Nederlandse EU-lidstaatverklaring

Verantwoording over Nederlandse afdrachten aan Europa is ontoereikend

Ondanks verbeteringen in het beheer en de verantwoording over EU-fondsen heeft de Europese Commissie opnieuw financiële correcties opgelegd aan Nederland omdat in eerdere jaren niet aan subsidievereisten is voldaan. In 2011 betrof dit een bedrag van € 52 miljoen inzake de Europese landbouwfondsen. Om de financiële correcties omlaag te brengen is een verbetering nodig van beheer en controle van deze fondsen.

Dit stelt de Algemene Rekenkamer in haar rapport bij de EU-lidstaatverklaring 2011. In de lidstaatverklaring verantwoordt het kabinet zich over de besteding van negen Europese fondsen in Nederland. De Europese Commissie vordert al een aantal jaren een deel van de uitgekeerde subsidies van de Nederlandse overheid terug omdat de gedane uitgaven als ‘onregelmatig’ worden beoordeeld of omdat het beheers- en controlesysteem niet functioneert overeenkomstig de gestelde voorwaarden. In 2011 betrof de verrekening van financiële correcties een bedrag van € 22,7 miljoen over de periode 2005-2008 en € 29,3 miljoen over 2003-2008. 

De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) is verantwoordelijk voor de uitvoering van vier van de negen Europese fondsen, waaronder twee landbouwfondsen. Over het beheer en de controle van subsidies uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling concludeert de Algemene Rekenkamer dat de Dienst Landelijk Gebied (DLG) dit onvoldoende op orde heeft. De informatiebeveiliging is zowel bij de DLG als de Dienst Regelingen (DR, verantwoordelijk voor het Europees Landbouw Garantiefonds) niet op orde.

Het kabinet stelt sinds 2006 jaarlijks een Nationale Verklaring op over de gelden die Nederland uit Europese fondsen ontvangt. Met deze EU-lidstaatverklaring, gericht aan de Europese Commissie en aan de Staten-Generaal, wil Nederland bijdragen aan een beter beheer, verantwoording en controle van de subsidiegelden waarvoor de regering in financieel gedeeld beheer met de Europese Commissie verantwoordelijk is. Behalve Nederland stellen het Verenigd Koninkrijk, Zweden en Denemarken vergelijkbare verklaringen op.

Onvoldoende zekerheid over basisgegevens (bni-)afdracht

De Algemene Rekenkamer vraagt opnieuw aandacht voor de afdrachten van de eigen middelen aan de Europese begroting. Opname van de afdrachten in de lidstaatverklaring is volgens haar wenselijk om te kunnen beschikken over een integrale EU-verantwoording van de Nederlandse betalingspositie op lidstaatniveau. De afdrachten zijn gebaseerd op de invoerrechten, btw-heffingen en een raming van het bruto nationaal inkomen (bni). De bni-bijdrage bepaalt voor circa 75% de omvang van de eigen middelen. De totale afdracht van Nederland aan de EU over het jaar 2011 bedroeg € 6,5 miljard.
De Algemene Rekenkamer merkt op dat de invoerrechten en btw-opbrengsten door externe accountants zijn gecontroleerd, maar dat dit niet geldt voor de basisgegevens die worden gebruikt door het Centraal Bureau voor de Statistiek om de Nationale rekeningen op te stellen. De invoerrechten en btw-opbrengsten vallen onder de reikwijdte van de controle van de Europese Rekenkamer en de Algemene Rekenkamer; dit geldt echter niet voor de genoemde basisgegevens die van belang zijn voor de berekening van het bni. 

Aansluiting publieke verantwoording van lidstaat en Europese Commissie

Positief vindt de Algemene Rekenkamer dat de controle op de Europese geldstromen in ons land evenals de verantwoording over de rechtmatigheid en juistheid van de uitgaven jaarlijks verbetert. Het expliciet afleggen van verantwoording over de eigen middelen en assurance door onafhankelijke controle op lidstaatniveau maakt dat de ketens van de verantwoording en controle op nationaal en Europees niveau op elkaar aansluiten.

In reactie op het Rapport van de Algemene Rekenkamer verklaart het kabinet dat het twee van de vijftien aanbevelingen niet overneemt. Behalve het gevraagde inzicht in de jaarlijkse financiële informatie over de (onder)uitputting van de budgetten van meerjarige EU-programma’s legt het kabinet ook de aanbeveling voor een verantwoording van de omvang van de eigen middelen naast zich neer. Het kabinet vindt dat er voldoende waarborgen zijn voor de juistheid van Nederlandse afdrachten en dat ons land voldoet aan de Europese eisen. De Algemene Rekenkamer handhaaft in haar nawoord haar oordeel dat de controle van de basisgegevens in de lidstaten onvoldoende is geregeld en in de komende jaren meer aandacht verdient.