Lessen FES belangrijk voor Toekomstfonds in oprichting

Drie scenario’s voor toekomst van aardgasbaten uitgewerkt

Sinds 1960 heeft het aardgas de Staat €265 miljard opgeleverd. Het grootste gedeelte van dit geld is uitgegeven via de algemene middelen waardoor geen rechtstreekse relatie is te leggen met uitgaven. Met één uitzondering: tussen 1996 en 2010 werd een deel van de baten, € 26 miljard, via het Fonds Economische Structuurversterking (een verdeelfonds) uitgegeven aan infrastructuurprojecten, waaronder wegen, spoor en natuur. Dat was gebaseerd op het toenmalige uitgangspunt ‘van ondergronds vermogen naar bovengronds vermogen’. Volgens de Algemene Rekenkamer kunnen uit de ervaringen met het FES en ervaringen met fondsvorming in andere landen met natuurlijke hulpbronnen lessen worden geleerd voor het Toekomstfonds dat wordt opgericht op verzoek van de Tweede Kamer.
Er zijn 3 scenario’s doorgerekend. Ieder scenario heeft specifieke voor- en nadelen. Dat beschrijft de Algemene Rekenkamer in het rapport Besteding van aardgasbaten: feiten, cijfers en scenario’s dat op 7 oktober 2014 wordt gepubliceerd.

Rijksoverheid kan lessen leren uit ervaringen met FES

Uit het onderzoek blijkt dat het beleid voor het FES meerdere malen is gewijzigd. In het begin was het doel om met geld uit het FES additionele projecten te financieren, die anders niet uitgevoerd konden worden. Later werden ook ‘gewone’ projecten vanuit het FES bekostigd. Ook het beleid met betrekking tot de inkomstenkant van het FES wijzigde door de tijd. Met het Toekomstfonds hebben kabinet en Tweede Kamer opnieuw een doel: het innovatieve mkb en toepassingsgericht onderzoek een impuls geven. De Algemene Rekenkamer beveelt aan vooraf een duidelijk doel te formuleren en een daarbij passende financieringsstructuur te organiseren.

Aardgasbaten direct besteden of (deels) storten in verdeel- of vermogensfonds

In het rapport zijn drie verschillende scenario’s voor de toekomstige besteding van aardgasbaten beschreven, inclusief voor- en nadelen:

  • doorgaan met het besteden van de aardgasbaten via de algemene middelen;
  • het oormerken van de aardbasgaten in een verdeelfonds (zoals het voormalige FES) waardoor het geld voor specifieke doelen gereserveerd kan worden;
  • de aardgasbaten beleggen via een staatsinvesteringsfonds, zoals dat nu al in Noorwegen gebeurt.

Reactie minister van Economische Zaken en nawoord

De minister van Economische Zaken vestigt in zijn reactie onder meer de aandacht op de nadelen op korte termijn van de oprichting van een staatsvermogensfonds en  plaatst enkele nuanceringen bij de modelberekeningen. De Algemene Rekenkamer benadrukt in haar nawoord dat de aanwending van de gasbaten en de uitgangspunten daarbij politieke keuzes zijn.

De totale staatsinkomsten uit de Nederlandse aardgasbaten bedroegen in de periode 1960 tot en met 2013 €265 miljard. €239 Miljard daarvan is via de algemene middelen uitgegeven. Van dit geld kan uiteraard niet precies herleid worden hoe het is besteed. Voor de resterende €26 miljard die via het FES werd uitgegeven is dat wel bekend. Het FES is in 2010 op non-actief gesteld.
In Noorwegen worden de baten van natuurlijke energiebronnen in een staatinvesteringsfonds gestort. Jaarlijks wordt 4% van het vermogen van het fonds aan de Noorse begroting toegevoegd. Wanneer Nederland in 1960 voor deze strategie had gekozen zou er nu bijna €350 miljard in het fonds zitten en zou dit jaar €13 miljard beschikbaar komen voor de Rijksbegroting. Daar staat tegenover dat er in dat geval sinds 1960 circa 60 miljard minder aan aardgasbaten beschikbaar was geweest voor de Rijksbegroting.