Om ervoor te zorgen dat bedrijven energie besparen, heeft het kabinet zowel een verplichting als meerdere subsidies in het leven geroepen. In veruit de meeste gevallen gaat dat goed, maar soms krijgen bedrijven subsidies om acties te ondernemen die ze toch al verplicht waren te doen. Dat concludeert de Algemene Rekenkamer vandaag in het rapport Energiebesparing stimuleren of verplichten?
De energiebesparingsplicht bestaat sinds 1993 en is het belangrijkste instrument van de minister van Klimaat en Groene Groei (KGG) om bedrijven en instellingen te verplichten tot energiebesparing. Als zij veel energie of gas gebruiken, moeten zij verplicht energiebesparende maatregelen doorvoeren die in 5 jaar terugverdiend worden. In 2024 bleek uit onderzoek van de Rekenkamer dat de minister van KGG onvoldoende op de hoogte was in hoeverre de plicht daadwerkelijk tot energiebesparing leidt. De verwachte energiebesparing werd waarschijnlijk niet behaald, mede omdat de minister niet wist welke bedrijven onder de plicht vallen.
€ 1,2 miljard subsidies en fiscale regelingen
Naast de verplichting tot energiebesparing, voor circa 107.500 bedrijven en instellingen, stimuleert het kabinet alle Nederlandse bedrijven en instellingen met ten minste 17 subsidies en fiscale regelingen om energiebesparende maatregelen te treffen en CO2- uitstoot te verminderen. Daar werd in 2024 ten minste € 1,2 miljard aan uitgegeven.
Bij 11 van de 17 regelingen zijn er maatregelen genomen om overlap met de plicht te voorkomen. Dat kan door de doelgroep te beperken, bepaalde maatregelen uit te sluiten of technische voorwaarden te formuleren, zodat overlap in de praktijk nauwelijks kan voorkomen.
Bij 4 stimuleringsmaatregelen bestond met zekerheid wel overlap met de energiebesparingsplicht: BOSA (voor de bouw van sportaccommodaties), EG (voor glastuinbouw), EIA (energie-investeringsaftrekregeling) en ISDE (voor verduurzaming van woningen). Het onderzoek laat zien dat er bij die regelingen belastinggeld is besteed aan besparingsmaatregelen die bedrijven toch al verplicht waren te doen, omdat die zichzelf binnen 5 jaar terugverdienen. Dat geld is daarmee niet doelmatig uitgegeven.
Ruim € 50 miljoen
Om hoeveel geld het precies gaat is niet precies vast te stellen, voornamelijk omdat de minister van KGG niet weet welke bedrijven onder de energiebesparingsplicht vallen. De Rekenkamer heeft daarom zelf een inschatting gemaakt van de financiële overlap. Het maximale bedrag piekte op 4,7% van de uitgaven in 2023, oftewel maximaal € 51,4 miljoen overlap op bijna € 1,2 miljard aan uitgaven en fiscale aftrek. In andere jaren was het maximale risico op overlap lager.
Overlap met energiebesparingsplicht is beperkt
In millions of euro's
In de afbeelding staat de financiële omvang van de stimulerende maatregelen voor energiebesparing van het kabinet, aangegeven met een lijn. De uitgaven stijgen van € 286 miljoen in 2019 naar € 1.200 miljoen in 2024. In de afbeelding staan ook de uitgaven die overlappen met de energiebesparingsplicht, vormgegeven in een vlak. Voor elk jaar is een minimale overlap en een maximale overlap. De ruimte ertussen is gevuld. De minimale overlap stijgt van € 0,7 miljoen in 2019 naar € 9,6 miljoen in 2023 en zakt naar € 2,1 miljoen in 2024. De maximale overlap stijgt van € 5,2 miljoen in 2019 naar € 51 miljoen in 2023 en zakt naar € 44,4 miljoen in 2024.
Collegelid Barbara Joziasse duidt de cijfers: “Over de gehele linie genomen is de financiële overlap relatief beperkt. In het jaar dat die het hoogst was, 2023, was voor elke € 21 er 1 die overlapte met de energiebesparingsplicht. In de andere jaren was dit dus minder. Maar het gaat natuurlijk nog steeds om ondoelmatig besteed publiek geld. Daar hoort de overheid zuinig mee om te gaan. We moedigen de minister dan ook aan om deze oneffenheden op te lossen.”