Verantwoording SHO over Haïti-geld verder verbeterd

Werk hulporganisaties in Haïti moeizaam, projecten deels vertraagd

De publieke verantwoording over besteding van Giro 555-gelden is verder verbeterd. De Samenwerkende Hulporganisaties (SHO) zijn transparanter over de manier waarop het geld van Nederlandse donoren is besteed. In 2011 ging het geld naar woningen, latrines, scholen, gezondheidszorg en micro-kredieten. Dat blijkt uit het rapport ‘Verantwoording van de hulpgelden 2011 voor Haïti’ dat op 1 november 2012 verschijnt.

De SHO haalde op 21 januari 2010 bij Nederlandse burgers en bedrijven € 112 miljoen op voor de slachtoffers van de aardbeving in Haïti met een nationale televisieactie. Van dat geld kwam € 41,7 miljoen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. De Algemene Rekenkamer blijft tot 2015 rapporteren over de verantwoording over dit geld en de behaalde resultaten.

Projecten in Haïti vertraagd, planning hulporganisaties te ambitieus

Het Nederlandse geld voor Haïti wordt gebruikt bij huizenbouw, kredietverlening en de gezondheidszorg. Wel zijn de projecten van de SHO in 2011 vertraagd. Oorzaken hiervan liggen gedeeltelijk buiten de hulporganisaties zoals  het gebrekkige functioneren van de Haïtiaanse overheid en de cholera-uitbraak. Tegelijkertijd noemt de Algemene Rekenkamer interne oorzaken bij de hulporganisaties die de effectiviteit en efficiëntie belemmerd hebben zoals te ambitieuze plannen en gebrekkige coördinatie tussen hulporganisaties.

Transparantie geldstromen naar Haïti verbeterd, bureaucratie kan minder

In het verleden was bij soortgelijke Giro 555-acties voor de donateur onduidelijk hoe het geld besteed werd en waar het terechtkwam. Daarom heeft de Algemene Rekenkamer in 2010 in overleg met het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de SHO besloten om vanuit haar rol als controleur van het Rijk een bijdrage te leveren aan het verbeteren van de verantwoording over de besteding van het Haïti-geld. In 2011 verscheen het eerste rapport van de Algemene Rekenkamer hierover. Nu blijkt dat de gezamenlijke inspanningen in 2011 opnieuw hebben geleid tot betere verantwoording door zowel de SHO als haar deelnemers. Ook de controle van het Ministerie van Buitenlandse Zaken op de bijdrage van € 41,7 miljoen is correct uitgevoerd. Belangrijke SHO-deelnemers aan de Haïti-actie zijn Cordaid, het Nederlandse Rode Kruis en Oxfam/Novib.

In het rapport doet de Algemene Rekenkamer aanbevelingen die de verantwoording over het geld en de behaalde resultaten eenvoudiger maken. Gerrit de Jong, lid van het college van de Algemene Rekenkamer geeft een voorbeeld: ‘Nederlandse hulporganisaties schuiven het geld meestal door naar zusterorganisaties of internationale koepels die het werk uitvoeren in Haïti. Al die  hulporganisaties stellen ieder eigen voorwaarden aan de uitvoerende organisaties.  Als hulporganisaties hun contracten en eisen zouden standaardiseren, kunnen  de hulporganisaties  ter plekke sneller aan de slag en  is de verantwoording eenvoudiger. Met dit soort aanbevelingen wil de Algemene Rekenkamer bijdragen aan minder bureaucratie in de hulpverlening.’   

Het onderzoeksteam van de Algemene Rekenkamer filmde een aantal projecten van de SHO. Het filmpje is te bekijken op: www.rekenkamer.nl/haiti.