U bevindt zich op: Home Publicaties Onderzoeksrapporten 2017 01 Bekostiging van de curatieve geestelijke gezondheid

Bekostiging van de curatieve geestelijke gezondheid

Onderzoek naar de bekostiging van de curatieve geestelijke gezondheidszorg (ggz). Daarin worden ieder jaar meer dan één miljoen personen behandeld en er wordt jaarlijks ongeveer € 4 miljard aan uitgegeven. Sinds 2008 is gereguleerde marktwerking geïntroduceerd: prestatiebekostiging. We onderzocht in welke mate de huidige vorm van prestatiebekostiging werkt zoals beoogd. We besteden in ons onderzoek verder aandacht aan de vraag of de voorgenomen aanpassingen van het bekostigingsmodel beperkingen ervan weg kunnen nemen.

Bekosting van de curatieve geestelijke gezondheidszorg PDF, 957 kB


Conclusies

Door de invoering van prestatiebekostiging is er meer informatie beschikbaar gekomen over de curatieve ggz.

Door prestatiebekostiging is nu bekend hoeveel patiënten zijn behandeld, voor welke stoornis, en wat de kosten van deze behandeling zijn geweest. Deze informatie geeft zorgverzekeraars en zorgaanbieders aanknopingspunten om concrete afspraken te maken over (de omvang van) de te leveren zorg.

De onderhandelingen op de zorginkoopmarkt zijn vooral gericht op de beheersing van uitgaven en nog niet gebaseerd op een vergelijking van de kwaliteit van zorgaanbieders.

Voor de goede werking van prestatiebekostiging is informatie nodig waarmee zorgaanbieders vergeleken kunnen worden op de kwaliteit van hun zorgprestaties. Het ontbreken van deze informatie is een belangrijke reden dat prestatiebekostiging nog niet heeft geleid tot de gewenste dynamiek op de zorginkoopmarkt.

De minister van VWS en de betrokken organisaties hebben hoge verwachtingen van het nieuwe model van prestatiebekostiging.

In 2019 wil de minister van VWS een aangepast model van prestatiebekostiging invoeren. Om dit te realiseren, moeten eind 2017 de zorgstandaarden gereed zijn voor implementatie en de productstructuur moet begin 2018 beschikbaar zijn om te kunnen gebruiken bij de zorginkoop 2019. De partijen hebben hoge verwachtingen van de haalbaarheid van het gekozen tijdpad. Het is de vraag of dit een realistisch tijdpad is.

 


Aanbevelingen

Neem voldoende tijd om te komen tot realisatie van een samenhangend en effectief bekostigingsmodel.

Het zal een uitdaging zijn om in deze sector met een grote diversiteit aan zorgaanbieders te komen tot breed gedragen standaarden voor kwalitatief goede zorg en hier kwaliteitsindicatoren en normen aan te koppelen. Het is belangrijk om in de zorgstandaarden aan te blijven sluiten bij de kwaliteitsbeleving van behandelaren. Daarnaast moet bij het opstellen van zorgstandaarden de geboden zorg niet geïsoleerd benaderd worden, maar is aandacht gewenst voor de afstemming met andere partijen buiten de curatieve ggz wanneer dit nodig is voor het herstelproces van een patiënt.

Bepaal tijdig welke verantwoordingsinformatie past bij het nieuwe bekostigingsmodel.

De verantwoordingsinformatie die zorgaanbieders in het nieuwe bekostigingsmodel moeten aanleveren, moet aansluiten op de afspraken in de zorgstandaarden en de zorgclusters van de productstructuur. Wij vragen expliciet aandacht om bij de uitwerking van het bekostigingsmodel voor 2019 in een vroeg stadium vast te stellen welke verantwoordingsinformatie zorgaanbieders aan zorgverzekeraars gaan verstrekken en hoe deze informatie gecontroleerd gaat worden.

Houd rekening met beperkingen van de meetbaarheid en vergelijkbaarheid van de behandeluitkomsten.

Er zijn grenzen aan de mogelijkheden om de zorg in de ggz inzichtelijk te maken in objectief meetbare indicatoren. De gerealiseerde behandeluitkomsten bij de patiënten met complexe aandoeningen hangen niet alleen samen met de geleverde zorg, maar ook met andere factoren zoals de woonsituatie en het wel of niet hebben van werk. Om patiënten met dergelijke aandoeningen te ondersteunen, is het vaak nodig dat meerdere partijen in het sociale domein met elkaar samenwerken. Het is dan niet mogelijk om de gerealiseerde verbetering bij een patiënt toe te schrijven aan de behandeling van één van de betrokken zorgverleners. Hiermee zien wij een risico dat voor een substantieel deel van de uitgaven het bekostigingsmodel niet goed aansluit op de behandelpraktijk.

Wij bevelen de minister van VWS aan om het Zorginstituut Nederland een expliciet oordeel te laten geven over de kwaliteit van de nieuwe set kwaliteitsindicatoren.

We vinden het belangrijk dat de minister van VWS en de betrokken partijen oog houden voor de beperkingen van de ROM en de indicatoren die hierop zijn gebaseerd. Voorkomen moet worden dat de sector tijd gaat steken in het verzamelen van gegevens die uiteindelijk onvoldoende bruikbaar blijken te zijn in de bekostiging.

Neem de tijd voor eventuele doorontwikkeling naar outcomebekostiging en geef veldpartijen eerst voldoende tijd en ruimte om ervaring op te doen met het bekostigingsmodel van 2019, en spreek op basis van deze ervaringen een realistisch tijdpad af voor de mogelijke invoering van outcomebekostiging.

De nieuwe zorgstandaarden en de aangepaste productstructuur hebben grote gevolgen voor het veld. Zowel zorgaanbieders als zorgverzekeraars zullen in de praktijk en al doende moeten nagaan in welke mate de zorgstandaarden richtinggevend zijn in de zorg en welke informatie bruikbaar is om de zorgaanbieders te vergelijken.
Daarnaast is het op dit moment nog de vraag of het überhaupt mogelijk zal zijn om voor alle aandoeningen een koppeling te maken tussen de zorgvraag van de patiënt, de behandeling van de zorgstandaard, normen voor de uitkomst van zorg én de bekostiging.

Wij bevelen de minister van VWS aan om veldpartijen aan te moedigen te experimenten met nieuwe contractvormen en de lessen die hieruit volgen te gebruiken bij de verdere ontwikkeling van de bekostiging.

Op initiatief van zorgverzekeraars en zorgaanbieders wordt geëxperimenteerd met het maken van concrete inkoopafspraken in plaats van het vaststellen van financiële plafonds en met een andere invulling van het onderhandelingsproces. Deze initiatieven lijken voort te komen uit de wederzijdse wens om de bekostiging beter aan te laten sluiten bij de kwaliteit van de geleverde zorg.


Achtergrond

Waarom onderzochten we de prestatiebekostiging in de curatieve ggz?

In de curatieve ggz worden ieder jaar meer dan één miljoen personen behandeld voor bijvoorbeeld een depressie, een verslaving of dementie. In de afgelopen jaren bedroegen de uitgaven aan de curatieve ggz ongeveer € 4 miljard per jaar. Sinds de overgang naar prestatiebekostiging hebben veel ggz-instellingen problemen met de totstandkoming van hun jaarverantwoording. Wij rapporteerden hierover in onze verantwoordingsonderzoeken over 2014 en 2015 (Algemene Rekenkamer 2015 en 2016a). Wij constateerden dat problemen met de verantwoording in de curatieve zorg voor een belangrijk deel het gevolg zijn van een complexe manier van bekostigen. De problemen met de verantwoording waren voor ons aanleiding om de bekostiging van curatieve ggz vanuit een breder perspectief te bekijken.


Methoden

Welke methoden hanteerden wij in ons onderzoek naar prestatiebekostiging in de curatieve ggz?

Voor dit onderzoek hebben wij de voornaamste beleidsdocumenten over de invoering van prestatiebekostiging in de ggz bestudeerd. Hieruit hebben we de achterliggende beleidstheorie van prestatiebekostiging afgeleid. Op basis hiervan hebben we vastgesteld hoe prestatiebekostiging in theorie zou moeten bijdragen aan de dynamiek op de zorginkoopmarkt en hoe prestatiebekostiging in theorie bijdraagt aan kwalitatief hoogwaardige en doelmatige zorg.

Wij hebben verschillende methodes gebruikt om vast te stellen hoe in de praktijk invulling wordt gegeven aan het bekostigingsmodel. Een belangrijke bron van data was de reeks marktscans ggz van de NZa. In deze marktscans brengt de NZa tweemaal per jaar alle ontwikkelingen in de ggz samenhangend in beeld. De NZa beschikt ook over de meest recente cijfers over aantallen patiënten, wachttijden, diagnosen en uitgaven. Ook hebben we gebruikgemaakt van evaluatieonderzoeken naar (onderdelen van) de uitvoering van de Zorgverzekeringswet.

We hebben verder gesprekken gevoerd met medewerkers van sleutelorganisaties rond de bekostiging van de ggz. Aan het eind van de dataverzamelingsperiode hebben wij een bijeenkomst georganiseerd met sleutelfiguren uit het veld.


Stand van zaken

 

Volledige versie