Rapport bij het Jaarverslag 2001 Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Veel fouten vastgesteld bij de beoordeling en verwerking van subsidieaanvragen

De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), die subsidieaanvragen van onderwijsinstellingen verwerkt en toeziet op een rechtmatige besteding van de toegekende bedragen, maakt veel fouten bij de controle van de verantwoordingsdocumenten. De Algemene Rekenkamer constateerde zowel onrechtmatigheden als onzekerheden over de rechtmatigheid. In 2011 betrof het een bedrag van € 58 miljoen aan uitgekeerde subsidies, zo blijkt uit het Rapport bij het Jaarverslag van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).

De stukken die scholen ter verantwoording aan de DUO overleggen voldoen in veel gevallen niet aan de eisen van de betreffende subsidieregeling. Bovendien wordt bij de beoordeling van de rechtmatigheid van uitgekeerde subsidies niet alle relevante informatie betrokken. Daar komt bij dat verschillende informatiesystemen van de DUO niet voldoen aan de beveiligingsvoorschriften die voor deze dienst gelden. 

Verder constateert de Algemene Rekenkamer dat de dossiervorming op het Ministerie van OCW op onderdelen ontoereikend is. Daardoor kon de eigen auditdienst van het departement de rechtmatigheid van transacties in diverse gevallen niet vaststellen. ‘Een toereikende dossiervorming is van belang voor de Staten-Generaal, omdat zij voor hun besluiten afhankelijk zijn van de informatie die het ministerie levert’, benadrukt de Algemene Rekenkamer.

Onvolkomenheden bij het inkoopbeheer

Van de zes onvolkomenheden die door de Algemene Rekenkamer in het Jaarverslag en de bedrijfsvoering van het Ministerie van OCW werden geconstateerd hebben er drie betrekking op het inkoopbeheer, waaronder de naleving van de Europese aanbestedingsregels. De Algemene Rekenkamer stelt in haar Rapport bij het Jaarverslag dat de minister de Tweede Kamer nauwkeuriger dient te informeren over onderwerpen die het parlement van belang acht, zoals de omvang van de inhuur van personeel met uurtarieven boven de door de Tweede Kamer gemarkeerde norm van € 225 euro. Met betrekking tot eerder gesignaleerde onvolkomenheden merkt de Algemene Rekenkamer op dat er beperkte verbeteringen zijn aangebracht in de bedrijfsvoering van het Ministerie van OCW.

Beroepsonderwijs en volwasseneducatie

Bij een besteding van € 124,4 miljoen ten behoeve van beroepsonderwijs en volwasseneducatie werd een belangrijke fout geconstateerd. In 2011 heeft OCW voor een totaalbedrag van € 2,99 miljard besteed aan deze doelen. Uit het jaarverslag van de minister van OCW blijkt niet of het beleid gericht op het wegnemen van drempels voor het volgen van beroepsonderwijs uit de verf komt. De resultaten – gemeten naar het aantal deelnemers, hun tevredenheid en het percentage dat een diploma haalt – worden niet gerapporteerd, of de cijfers blijken niet meer actueel. De Algemene rekenkamer beveelt de minister aan om deze informatie alsnog beschikbaar te stellen.

Effecten van mediabeleid ongewis

Ook het effect van het gevoerde mediabeleid blijft onduidelijk. De doelstelling ‘te bevorderen dat alle burgers toegang hebben tot een kwalitatief hoogwaardig, onafhankelijk en pluriform media-aanbod’ (besteding van € 910 miljoen) wordt in het jaarverslag van de Minister van OCW niet verantwoord. De minister rapporteert een deel van deze informatie jaarlijks aan de Tweede Kamer in de Mediabegrotingsbrief. Desondanks is de Algemene Rekenkamer van mening dat de minister in het Jaarverslag altijd moet aangeven welke maatschappelijke effecten zij wil bereiken, en in hoeverre het gevoerde beleid daartoe heeft bijgedragen.

Inzicht in voorschotten

In haar reactie op de constateringen van de Algemene Rekenkamer kondigt de minister aan dat zij nog in 2012 het toezicht op het subsidiebeheer van de DUO zal verscherpen. In een plan van aanpak wil zij ook voorstellen uitwerken om het inzicht op verstrekte voorschotten te verbeteren.

Over het ministerie

Het Ministerie van OCW besteedde in 2011 € 34 miljard. De personeelssterkte van het departement bedroeg 3.869 fte. De financiële informatie in het Jaarverslag is deugdelijk weergegeven en de jaarrekening en de saldibalans zijn – met uitzondering van de gesignaleerde fouten en onzekerheden - rechtmatig tot stand gekomen.