Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home Publicaties Onderzoeksrapporten

Weloverwogen toezicht

Analyse van departementale toezichtsvisies

Deze publicatie is de tweede in de reeks verkenningen van de Algemene Rekenkamer waarin we stilstaan bij onderwerpen rond verantwoording en toezicht bij zelfstandige organisaties die publieke taken uitvoeren (onderwijs, medische zorg, natuurbeheer, uitgifte van kentekens enzovoort) en die hiervoor worden gefinancierd met publiek geld. Dit deel van de reeks verkenningen gaat over het toezicht dat de ministers houden op dergelijke organisaties.

Rapport PDF, 2073 kB


De wijze waarop een minister het toezicht gestalte geeft, behoort hij/zij vast te leggen in een document: een toezichtsvisie. Dit is geen wettelijke verplichting, maar het kabinet heeft zelf aangegeven het van belang te vinden dat ministeries over een toezichtsvisie beschikken. Ook heeft het kabinet eisen geformuleerd waaraan deze toezichtsvisies moeten voldoen. Wij onderschrijven deze criteria en hebben ze verder uitgewerkt. We hebben de toezichtsvisies van de departementen aan de hand van deze criteria beoordeeld.
Vrijwel alle ministers leggen de manier waarop zij toezicht houden op zelfstandige organisaties vast in een toezichtsvisie. De meeste toezichtsvisies zouden nog kunnen worden aangescherpt. Bovendien zijn de meeste toezichtsvisies niet openbaar; wij vinden dat ze dat wel zouden moeten zijn.
Er blijken duidelijke verschillen tussen de departementale toezichtsvisies te bestaan. De meeste toezichtsvisies besteden aandacht aan de afzonderlijke verantwoordelijkheden van betrokkenen. Ook zijn de keuzes die in de uitvoering het toezicht worden gemaakt, in de meeste toezichtvisies onderbouwd met een risicoanalyse. Op een aantal andere punten kunnen bijna alle toezichtsvisies nog aan waarde winnen. Het gaat dan om het openbaar maken van de toezichtsbevindingen, het toezicht op de uitvoering van Europese wet- en regelgeving, de uitwerking van een interventiestrategie en de evaluatie van het toezicht. De meeste toezichtsvisies bevatten hierover nu nog geen informatie. Vooral de toezichtsvisies van de ministers van VROM, LNV en OCW zijn kwalitatief goed. De toezichtsvisies van deze departementen vindt u onderaan deze pagina.
De minister van Financiën heeft geen toezichtsvisie. Hij vindt dat zijn visie op toezicht al afdoende is vastgelegd in de afzonderlijke wet- en regelgeving voor de zelfstandige organisaties die onder zijn verantwoordelijkheid vallen. Wij vinden echter dat uit de wet- en regelgeving niet duidelijk wordt hoe de minister het toezicht inricht. Het Ministerie van Financiën voldoet op dit punt volgens ons niet aan de door het kabinet gestelde eisen.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) zou, als coördinerend minister, periodiek de toezichtsvisies moeten toetsen aan de uitgangspunten voor goed toezicht. Ook zou zij de ministers moeten aanspreken op en ondersteunen bij het verder ontwikkelen van toezichtsvisies.
 

De minister van BZK heeft gereageerd op het rapport. De minister geeft aan dat het rapport goede aanknopingspunten biedt voor het aanscherpen van de departementale toezichtsvisies. Op onze aanbeveling om bij de verdere ontwikkeling van toezichtsvisies een coördinerende rol te spelen, reageert de minister terughoudend.
  Meer informatie

 

Volledige versie