U bevindt zich op: Home › Publicaties › Dossiers › Bestuur op afstand › Verantwoording
De minister legt verantwoording af over de uitvoering van een publieke taak en over de besteding van publiek geld aan de Tweede Kamer. Dat geldt voor publieke taken die het ministerie zelf uitvoert en voor publieke taken die door de minister bij instellingen op afstand van het Rijk zijn neergelegd. Rechtspersonen met een wettelijke taal (rwt’s) moeten zich bij de minister verantwoorden voor:
De minister moet zich hierover een oordeel vormen. Dat doet hij door toezicht te houden. Als het nodig is, zal de minister moeten optreden.
De minister moet duidelijk aangeven welke informatie hij nodig heeft, om zijn of haar ministeriële verantwoordelijkheid waar te kunnen maken. Een goede verantwoording aan de minister, of (namens hem) de toezichthouder:
Steeds meer zbo’s en rwt’s willen behalve aan de minister ook aan anderen verantwoording afleggen. Zij investeren in andere manieren om de doelmatigheid van hun functioneren, de kwaliteit van de dienstverlening en het vertrouwen van directe belanghebbenden te vergroten. Dat doen zij onder andere door:
Andere ontwikkelingen die te maken hebben met brede publieke verantwoording zijn: