Beleidsresultaten

Ministers moeten zich in hun jaarverslag ook verantwoorden over de resultaten van beleid. De Comptabiliteitswet 2016 schrijft voor dat de Algemene Rekenkamer in het rapport bij het jaarverslag een oordeel moet geven over de betrouwbare totstandkoming van de niet-financiële informatie in de jaarverslagen. Daarnaast kijken we voor enkele beleidsthema’s ook of de ministers goed inzicht verschaffen in de vraag of de belastingbetaler waar voor zijn geld krijgt.

Totstandkoming van niet-financiële informatie

We onderzoeken of de totstandkoming van de niet-financiële informatie in de jaarverslagen van de ministers betrouwbaar tot stand gekomen is en niet in strijd is met de financiële informatie.

Ten slotte beoordelen we of de beleidsinformatie voldoet aan de verslaggevingsvoorschriften die zijn opgenomen in de Rijksbegrotingsvoorschriften. Het onderzoek naar de betrouwbare totstandkoming heeft het karakter van een beoordeling. Dit betekent dat de zekerheid die wij bieden dat de niet-financiële informatie een betrouwbaar beeld geeft van de werkelijkheid, lager is dan de zekerheid die wij bieden bij ons oordeel over de financiële informatie.

Beleidsthema’s nader onderzocht

De Algemene Rekenkamer doet nader onderzoek naar een aantal beleidsthema's. Centraal staan hierbij de vragen of ministers er in slagen de belastingbetaler waar voor zijn geld te leveren en of het parlement hierover voldoende wordt geïnformeerd. Hiervoor zijn we nagegaan:

  • hoeveel geld aan het beoogde doel wordt besteed;
  • of voor dat geld de beloofde prestaties worden geleverd;
  • in hoeverre het met het geld beoogde doel wordt gerealiseerd;
  • of het parlement voldoende wordt geïnformeerd.

Bij de keuze van de thema’s letten wij op:

  • het financieel belang (‘hoeveel geld kost dit?’);
  • op de belangstelling van de het parlement (‘zijn er debatten geweest en/of Kamervragen gesteld?’);
  • de mate waarin de betreffende minister het parlement informeert over het thema.

Voor ons onderzoek naar de beleidsthema’s baseren we ons – naast de departementale jaarverslagen – op bestaande informatie (bijvoorbeeld evaluatieonderzoeken, departementale rapportages, databestanden van het CBS of de Belastingdienst) en gesprekken met beleidsmakers en uitvoerders van beleid.