Algemene Rekenkamer.

Doel van de aanpassing is te komen tot een onafhankelijke controle en versterking van de beoordeling door de Algemene Rekenkamer. En tot een doelmatiger werkend controlebestel: de accountantscontrole kan hiermee goedkoper, sneller en beter uitgevoerd worden. Aanleiding is een peer review geweest van internationale collega’s van de Algemene Rekenkamer in 2021. Daar rolden een aantal aanbevelingen uit.

De Tweede Kamer benadrukt in de motie, gezien haar budgetrecht, het belang van meer onafhankelijke controle die voldoet aan de internationale standaarden. Het is belangrijk dat de gekozen oplossing voldoende draagvlak heeft.

Eerder drong Eerste Kamer aan op aanpassing

Afgelopen november vroeg de Eerste Kamer al aan de minister om zo’n transitieplan in overleg met de Algemene Rekenkamer uit te werken om tot uitvoering te komen. Nu bij een stemming de Tweede Kamer zich hierbij aansluit met de motie-Van der Lee/Van Berkel, is er brede steun in beide Kamers van het parlement voor de uitgangspunten van de samenvoegingsvariant uit het rapport-Slootweg waarin de externe accountantscontrole bij de Algemene Rekenkamer wordt belegd. 

Transitieplan werkt het hoe uit en bevat planning

Kern van het gevraagde transitieplan is een uitwerking op basis van de samenvoegingsvariant uit het rapport-Slootweg, inclusief een zorgvuldige inrichting van de Algemene Rekenkamer na integratie van de accountantscontrole. Voorts een helderere positionering van de ADR als interne auditor van het Rijk. Een zorgvuldige uitwerking wat dit betekent voor de accountants en overige medewerkers, en ook voor de ondernemingsraden, staat bij dit plan voorop. Het college van de Rekenkamer werkt, zoals de motie vraagt, graag samen met de minister van Financiën en andere ministeries en de ADR aan dit verzoek van beide Kamers. Het doel is om het transitieplan bij voorkeur in het eerste kwartaal en in ieder geval vóór de zomer van 2026 aan het parlement toe te sturen. Daarin zal ook een indicatieve planning staan. Volgens het rapport-Slootweg is de doorlooptijd van het transitieproces ongeveer twee jaar.